- Arrest van 19 oktober 2012

19/10/2012 - F.11.0122.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Vallen onder de bepaling van artikel 54 van het WIB92, de sommen die direct of indirect aan in belastingparadijzen gevestigde vennootschappen of inrichtingen worden betaald of toegekend, nu de in dit artikel gebezigde term "bezoldigingen voor prestaties en diensten" niet alleen geldt voor de betaling of toekenning van bezoldigingen aan werknemers, bedrijfsleiders of medewerkende echtgenote (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.


Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0122.N

KGK DIAMONDS bvba, met zetel te 2018 Antwerpen, Hoveniersstraat 2,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Administratie der di-recte belastingen, directie Antwerpen I, in de persoon van de gewestelijke direc-teur, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 2,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 14 september 2010.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 10 april 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert navolgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 54, 23, § 1, 4° en 30 tot en met 33bis, Wetboek van Inkomstenbe-lastingen 1992, gecoördineerd bij Koninklijk Besluit van 10 april 1992 en bekrachtigd bij wet van 12 juni 1992 (hierna afgekort als WIB92).

Aangevochten beslissingen

Het bestreden eindarrest: "Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond; (...) Doet het bestreden vonnis voor het overige teniet, en opnieuw recht doende, verklaart de oorspronkelijke vordering van (eiseres) ongegrond, wijst haar ervan af en veroordeelt haar tot de kosten van beide aanleggen, begroot aan de zijde van (verweerder) op zevenduizend euro (7.000,00 euro) voor rechtsplegingsvergoeding hoger beroep;"

op grond van de motieven op p. 14-15:

"2.2. Betreffende de toepassing van artikel 54 WIB92:

2.2.1. - Naar luid van artikel 54 WIB92, zoals ten deze van toepassing, worden interest, retributies voor de concessie van het gebruik van uitvindingoctrooien, fabricageprocedés en andere dergelijke rechten, of bezoldigingen voor prestaties of diensten, niet als beroepskosten aangemerkt indien zij rechtstreeks of onrechtstreeks worden betaald of toegekend aan een in artikel 227 vermelde belastingplichtige of aan een buitenlandse inrichting die krachtens de bepalingen van de wetgeving van het land waar zij gevestigd zijn, niet aan een inkomstenbelastingbelasting zijn onderworpen of voor zulke inkomsten aldaar aan een aanzienlijk gunstigere belastingregeling zijn onderworpen dan die waaraan die inkomsten in België zijn onderworpen, tenzij de belastingplichtige door alle rechtsmiddelen bewijst dat zij verband houden met werkelijke en oprechte verrichtingen en mits zij de normale grenzen niet overschrijden.

Artikel 54 WIB92, beoogt aldus de interest, retributies enz. betaald of toegekend aan de hierin bedoelde buitenlandse belastingplichtigen en inrichtingen die gevestigd zijn in een land met aanzienlijke lagere belastingdruk dan België (‘vluchtland') en die aldaar:

- ofwel zijn vrijgesteld van elke inkomstenbelasting op winst of baten van beroepswerkzaamheden, op inkomsten van leningen, obligaties, schuldvorderingen of andere titels tot vestiging van leningen of op retributies of royalty's voor de concessie van het gebruik van uitvindingoctrooien, fabricageprocedés en andere dergelijke rechten;

- ofwel over die inkomsten op zulke wijze worden, belast dat de belastingdruk die in België in beginsel zou wegen op de sommen die hun rechtstreeks of onrechtstreeks worden uitbetaald, wordt vervangen door een buitenlandse heffing die gevoelig lager is.

Onder het begrip ‘bezoldigingen voor prestaties of diensten' van artikel 54 WIB92 vallen ook de aan een buitenlandse handelsagent toegekende ‘commissies' (vgl. artikel 31, tweede lid, 1°, WIB92).

Universal Trading Company en Impex Trading Company zijn beide vennootschappen gevestigd te Hongkong en aldaar belastingplichtig. Het wordt niet betwist en door (eiseres) alleszins niet tegengesproken, noch weerlegd dat de in Hongkong gevestigde vennootschappen enkel op hun inkomsten die hun bron hebben in Hongkong worden belast, en dat er een algemene belastingvrijstelling is voor buitenlandse inkomsten. De buitenlandse inkomsten, de zogenaamde ‘offshore' inkomsten, worden aldus in Hongkong niet belast. De door (eiseres) aan en/of voor rekening van voormelde buitenlandse vennootschappen uitgekeerde commissies worden in Hongkong als buitenlandse inkomsten beschouwd en worden aldaar niet belast.

Uit de samenhang van de bepalingen van artikel 54 WIB92 dient te worden afgeleid dat de kwestieuze commissies niet als aftrekbare beroepskosten kunnen worden aangemerkt wanneer zij (...) in het land van de begunstigde vrijgesteld zijn van inkomstenbelasting (...)"

Grieven

1. Artikel 54 WIB92 bepaalt: "Interest, retributies voor de concessie van het gebruik van uitvindingoctrooien, fabricageprocedés en andere dergelijke rechten, of bezoldigingen voor prestaties of diensten, worden niet als beroepskosten aangemerkt indien zij rechtstreeks of onrechtstreeks worden betaald of toegekend aan een in artikel 227 vermelde belastingplichtige of aan een buitenlandse inrichting die krachtens de bepalingen van de wetgeving van het land waar zij gevestigd zijn, niet aan een inkomstenbelastingbelasting zijn onderworpen of voor zulke inkomsten aldaar aan een aanzienlijk gunstigere belastingregeling zijn onderworpen dan die waaraan die inkomsten in België zijn onderworpen, tenzij de belastingplichtige door alle rechtsmiddelen bewijst dat zij verband houden met werkelijke en oprechte verrichtingen en mits zij de normale grenzen niet overschrij-den."

Enkel "bezoldigingen voor prestaties of diensten" zijn geviseerd door deze bepaling, hetzij dit alleen de beroepsinkomsten zijn die in artikel 23, § 1, 4° WIB92 gedefinieerd worden, nader omschreven worden in de artikelen 30 tot en met 33bis WIB92 en betaald of toegekend worden aan werknemers, bedrijfsleiders of medewerkende echtgenoten.

2. De appelrechters stellen vast op p. 15: "Universal Trading Company en Impex Trading Company zijn beide vennootschappen gevestigd te Hongkong en aldaar belastingplichtig."

Het blijkt hieruit dat de litigieuze commissies die aan deze buitenlandse vennootschappen betaald of toegekend werden, het niet werden aan een werknemer, bedrijfsleider of medewerkende echtgenote.

3. Hieruit volgt dat het bestreden arrest onwettig beslist dat de kwestieuze commissies niet als beroepskosten kunnen worden aangemerkt omdat artikel 54 WIB92 zich daartegen verzet, nu commissies aan vennootschappen door die bepaling niet geviseerd zijn (schending van artikel 54 WIB92), maar wel "bezoldigingen" en die moeten, krachtens de betekenis van die term in het WIB92, betaald of toegekend worden aan een werknemer, bedrijfsleider of medewerkende echtgenote (schending van de artikelen 23, § 1, 4° en 30 tot en met 33bis WIB92).

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Overeenkomstig artikel 54 WIB92 worden interest, retributies voor de con-cessie van het gebruik van uitvindingoctrooien, fabricageprocédés en andere der-gelijke rechten, of bezoldigingen voor prestaties of diensten, niet als beroepskos-ten aangemerkt indien zij rechtstreeks of onrechtstreeks worden betaald of toege-kend aan een in artikel 227 vermelde belastingplichtige of aan een buitenlandse inrichting die krachtens de bepalingen van de wetgeving van het land waar zij ge-vestigd zijn, niet aan een inkomstenbelasting zijn onderworpen of voor zulke in-komsten aldaar aan een aanzienlijk gunstigere belastingregeling zijn onderworpen dan die waaraan die inkomsten in België zijn onderworpen, tenzij de belasting-plichtige door alle middelen van recht bewijst dat zij verband houden met werke-lijke en oprechte verrichtingen en mits zij de normale grenzen niet overschrijden.

Artikel 227 WIB92 viseert als belastingplichtige zowel niet-rijksinwoners als bui-tenlandse vennootschappen.

2. Voor de toepassing van artikel 54 WIB92 kunnen de "bezoldigingen voor prestaties of diensten" bedoeld in artikel 54 WIB92 dan ook aan buitenlandse vennootschappen of inrichtingen worden betaald of toegekend.

Anders dan het middel aanvoert, geldt de term "bezoldigingen voor prestaties en diensten" dus niet alleen voor de betaling of toekenning van bezoldigingen aan werknemers, bedrijfsleiders of medewerkende echtgenote. De sommen die direct of indirect aan in belastingparadijzen gevestigde vennootschappen worden betaald of toegekend, vallen eveneens onder die bepaling.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 444,44 euro en voor de verweerder op 150,27 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 19 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

F. Van Volsem

G. Jocqué

A. Smetryns

B. Deconinck

E. Dirix

Vrije woorden

  • Betalingen aan vennootschappen gevestigd in belastingparadijzen