- Arrest van 25 oktober 2012

25/10/2012 - C.11.0609.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De artikelen 7, §§ 1 tot 3, en 2, 8°, van het Waals decreet van 27 juni 1996 zijn niet van toepassing op het achterlaten door een privépersoon van een doos met papier en reclame op de openbare weg, wat krachtens de artikelen 59 en 63 van het gemeentelijk politiereglement strafbaar is; daardoor hoeft het proces-verbaal van vaststelling van dat feit niet aan de procureur des Konings te worden toegestuurd.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0609.F

STAD LA LOUVIÈRE,

Mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

O. P.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het in laatste aanleg gewezen vonnis van de politierechtbank te Bergen van 21 oktober 2010.

Raadsheer Didier Batselé heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert een middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 7 en 51 van het Waals decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen;

- artikel 119bis, inzonderheid § 7, 8 en 8bis, van de nieuwe gemeentewet, gecodifi-ceerd bij koninklijk besluit van 24 juni 1988.

Aangevochten beslissingen

Het bestreden vonnis verklaart verweerders [beroep] ontvankelijk en gegrond, doet de [betwiste administratieve] beslissing teniet en veroordeelt de eiseres in de kosten, die teruggebracht zijn op 150 euro; het baseert die beslissing op de onderstaande redenen:

"In artikel 59 van het gemeentereglement wordt onder meer als sluikstorten aan-gemerkt, het plaatsen van de conforme recipiënten, met afval erin, buiten de vastgestelde uren en dagen;

(...) Het gelaakte feit is een overtreding van de artikelen 59 en 63 van het gemeentereglement van de stad La Louvière;

Artikel 59, dat in zijn geheel is weergegeven in de betwiste beslissing, heeft be-trekking op sluikstorten en artikel 63, dat eveneens in zijn geheel is weergegeven verbiedt ‘de déposer, de faire déposer, d'abandonner des déchets ménagers [...] ou toute autre chose ou tout objet sur la voie publique ou tout autre lieu public, sauf ceux qui sont prévus à cet effet' ;

[De verweerder] voert aan dat artikel 7 van het decreet van de Waalse gewestraad van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen verbiedt afvalstoffen achter te laten, te lozen of te hanteren zonder de wettelijke en verordeningsbepalingen in acht te nemen; op niet-naleving daarvan staan strafsancties (de artikelen 51 en volgende);

Hij leidt daaruit af dat de gelaakte overtredingen gemengde inbreuken zijn en dat de GAS-ambtenaar bijgevolg slechts een administratieve geldboete kon opleggen ingeval de procureur des Konings, binnen twee maanden beslist heeft het ten laste gelegde feit niet te vervolgen;

Die bewering houdt steek, aangezien artikel 119bis, § 8bis, van de nieuwe gemeentewet vermeldt: ‘indien buiten de gevallen van samenloop vermeld in § 7, een feit zowel een strafrechtelijke als een administratiefrechtelijke inbreuk vormt, dient te worden gehandeld volgens de procedures die gelden voor inbreuken bedoeld in de artikelen van boek II, titel X van het Strafwetboek en de artikelen 526, 537 en 545 van het Strafwetboek';

Die procedures zijn vastgelegd in artikel 119bis, § 7, 1°, en § 8, tweede lid;

In deze zaak werd het proces-verbaal van vaststelling niet overgezonden aan de procureur des Konings maar uitsluitend aan de GAS-ambtenaar", zodat "de betwiste beslissing onwettig is" en "het beroep gegrond verklaard moet worden".

Grieven

Artikel 59 van gemeentelijk politiereglement van de eiseres, waarvan de tekst geciteerd wordt in de beslissing van de GAS-ambtenaar van 14 mei 2009, luidt als volgt:

"Le dépôt clandestin

Sont considérés comme dépôts clandestins sur la voie publique ou les endroits privés accessibles au public :

- les récipients non conformes contenant des déchets, ne respectant pas les articles 49 à 56 ;

- les récipients conformes, contenant des déchets, déposés en dehors des heures et jours prévus conformément aux articles 45 et 46 du présent règlement ;

- tous récipients ou caisses en carton (conformes ou non) contenant des déchets, en dehors des lieux de ramassage prévus, tels qu'ils sont définis à l'article 46 du présent règlement".

Anderdeels bepaalt artikel 63 van dat politiereglement, zoals het wordt aangehaald in de beslissing van de GAS-ambtenaar:

"Dépôt dans les lieux et sur la voie publique

Il est interdit de déposer, de faire déposer, d'abandonner ou de faire abandonner des déchets ménagers, des matériaux de démolition, des épaves ou toute chose ou tout objet sur la voie publique ou tout autre lieu public, sauf ceux qui sont prévus à cet effet par autorisation spéciale, telles que, par exemple, les autorisations relatives aux emplacements de conteneurs".

Het bestreden vonnis stelt vast dat de aan de verweerder ten laste gelegde gedra-ging die bepalingen van het politiereglement schendt en dat hem daarvoor een administratieve geldboete werd opgelegd.

Dezelfde gedraging kan tegelijkertijd een inbreuk zijn op het gemeentelijk politiereglement, waarop een administratieve sanctie staat, én een strafrechtelijke overtreding, waarop een strafsanctie staat.

Het beginsel "non bis idem" staat echter eraan in de weg dat dezelfde inbreuk twee maal bestraft wordt, eerst met een administratieve sanctie en vervolgens met een strafsanctie. De regels die de wetgever heeft uitgewerkt om die dubbele sanctie te voorkomen, variëren naargelang van de ernst van de inbreuk.

Die regels zijn vastgelegd in artikel 119bis, § 7, 1°, en § 8, tweede lid, van de nieuwe gemeentewet, dat van toepassing is wanneer de feiten die zowel een administratiefrechtelijke inbreuk als een overtreding van de daarin vermelde bepa-lingen van het Strafwetboek vormen ("gemengde" inbreuk). Bij een dergelijke gemengde inbreuk, moet het origineel van de vaststelling uiterlijk binnen de maand na de vaststelling worden toegestuurd aan het parket van de procureur des Konings. Bij gebreke hieraan kan geen enkele administratieve sanctie worden op-gelegd.

Paragraaf 8bis van artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet, waarvan het bestreden vonnis zegt dat het voor deze zaak geldt, heeft betrekking op de gevallen van samenloop die zich kunnen voordoen naast die welke worden vermeld in pa-ragraaf 7. Pro memorie, die bepaling luidt als volgt: "Indien buiten de gevallen van samenloop vermeld in § 7, een feit zowel een strafrechtelijke als een admini-stratiefrechtelijke inbreuk vormt, dient te worden gehandeld volgens de procedures die gelden voor inbreuken bedoeld in de artikelen van boek II, titel X van het Strafwetboek en de artikelen 526, 537 en 545 van het Strafwetboek".

Artikel 7, § 1, van het Waals decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen bepaalt: "Het is verboden afvalstoffen achter te laten, te lozen of te hanteren zonder de wettelijke en verordeningsbepalingen in acht te nemen". Paragraaf 2 van dat decreet luidt als volgt: "Elke producent of houder van afvalstoffen moet ze beheren of laten beheren op een wijze die de schadelijke invloed ervan op water, lucht, bodem, flora en fauna beperkt, geluids- en reukhinder voorkomt en, meer algemeen, geen schade aan het milieu noch aan de gezondheid van de mens berokkent". Voorts bepaalt paragraaf 3: "Afvalstoffen worden hetzij beheerd door de afvalstoffenproducent, hetzij afgestaan aan een persoon of aan een inrichting die over een vergunning beschikt of aangegeven is voor het beheer ervan".

Onder het opschrift ‘Straffen' bepaalt artikel 51 van voornoemd Waals decreet dat er een overtreding van tweede categorie in de zin van deel VIII van het decretaal gedeelte van Boek I van het Milieuwetboek wordt begaan door de overtreder van de artikelen 3, § 1 en 2, 6, 7, § 1, 2 en 5, 8, 10, 14, 19, § 3, en 23 van het decreet of van de maatregelen genomen met het oog op de uitvoering ervan..

Voornoemd artikel 7 staat vermeld onder hoofdstuk III, "Preventie en beperking van hinder bij het afvalbeheer", afdeling 1. "Gemeenschappelijke bepalingen". Die bepaling komt voor in een afdeling betreffende het afvalstoffenbeheer, de regels en technieken voor afvalbeheer, de procedures betreffende erkenning en registratie. Zij heeft echter niets te maken met de toestand waarvoor de verweerder een administratieve geldboete opgelegd kreeg (namelijk het achterlaten van een doos met afval op de openbare weg door een privépersoon) en waarop de artikelen 59 en 63 van het politiereglement van de eiseres doelen.

Daaruit volgt dat het bestreden vonnis, dat de beslissing van de GAS-ambtenaar tenietdoet op grond dat het proces-verbaal van vaststelling niet aan de procureur des Konings werd toegestuurd, zijn beslissing niet naar recht verantwoordt en ar-tikel 119bis, § 7, 8 en 8bis, van de nieuwe gemeentewet schendt, in zoverre de inbreuk die ten laste [van de] verweerder werd vastgesteld, en waarop de artikelen 59 en 63 van het algemeen politiereglement van de [eiseres] doelen, niet tegelij-kertijd een strafrechtelijke inbreuk vormde in de zin van de artikelen 7 en 51 van het decreet van het Waalse Gewest van 27 juni 1996 (schending van de artikelen 7 en 51 van het Waals decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen).

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Artikel 7 van het Waals decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, zo-als het van toepassing is op het geschil, bepaalt in paragraaf 1, dat het verboden is afvalstoffen achter te laten, te lozen of te hanteren zonder de wettelijke en veror-deningsbepalingen in acht te nemen, en in paragraaf 2, dat elke producent of hou-der van afvalstoffen ze moet beheren of laten beheren op een wijze die de schade-lijke invloed ervan op water, lucht, bodem, flora en fauna beperkt, geluids- en reukhinder voorkomt en, meer algemeen, geen schade aan het milieu noch aan de gezondheid van de mens berokkent, en, in paragraaf 3, dat afvalstoffen hetzij worden beheerd door de afvalstoffenproducent, hetzij afgestaan aan een persoon of aan een inrichting die over een vergunning beschikt of aangegeven is voor het beheer ervan.

Die bepalingen staan vermeld onder hoofdstuk III van het decreet, met als op-schrift Preventie en beperking van hinder bij het afvalbeheer, en de paragrafen 1 en 2 vermelden de inbreuken waarop strafsancties staan krachtens artikel 51 van het decreet

Artikel 2, 8°, van dat decreet geeft de volgende omschrijving van het begrip be-heer: inzameling, vervoer, nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen, alsmede het toezicht op de sites voor afvalverwijdering of nuttige toepassing en hun sanering na sluiting.

Uit de voornoemde artikelen 7, § 1 tot 3, en 2, 8°, volgt dat ze niet van toepassing zijn op het achterlaten door een privépersoon van een doos met papier en reclame op de openbare weg, wat krachtens de artikelen 59 en 63 van het politiereglement van de eiseres strafbaar is.

Het bestreden vonnis, dat overweegt dat een dergelijk aan de verweerder verweten feit zowel een strafrechtelijke overtreding als een administratiefrechtelijke inbreuk vormt en dat, bijgevolg, het proces-verbaal van vaststelling van dat feit aan de procureur des Konings toegestuurd had moeten worden krachtens artikel 119bis, § 8bis, van de nieuwe gemeentewet, verantwoordt niet naar recht zijn beslissing om de beslissing van de GAS-ambtenaar teniet te doen op grond dat genoemd proces-verbaal uitsluitend aan die ambtenaar werd overgezonden.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis, behalve in zoverre dat het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de politierechtbank te Charleroi.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 25 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Eric Stassijns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Waals decreet betreffende de afvalstoffen

  • Verbod afval achter te laten

  • Toepassingsgebied

  • Proces-verbaal