- Arrest van 3 oktober 2012

03/10/2012 - P.12.0758.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het recht op een eerlijke behandeling van de zaak verplicht de rechter niet om het volledig afschrift van een dossier dat niet bij hem aanhangig is gemaakt, bij het debat te voegen, alleen omdat de hem voorgelegde vordering op inlichtingen uit dat ander dossier steunt (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2012, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0758.F

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BERGEN,

tegen

1. D. L.,

2. S. G.,

3. AFRICA 2 nv.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, correctionele kamer, van 30 maart 2012.

De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft een conclusie neergelegd die op de griffie is ingekomen op 19 september 2012.

Op de rechtszitting van 3 oktober 2012 heeft afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconclu-deerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM. Het arrest wordt verweten dat het de strafvordering niet ontvankelijk verklaart omdat niet gewaarborgd kan worden dat de zaak eerlijk zal worden behandeld, op grond dat het hof van beroep en de beklaagden, in tegenstelling tot het openbaar ministerie en de speurders, geen inzage hebben gekregen van alle stukken van het afzonderlijk dossier waaruit de inlichtingen zijn gehaald waarop de strafvordering is gegrond.

Het recht op een eerlijke behandeling van de zaak verplicht de rechter niet om het volledig afschrift van een dossier dat niet bij hem aanhangig is gemaakt, bij het debat te voegen, alleen omdat de hem voorgelegde vordering op inlichtingen uit dat ander dossier steunt.

Ofschoon het aan het openbaar ministerie staat om met name elk gegeven mee te delen dat invloed kan hebben op de regelmatigheid van het bewijsmateriaal of het bestaan van het misdrijf, kan uit het feit alleen dat de stukken uit het afzonderlijk dossier daarvan slechts een gedeelte uitmaken, niet worden afgeleid dat die ver-plichting niet werd nageleefd. Het feit dat het openbaar ministerie, dat de bewijs-last draagt en die instaat voor het geheim van het onderzoek, de keuze van die stukken maakt, kan jegens die partij geen vermoeden van deloyaliteit doen ont-staan.

Het arrest beslist dat de strafvordering niet ontvankelijk is omdat de loyaliteit van het debat onmogelijk gewaarborgd kan worden. Tot staving van die beslissing heeft het hof van beroep verklaard dat het niet kan "waarborgen dat alle inlichtin-gen waarover het parket beschikt en die rechtstreeks en op concrete wijze inzicht kunnen verschaffen over de bij het hof aanhangig gemaakte feiten, bij het dossier van de rechtspleging zijn gevoegd".

Hoewel de feitenrechter, door het ontbreken van bepaalde gegevens uit het onder-zoek, kan oordelen dat het bewijs van het misdrijf niet is geleverd of niet op re-gelmatige wijze is geleverd, is de waarborg die de rechtspleging volgens het arrest mist, hoewel de rechtspleging alleen stukken bevat waarover de partijen vrij te-genspraak hebben kunnen voeren, geen vereiste inherent aan een eerlijke behande-ling van de zaak en evenmin een voorwaarde voor de ontvankelijkheid van de strafvordering.

Het middel is gegrond.

Er is geen grond om de overige middelen te onderzoeken, daar ze niet tot een rui-mere vernietiging kunnen leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de strafvordering die tegen de drie verweerders is ingesteld.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de verweerders ieder tot een derde van de kosten van hun cassatiebe-roep.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 3 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Recht op een eerlijke behandeling van de zaak

  • Inlichtingen uit een ander onderzoeksdossier dat niet gevoegd is

  • Verplichting een volledig afschrift te voegen van het dossier dat niet bij de rechter aanhangig is gemaakt