- Arrest van 19 oktober 2012

19/10/2012 - F.11.0063.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het WIB92 voorziet niet in een mogelijkheid van verhaal tegen de beslissing van de tuchtoverheid die oordeelt of, en gebeurlijk in welke mate, de vraag om inlichtingen of de overlegging van boeken en bescheiden verzoenbaar is met het eerbiedigen van het beroepsgeheim; het oordeel van de tuchtoverheid kan bijgevolg niet worden aangevochten voor de fiscale rechter (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0063.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de eerstaanwezend in-specteur, hoofd van het Controlecentrum Brussel 4, met kantoren in Finance

Tower, Administratief Centrum Kruidtuin, 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50, bus 3356, de gewestelijk directeur District Brugge A, met kantoor te 8000 Brug-ge, G. Vincke-Dujardinstraat 4 en de gewestelijk directeur, hoofd van het Contro-lecentrum Roeselare, met kantoor te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30,

eiser,

tegen

1. G. B.,

2. E. H.,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 15 juni 2010.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 23 april 2012 een conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Beide middelen

1. Artikel 334 WIB92 bepaalt dat wanneer een krachtens de artikelen 315, eer-ste en tweede lid, 315bis, eerste tot derde lid, 316 en 322 tot 324 aangezochte per-soon het beroepsgeheim doet gelden, de administratie om tussenkomst van de ter-ritoriaal bevoegde tuchtoverheid verzoekt, opdat deze zou oordelen of, en gebeur-lijk in welke mate, de vraag om inlichtingen of de overlegging van boeken en be-scheiden verzoenbaar is met het eerbiedigen van het beroepsgeheim.

2. Het WIB92 voorziet niet in een mogelijkheid van verhaal tegen de beslissing van de tuchtoverheid.

3. De beide middelen, die ervan uitgaan dat het oordeel van de tuchtoverheid kan worden aangevochten voor de fiscale rechter, falen naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 187,86 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 19 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche F. Van Volsem G. Jocqué

A. Smetryns B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Beroepsgeheim

  • Beslissing van de Tuchtoverheid

  • Verhaalsmogelijkheid