- Arrest van 19 oktober 2012

19/10/2012 - F.11.0101.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 109 van de wet van 4 augustus 1986, in werking getreden op 20 augustus 1986, dat bepaalt op welke wijze het bericht waarbij de belastingadministratie de belastingplichtige een administratieve boete oplegt, dient te worden gemotiveerd, is ook van toepassing op belastingverhogingen (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0101.N

1. G. L.,

2. M. D.,

eisers,

met als raadsman mr. Alexander Delafonteyne, advocaat bij de balie te Brugge, met kantoor te 8310 Brugge, Baron Ruzettelaan 5 bus 3,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijk directeur der directe belastingen te Brugge, met kantoor te 8000 Brugge, G. Vincke-Dujardinstraat 4,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 12 april 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 23 april 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. De appelrechters verwerpen en beantwoorden het in het middel bedoelde verweer, door te oordelen dat de wijze waarop de administratie kennis heeft ge-kregen van het feit dat een gerechtsdossier bestaat, niet het voorwerp uitmaakt van artikel 327, § 1, tweede lid, WIB92, vermits dit artikel enkel de inzage aan be-paalde wettelijke vereisten onderwerpt.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Tweede middel

2. Artikel 109 van de wet van 4 augustus 1986 bepaalt: "Telkens wanneer een belastingadministratie aan een belastingplichtige een bericht zendt, waarbij hem een administratieve boete wordt opgelegd, vermeldt dit bericht de feiten die de overtreding opleveren en de verwijzing naar de toegepaste wet- of verordenings-teksten, en geeft de motieven op die gediend hebben om het bedrag van de boete vast te stellen."

Deze bepaling is op grond van artikel 116 van dezelfde wet in werking getreden op 20 augustus 1986, de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.

3. Deze bepaling is ook van toepassing op belastingverhogingen.

4. De appelrechters hebben niet zonder schending van deze bepaling kunnen oordelen dat de aangekondigde belastingverhogingen moeten worden gemoti-veerd, maar dat het onbillijk zou zijn de Belgische Staat te straffen daar op het ogenblik van de vestiging van de aanslagen dit wettelijk niet was voorzien.

Het middel is gegrond.

Overige grieven

5. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit uitspraak doet over de belastingver-hogingen en de kosten.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt de eisers in de helft van de kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Laat de beslissing omtrent de andere helft van de kosten over aan de feitenrechter.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 213,49 euro en voor de verweerder op 314,28 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 19 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche F. Van Volsem G. Jocqué

A. Smetryns B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Belastingverhogingen

  • Bericht

  • Motiveringsverplichting