- Arrest van 23 oktober 2012

23/10/2012 - P.12.0299.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De bijzondere bewijswaarde van het proces-verbaal als bedoeld in artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet, strekt zich alleen uit tot de feitelijke vaststellingen die door de bevoegde persoon gedaan worden en niet tot de waarachtigheid van de opgenomen verklaringen of de echtheid van de feiten die hem meegedeeld worden (1). (1) Zie: Cass. 6 juni 1966, Pas. 1966, I, 1269.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0299.N

A.-A. E. C. G. G.,

beklaagde,

eiseres,

met als raadman mr. Johan Greeve, advocaat bij de balie te Antwerpen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Gent van 12 januari 2012.

De eiseres voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van "het Verdrag van Rome tot bescher-ming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden", artikel 149 Grondwet en artikel 62 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis oordeelt dat de ei-seres het bewijs niet levert dat de door de verbalisanten in hun proces-verbaal ge-dane vaststellingen niet met de werkelijkheid overeenstemmen, daar haar verweer een manifeste valsheid in geschrifte impliceert die niet bewezen is bij gebrek aan klacht; de afwezigheid van klacht laat nochtans niet toe af te zien van een onder-zoek naar de geloofwaardigheid van het proces-verbaal.

2. In zoverre het middel de schending aanvoert van alle bepalingen van het EVRM, zonder te preciseren hoe en waarom deze geschonden zijn, is het niet ont-vankelijk bij gebrek aan nauwkeurigheid.

3. Een onjuiste motivering levert geen motiveringsgebrek op.

In zoverre het middel schending van artikel 149 Grondwet aanvoert daar de moti-vering niet correct is, faalt het naar recht.

4. Artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt: "De overheidspersonen die door de Koning worden aangewezen om toezicht te houden op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, stellen de overtredingen vast door proces-sen-verbaal die bewijskracht hebben zolang het tegendeel niet is bewezen."

5. De bijzondere bewijswaarde van een dergelijk proces-verbaal strekt zich al-leen uit tot de feitelijke vaststellingen die door de bevoegde persoon gedaan wor-den en niet tot de waarachtigheid van de opgenomen verklaringen of de echtheid van de feiten die hen meegedeeld worden.

In zoverre het middel ervan uitgaat dat die bijzondere bewijswaarde zich ook uit-strekt tot de inhoud van het verhoorblad, faalt het evenzeer naar recht.

6. De rechter oordeelt onaantastbaar over de bewijswaarde van de hem regel-matig overgelegde gegevens, daarin begrepen de verklaringen van een verdachte afgelegd door middel van een aangekruist voorgedrukt verhoorblad. Hij kan de ontkentenis door de verdachte van de waarachtigheid van het afleggen van die verklaringen of de bewering dat die verklaringen na de ondertekening ervan wer-den gemanipuleerd, als ongeloofwaardig verwerpen op grond van het feit dat die verdachte nooit klacht wegens valsheid in geschrifte heeft ingediend.

7. Met betrekking tot het afleggen van een tweede ademanalyse oordeelt het bestreden vonnis: "De [eiseres] toont niet aan dat het verhoorblad, voor zover daarbij welbepaalde verklaringen werden aangekruist, na haar ondertekening door de verbalisanten werd aan- of ingevuld in die mate dat slechts na de ondertekening een specifieke verklaring werd aangekruist. Dit zou een manifeste valsheid impliceren, terwijl de rechtbank moet vaststellen dat de [eiseres] hiervoor nochtans tot op heden geen enkele klacht heeft neergelegd tegen de verbalisanten. Dit maakt iedere bewering omtrent de beweerde manipulatie, na de ondertekening des te meer ongeloofwaardig." Aldus is de beslissing naar recht verantwoord.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 67,32 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 23 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

E. Francis A. Bloch

F. Van Volsem

L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Bewijswaarde van het proces-verbaal opgesteld door een bevoegd persoon