- Arrest van 2 oktober 2012

02/10/2012 - P.11.2113.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Door tegenstrijdigheid aangetast is de beslissing die, enerzijds, op de strafvordering, de beklaagde veroordeelt wegens opzettelijk toebrengen van slagen of verwondingen die een ziekte of een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hebben, en, anderzijds, op de burgerlijke rechtsvordering, tot een schadevergoeding veroordeelt wegens een blijvende arbeidsongeschiktheid (1). (1) Cass. 30 maart 1994, AR P.93.1596.F, AC 1994, nr. 155.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.2113.N

1. N.-E. N.,

beklaagde en burgerlijke partij,

2. H. N.,

beklaagde en burgerlijke partij,

3. Y. N.,

beklaagde en burgerlijke partij,

eisers,

de eisers 1 en 3 met als raadsman mr. Luk Delbrouck, advocaat bij de balie te Hasselt,

tegen

J. M'S.,

beklaagde en burgerlijke partij,

verweerder,

met als raadsman mr. Stef Brugmans, advocaat bij de balie te Hasselt.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Ant-werpen, correctionele kamer, van 16 november 2011.

De eisers 1 en 3 voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee midde-len aan.

De eiser 2 voert geen grieven aan.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Eerste Advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen

1. Het arrest verklaart de verweerder schuldig aan de feiten van de telastleg-gingen A, B, C, en D. Het verklaart de verweerder niet schuldig aan de feiten van de telastlegging E, waarop de eisers hun burgerlijke rechtsvorderingen niet hebben gesteund.

In zoverre tegen die beslissingen gericht, zijn de cassatieberoepen niet ontvanke-lijk.

Tweede middel

2. Het middel voert schending aan van artikel 6.3 EVRM, artikel 149 Grond-wet, de artikelen 399 en 400 Strafwetboek en artikel 1382 Burgerlijk Wetboek: het arrest veroordeelt de eisers 1 en 3 tot schadevergoeding wegens een opgelopen bestendige arbeidsongeschiktheid; deze eisers zijn evenwel niet schuldig verklaard wegens het misdrijf bepaald in de artikelen 398 en 400 Strafwetboek.

3. Het arrest oordeelt dat het feit van de telastlegging J bewezen is, met name het op 28 mei opzettelijk toebrengen van slagen of verwondingen met de omstan-digheid dat de slagen of verwondingen een ziekte of ongeschiktheid tot het ver-richten van een persoonlijke arbeid voor gevolg hebben gehad als bedoeld in arti-kel 399, eerste lid, Strafwetboek. Het heeft ten laste van de eisers bijgevolg geen feiten als bedoeld in artikel 400, eerste lid, van hetzelfde wetboek bewezen ver-klaard, zijnde slagen en verwondingen met hetzij een ongeneeslijke ziekte, hetzij een blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking voor gevolg. Vervolgens veroordeelt het arrest de eisers 1 en 3 tot de betaling van een schadevergoeding wegens een blijvende arbeidsongeschiktheid die het bewezen verklaarde feit van de telastlegging nochtans uitsluit. Aldus is de beslissing tegen-strijdig.

Het middel is in zoverre gegrond.

Eerste middel

Het middel kan niet leiden tot cassatie zonder verwijzing en behoeft bijgevolg geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het arrest in zoverre het uitspraak doet over de schuld van de eisers 1 en 3 aan de telastlegging J en hen hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een schade-vergoeding aan de verweerder en in zoverre het recht doet over de kosten.

Beveelt dat melding zal worden gemaakt van dit arrest op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Veroordeelt de verweerder tot de helft van de kosten van de cassatieberoepen en veroordeelt de eiser 2 tot de overige helft van de kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Bepaalt de kosten op 172,10 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Alain Bloch, Peter Hoet en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 2 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maf-fei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

A. Lievens P. Hoet

A. Bloch L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Zware slagen

  • Strafvordering

  • Veroordeling

  • Burgerlijke rechtsvordering

  • Veroordeling tot schadevergoeding

  • Tegenstrijdigheid