- Arrest van 26 september 2012

26/09/2012 - P.12.0563.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer alleen de beklaagde hoger beroep instelt, nemen de appelrechters daarvan enkel kennis binnen de grenzen van diens belang.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0563.F

L. D.,

Mr. Luc Balaes, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, cor-rectionele kamer, van 28 februari 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Françoise Roggen heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Na intrekking van de aan de eiser toegekende maatregel van opschorting van de veroordeling, veroordeelt de correctionele rechtbank hem tot een werkstraf van veertig uren of, bij niet-uitvoering, tot een geldboete van honderdvijftig euro of zeven dagen vervangende gevangenisstraf, alsook tot verval van het recht tot het besturen van een motorrijtuig gedurende een maand.

Op het hoger beroep van de eiser veroordeelt het arrest hem tot een geldboete van honderdvijftig euro of vijftien dagen vervangende gevangenisstraf, alsook tot ver-val van het recht tot het besturen van een motorrijtuig gedurende drie maanden.

Met toepassing van de artikelen 37ter, § 2, en 38, tweede lid, Strafwetboek, is de werkstraf van veertig uren een politiestraf en is een geldboete van honderdvijftig euro een correctionele straf.

Het hoger beroep dat alleen de beklaagde aantekent maakt krachtens artikel 202, 1°, Wetboek van Strafvordering slechts zijn belangen voor de appelrechters aan-hangig.

De rechter kan, louter op het hoger beroep van de beklaagde die tot een politie-straf is veroordeeld, laatstgenoemde niet tot een correctionele straf veroordelen, zonder de relatieve werking van het hoger beroep te miskennen. Om dezelfde re-den mag hij de straf van verval van het recht tot het besturen van een motorrijtuig niet verzwaren.

Het arrest, dat aldus de toestand van de eiser verzwaart, schendt voormeld artikel 202, 1°.

Het middel is gegrond.

Voor het overige zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht genomen en is de beslissing overeenkomstig de wet gewe-zen. Aangezien de beslissing tot intrekking van de opschorting van de veroorde-ling niet zelf wordt vernietigd, blijft de vernietiging beperkt tot de straf.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de straf en over de bijdrage aan het Slachtofferfonds.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten van zijn cassatieberoep en laat de andere helft ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens et Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 26 september 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Relatieve werking