- Arrest van 8 oktober 2012

08/10/2012 - C.11.0347.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het arrest dat oordeelt dat de opdracht betrekking heeft op het innen van de onmiddellijk opeisbare schuldvorderingen door een intercommunale, zowel via een procedure in der minne als desnoods via een gerechtelijke procedure, en niet op de inrichting van de minnelijke en gerechtelijke inning van de schuldvorderingen van voornoemde intercommunale, doch op de inning zelf, zoals blijkt uit de aankondiging van de opdracht en de beschrijving van het voorwerp in het bestek, mag bijgevolg, zonder artikel 516 van het Gerechtelijk Wetboek te schenden, uit die overwegingen afleiden dat de gerechtelijke inning van de niet betwiste schuldvorderingen van de voornoemde intercommunale deel uitmaakt van de wettelijke opdracht van de gerechtsdeurwaarders als bepaald bij artikel 516 van het Gerechtelijk Wetboek (1). (1) Zie de conclusie van het openbaar ministerie in Pas. nr.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0347.F

IURIS-LINK - GROEP GERECHTSDEURWAARDERS BELGIE - GROUPEMENT D'HUISSIERS DE JUSTICE BELGES,

Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

LEROY ET ASSOCIES, Burgerlijke Vennootschap onder de vorm van Coöpe-ratieve Vennootschap met Beperkte Aansprakelijkheid,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 21 april 2010 gewezen door het hof van beroep te Brussel.

De zaak is bij beschikking van 6 september 2012 door de eerste voorzitter verwe-zen naar de derde kamer.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift waarvan een eensluidend afschrift aan dit ar-rest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

Luidens artikel 516, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, zijn, behoudens anderslui-dende wettelijke bepalingen, alleen de gerechtsdeurwaarders bevoegd tot het op-stellen en betekenen van alle exploten en tot het tenuitvoerleggen van alle gerech-telijke beslissingen, akten of titels in uitvoerbare vorm. Volgens het derde lid van dat artikel kunnen zij ter griffie de uitgiften, afschriften en uittreksels van alle processtukken lichten en de verzoekschriften indienen die zij krachtens de wet kunnen ondertekenen.

Het arrest beschouwt dat "de litigieuze opdracht betrekking heeft op het innen van de onmiddellijk opeisbare schuldvorderingen van Sibelga [...] zowel via een pro-cedure in der minne als desnoods via een gerechtelijke procedure, en niet op het organiseren van de minnelijke en gerechtelijke inning van de schuldvorderingen van Sibelga doch op de inning zelf, zoals blijkt uit de aankondiging van de opdracht en de beschrijving van het voorwerp in het bestek".

Het arrest mag bijgevolg, zonder artikel 516 Gerechtelijk Wetboek te schenden, uit die overwegingen afleiden dat "de gerechtelijke inning van de niet-betwiste schuldvorderingen van Sibelga deel uitmaakt van de wettelijke opdracht van de gerechtsdeurwaarders zoals bepaald bij artikel 516 van het Gerechtelijk Wetboek" zodat "[de verweerster] geen verkoper is voor die prestaties van de litigieuze opdracht en bijgevolg onttrokken is aan de toepassing van de wet van 14 juli 1991betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument".

Met die overwegingen biedt het arrest het Hof de mogelijkheid om zijn wettig-heidstoezicht uit te oefenen.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Alain Simon, Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 8 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Functies