- Arrest van 18 oktober 2012

18/10/2012 - C.11.0761.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het middel dat steunt op wettelijke bepalingen die noch van openbare orde, noch van dwingend recht zijn, dat niet aan de bodemrechter werd voorgelegd en waarvan hij niet op eigen initiatief heeft kennis genomen en dat ook niet hoorde te doen, is nieuw (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas., 18 okt. 2012, nr. ***.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0761.F

F. M.G.,

Mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

EXPLOITATION JEMEPPE bvba,

Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 7 juni 2011.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 21 september 2012 ter griffie een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In het cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit arrest is gevoegd, voert de eiser twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

Uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat de voorzitter van de rechtbank van koophandel, bij een beschikking van 31 juli 2008, de eiser veroordeeld heeft om "de websites ‘www.chateaujemeppe.be' en ‘www.chateaujemeppe.com' tijdelijk open te houden", met als enige wijziging dat het nummer 084/46.83.70 wordt ver-vangen door het nummer 084/22.59.11 en het e-mailadres ‘info@chateau-jemeppe.com' door ‘info@chateaujemeppe.eu', binnen 72 uur na de betekening [...], op straffe van een dwangsom van 10.000 euro per dag vertraging".

Het arrest dat oordeelt dat het bevel in die beschikking duidelijk is, niet voor dis-cussie vatbaar is en "de opgelegde wijzigingen niet beperkt tot louter de startpagina van de litigieuze websites maar integendeel algemeen is in zoverre het doelt op het behoud van die sites ‘met als enige wijziging dat het nummer [...] wordt vervangen door het nummer [...] en het e-mailadres [...] door [...]', wat dus moet gebeuren telkens het op de bewuste sites nodig is" verduidelijkt de draagwijdte van die beschikking zonder ze uit te breiden. Zodoende overschrijdt het niet de bevoegdheden van de beslagrechter met betrekking tot de dwangsom en schendt het geen enkele van de in het middel vermelde bepalingen.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

In zoverre het onderdeel is afgeleid uit de schending van artikel 149 van de Grondwet, preciseert het niet de passage uit eisers conclusie waarop het arrest niet antwoordt.

Voor het overige blijkt niet uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan dat de eiser voor het hof van beroep heeft aangevoerd dat hij "verder was gegaan" dan hetgeen het bevel van de voorzitter hem opdroeg en dat de dwangsom bijgevolg geen bestaansreden meer had, wat erop neerkomt dat de uitvoering ervan onmogelijk is.

Het onderdeel dat steunt op wettelijke bepalingen die noch van openbare orde, noch van dwingend recht zijn, dat niet aan de bodemrechter werd voorgelegd en waarvan hij niet op eigen initiatief heeft kennis genomen en dat ook niet hoorde te doen, is nieuw.

Het onderdeel is niet ontvankelijk.

Tweede middel

Betreffende de door de verweerster tegen het middel opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid: het middel is nieuw

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser voor het hof van beroep aangevoerd heeft dat de beslagrechter geen veroordeling mocht uitspreken tot betaling van de dwangsom, aangezien, volgens artikel 1385quater van het Gerechtelijk Wetboek, de partij die de dwangsom heeft verkregen, ze ten uitvoer kan leggen krachtens de titel waarbij zij is vastgesteld, noch dat hij voor dat hof heeft betoogd dat de verweerster er geen belang bij had voor de beslagrechter die veroordeling te vorderen.

In zoverre het middel opkomt tegen de schending van artikel 185quater van het Gerechtelijk Wetboek en het steunt op een bepaling die noch van openbare orde noch van dwingend recht is, is het gericht tegen een beslissing van de appelrech-ters, die conform de beslissing van de bodemrechter is, waarop de eiser geen kri-tiek heeft geuit in hoger beroep. Het kan dus niet voor het eerst voor het Hof wor-den aangevoerd.

In zoverre het middel opkomt tegen de schending van de artikelen 17 en 18 van dat wetboek, kan het evenmin voor het eerst voor het Hof worden aangevoerd, aangezien de bodemrechters niet de verplichting maar louter de mogelijkheid hebben om ambtshalve een middel wegens gebrek aan belang op te werpen .

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Alain Simon, Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 2012 uitge-sproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en over-geschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden