- Arrest van 26 september 2012

26/09/2012 - P.12.0377.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vergoeding van het slachtoffer wordt beperkt wanneer het zelf een fout heeft begaan die in oorzakelijk verband staat met de eigen schade; de rechter houdt wat dat betreft rekening met de relatieve ernst van de onderscheiden fouten, m.a.w. met hun graad van oorzakelijkheid, met de mate waarin zij in meerdere of mindere mate het schadegeval kunnen veroorzaken en met hun impact op het ontstaan van de schade; de ernst van de fout is geen maatstaf aan de hand waarvan kan worden uitgemaakt of een fout al dan niet oorzakelijk is (1). (1) Zie Cass. 12 feb. 2003, AR P.02.1465.F, AC 2003, nr. 100; Cass. 10 juni 2003, AR P.02.1358.N, AC 2003, nr. 341; J. de Codt, 'L'appréciation de la causalité dans le jugement des actions publique et civile', Actualités de droit pénal et de procédure pénale, Ed. Jeune Barreau de Bruxelles, 2001, p. 51, nr. 18 en B. Dubuisson e.a., La responsabilité civile, Chronique de jurisprudence, 1996-2007, dl. 1, p. 350-359, nr. 415-426.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0377.F

I. 1. G. M.,

2. J. M. en

3. V. G.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

II. LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN,

de vier cassatieberoepen tegen

1. G. S.,

2. ALLIANZ BELGIUM nv,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correcti-onele rechtbank te Verviers van 19 januari 2012.

De eisers G. M., J. M. en V. G. voeren in een memorie die aan dit arrest is ge-hecht, een middel aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

B. Cassatieberoepen van G. M., J. M. en V. G., als burgerlijke partijen

1. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de beslissing die uitspraak doet over het beginsel van aansprakelijkheid

Middel

Eerste onderdeel

Het middel voert aan dat de correctionele rechtbank artikel 1382 Burgerlijk Wet-boek schendt door de aansprakelijkheid voor het ongeval te delen tussen de eerste eiser en de verweerder.

Het vonnis stelt dat de verweerder een fout heeft begaan door op het ogenblik van het ongeval tegen een totaal onaangepaste snelheid te rijden, gelet op de plaatsge-steldheid, de zichtbaarheid en de wijze waarop de fiets waarop hij samen met de eerste eiser reed, geladen was.

De correctionele rechtbank stelt de eerste eiser gedeeltelijk aansprakelijk voor het ongeval en de gevolgen ervan en neemt daartoe jegens hem een fout in aanmer-king, namelijk dat hij plaats heeft genomen op een fiets die duidelijk niet uitgerust was om een passagier te vervoeren, terwijl hij zich rekenschap had moeten geven van het hoge risico op onstabiliteit, met kans op een val met mogelijks zware ge-volgen, daar geen van beiden een valhelm droegen. Het vonnis oordeelt ook dat, rekening houdend met de omstandigheden van het feest waaraan zij hadden deel-genomen, de eerste eiser zich beslist rekenschap had moeten geven van de staat van alcoholintoxicatie waarin de verweerder, die de fiets bestuurde, zich bevond.

De appelrechters oordelen aldus impliciet maar zeker dat het ongeval zich niet op dezelfde wijze en evenmin met dezelfde schadelijke gevolgen zou hebben voor-gedaan indien de eerste eiser geen fout had begaan.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

De eisers voeren aan dat het vonnis, door de aansprakelijkheid te delen tussen de bestuurder en de passagier, in verhouding tot de ernst van hun respectieve fouten, artikel 1382 Burgerlijk Wetboek schendt.

De vergoeding van het slachtoffer wordt beperkt wanneer het zelf een fout heeft begaan die in oorzakelijk verband staat met de eigen schade. De rechter houdt wat dat betreft rekening met de relatieve ernst van de onderscheiden fouten, met andere woorden met hun graad van oorzakelijkheid, met de mate waarin zij in meerdere of mindere mate het schadegeval kunnen veroorzaken en met hun impact op het ontstaan van de schade.

De ernst van de fout is geen maatstaf aan de hand waarvan kan worden uitge-maakt of een fout al dan niet oorzakelijk is.

Aangezien ernst omschreven wordt als het kenmerk van iets wat zware gevolgen kan hebben, is het de rechter daarentegen niet verboden naar dat aldus opgevat begrip te verwijzen om het relatieve gewicht te bepalen van twee fouten die daar-enboven in gelijke mate als oorzakelijk zijn aangemerkt.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Derde onderdeel

Het middel voert de schending aan van artikel 149 Grondwet.

De eisers verwijten het vonnis dat het tegenstrijdig is, in zoverre het beslist dat de eerste eiser zich onvermijdelijk rekenschap had moeten geven van de alcoholin-toxicatie van de verweerder, terwijl de appelrechters diens veroordeling tot twee aparte straffen bevestigen en dus oordelen dat die toestand geen oorzakelijk ver-band met het ongeval vertoonde.

Ofschoon de appelrechters, met betrekking tot de schuld van de eerste verweerder, verwijzen naar de redenen van het beroepen vonnis, nemen zij evenwel niet de motivering over volgens welke zijn alcoholintoxicatie geen oorzakelijk verband met het ongeval vertoonde.

Het middel mist feitelijke grondslag.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van de cassatieberoepen van G. M., J. M. en V. G., in zoverre zij gericht zijn tegen de beslissingen die uitspraak doen over de omvang van de schade.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 26 september 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Fout van het slachtoffer in oorzakelijk verband met de eigen schade

  • Oorzakelijkheid

  • Maatstaven