- Arrest van 18 oktober 2012

18/10/2012 - F.11.0119.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De beslissing waarbij de gewestelijk directeur uitspraak doet over het beroep van de belastingplichtige en hem een ontheffing van belasting toestaat, doet het recht van de Staat op betaling van het gedeelte van de aanslag dat niet onverschuldigd betaalbaar is verklaard, niet ontstaan en wijzigt evenmin dat recht; de verjaring van de belastingen waarvoor de gewestelijk directeur geen ontheffing heeft toegestaan, begint bijgevolg niet te lopen op de dag van zijn beslissing (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas., 18 okt. 2012, nr. ***.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0119.F

BELGISCHE STAAT, minister van Financiën,

Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. J.-C. P.,

2. J. B.,

Mr. Jean-Pol Douny, advocaat bij de balie van Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 26 mei 2010.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 7 augustus 2012 ter griffie een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In het cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit arrest is gevoegd, voert de eiser een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het middel

Eerste onderdeel

Luidens artikel 145 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 dat van toepassing is op het geschil, verjaren directe belastingen alsook de onroerende voorheffing door verloop van vijf jaren vanaf de datum waarop ze dienen betaald te zijn krachtens artikel 413 WIB1992.

Krachtens artikel 413 zijn directe belastingen en de onroerende voorheffing op-eisbaar op de datum van uitvoerbaarverklaring van het kohier; ze moeten betaald worden binnen twee maanden na de toezending van het aanslagbiljet.

De beslissing waarbij de gewestelijk directeur uitspraak doet over het beroep van de belastingplichtige en hem een ontheffing van belasting toestaat, doet niet het recht van de Staat op betaling van het gedeelte van de aanslag dat niet onver-schuldigd betaalbaar is verklaard, ontstaan. Die beslissing wijzigt evenmin dat recht.

De verjaring van de belastingen waarvoor de gewestelijk directeur geen ontheffing heeft toegestaan, begint bijgevolg niet te lopen op de dag van zijn beslissing.

Het onderdeel dat van het tegenovergestelde uitgaat, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Alain Simon, Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 18 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Belastingontheffing

  • Niet onverschuldigd verklaard gedeelte van de aanslag

  • Recht van de Staat op betaling

  • Verjaring van de niet-ontheven belastingen

  • Aanvang