- Arrest van 12 oktober 2012

12/10/2012 - C.11.0571.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vordering tegen de bestuurders op grond van artikel 111, derde lid, van de wet van 13 april 1995 is geen vordering strekkende tot volstorting van het kapitaal, maar een aansprakelijkheidsvordering die onderworpen is aan de verjaringstermijn van artikel 198, § 1, vierde streepje, Wetboek van Vennootschappen (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0571.N

Patrick DE FERM, advocaat, met kantoor te 2170 Antwerpen (Merksem), Ring-laan 138, als curator van het faillissement van Transact nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Minderbroedersrui 32,

eiser,

aan wie rechtsbijstand werd verleend op 19 juli 2011 onder nummer G.11.0105.N,

vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. C D,

2. P F,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 24 februari 2011.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft op 11 september 2012 ter griffie een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. De appelrechters beantwoorden en verwerpen het bedoelde verweer met hun oordeel dat de vordering van de eiser geen vordering tot volstorting van kapitaal is, maar een aansprakelijkheidsvordering.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

2. Artikel 111, derde lid, van de wet van 13 april 1995 tot wijziging van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935, be-paalt dat indien het kapitaal van een naamloze vennootschap vijf jaar na de inwer-kingtreding van deze wet, het in artikel 29, § 1, bepaalde minimumbedrag niet be-reikt, de bestuurders, niettegenstaande enige andersluidende bepaling, jegens de betrokkenen hoofdelijk gehouden zijn tot betaling van het verschil tussen het ge-plaatste kapitaal en het in artikel 29, § 1, bepaalde minimumkapitaal.

Krachtens het vierde lid van artikel 111, zijn zij van die aansprakelijkheid ontsla-gen indien zij binnen die termijn aan de algemene vergadering voorstellen het ka-pitaal dienovereenkomstig te verhogen, dan wel de vennootschap om te zetten of te ontbinden.

3. Uit deze bepalingen volgt dat de vordering tegen de bestuurders op grond van artikel 111, derde lid, van de wet van 13 april 1995 geen vordering is strek-kende tot volstorting van het kapitaal, maar een aansprakelijkheidsvordering die onderworpen is aan de verjaringstermijn van artikel 198, § 1, vierde streepje, Wetboek van Vennootschappen.

Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 449,91 euro in debet.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 12 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzit-ter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen G. Jocqué K. Mestdagh

A. Smetryns E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Bestuurders

  • Verplichting

  • Volstorting kapitaal

  • Vordering

  • Aard

  • Verjaring

  • Termijn

  • Duur