- Arrest van 26 september 2012

26/09/2012 - P.12.1305.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De regel dat cassatieberoep tegen een niet definitieve beslissing wordt uitgesteld, staat niet toe te beweren dat een proces oneerlijk is, als nog niet beslist is of het al dan niet zal worden gevoerd.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1305.F

M. C.,

Mr. Thierry Afschrift, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de beschikking van 7 juni 2012, gewezen door Véronique Beine, raadsheer in het hof van beroep te Luik, die, met toepassing van de artikelen 483 en 484 Wetboek van Strafvordering, uitspraak doet over een ver-zoekschrift dat de eiser overeenkomstig artikel 61ter van hetzelfde wetboek heeft neergelegd.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Naar luid van artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, staat beroep in cassatie tegen voorbereidende arresten en arresten van onderzoek of tegen in laat-ste aanleg gewezen vonnissen van dezelfde soort eerst open na het eindarrest of het eindvonnis.

Artikel 61ter van het voormelde wetboek, met toepassing waarvan de bestreden beschikking werd gewezen, bepaalt dat de niet-aangehouden inverden-kinggestelde en de burgerlijke partij de onderzoeksrechter om inzage van het dossier kunnen verzoeken. Die inzage kan toegekend, geweigerd of gedeeltelijk verleend worden. De beslissing daarover is een voorbereidende onderzoeksbeslissing.

Het cassatieberoep van de eiser is dus voorbarig.

De regel die stelt dat onmiddellijk cassatieberoep tegen een niet-definitieve beslis-sing niet ontvankelijk is, wordt toegepast ongeacht of die beslissing al dan niet vatbaar is voor hoger beroep.

Diezelfde regel staat overigens los van de aard of de ernst van de middelen die de eiser tot staving van zijn cassatieberoep aanvoert.

De vaststelling van een termijn om cassatieberoep in te stellen en het verval van het rechtsmiddel dat is aangewend nog vóór die termijn is ingegaan, doen geen afbreuk aan de daadwerkelijkheid van het recht om de zaak bij het Hof van Cassa-tie aanhangig te maken, met eerbiediging van de rechtspleging die voor de rechts-ingang van dat rechtsmiddel is bepaald.

De regel van het uitgestelde cassatieberoep staat niet toe te beweren dat een pro-ces oneerlijk is, als nog niet beslist is of het al dan niet zal worden gevoerd.

Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.

De middelen van de eiser behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 26 september 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bij-stand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Gevolg

  • Recht op een eerlijke behandeling van de zaak