- Arrest van 30 oktober 2012

30/10/2012 - P.12.0733.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Eens een partij de veroordeling tot betaling van een dwangsom heeft gevorderd, blijft die vordering gelden gedurende de gehele rechtspleging, behoudens wijziging of verzaking; de wijziging van de hoofdvordering heeft niet tot gevolg dat aan de vordering tot veroordeling tot betaling van een dwangsom, die strekt tot de uitvoering van de hoofdveroordeling, wordt verzaakt (1). (1) Cass. 16 nov. 1999, AR P.97.1655.N, AC 1999, nr. 608.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0733.N

E A R G D C,

beklaagde,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 16 maart 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 1385bis Gerechtelijk Wetboek en artikel 16.6.6 van het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid: het arrest verbindt ten onrechte het opleggen van een dwang-som aan de uitgesproken herstelmaatregel; de rechter kan enkel een dwangsom opleggen als die door een procespartij wordt gevorderd; anders dan met de op de rechtszitting van 26 januari 2012 ingediende herstelvordering, vorderde het open-baar ministerie met de op 17 februari 2012 ingediende herstelvordering geen dwangsom; die laatste gewijzigde herstelvordering is nochtans de enig geldende herstelvordering, zodat geen dwangsom kon worden opgelegd.

2. De rechter kan krachtens artikel 1385bis, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek op vordering van één der partijen de wederpartij veroordelen tot betaling van een geldsom, dwangsom genaamd, voor het geval dat aan de hoofdveroordeling niet wordt voldaan.

Eens een partij de veroordeling tot betaling van een dwangsom heeft gevorderd, blijft die vordering gelden gedurende de gehele rechtspleging, behoudens wijzi-ging of verzaking. De wijziging van de hoofdvordering heeft niet tot gevolg dat aan de vordering tot veroordeling tot betaling van een dwangsom, die strekt tot de uitvoering van de hoofdveroordeling, wordt verzaakt.

3. Het openbaar ministerie heeft op de rechtszitting van 26 januari 2012 een vordering ingediend strekkende tot veroordeling van de eiser tot herstel in de oor-spronkelijke toestand van het leefmilieu door het bekostigen van een wettig kweek- of herstelprogramma van elf buizerds en een havik met het oog op het te-rug in de natuur vrijlaten van deze vogels binnen de termijn van drie jaar na het in kracht van gewijsde treden van het arrest en dit onder verbeurte van een dwang-som van 100 euro per dag vertraging na het verstrijken van deze termijn.

Op de rechtszitting van 17 februari 2002 heeft het openbaar ministerie een gewij-zigde vordering ingediend strekkende tot veroordeling van de eiser tot de onder-steuning van het herstel van de populaties van bepaalde roofvogels in het leefmili-eu door het bekostigen van een herstelprogramma van overheidswege georgani-seerd of via een of meerdere erkende vogelopvangcentra van in hoofdorde elf bui-zerds en een havik of in ondergeschikte orde eenzelfde aantal gelijkwaardige en andere roofvogels met het oog op het terug in de natuur vrijlaten van deze roofvo-gels, binnen de termijn van drie jaar na het in kracht van gewijsde treden van het arrest.

4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het openbaar ministerie heeft verzaakt aan de in de herstelvordering van 26 januari 2012 vervatte vordering tot veroordeling tot het betalen van een dwangsom. De appelrechters konden dan ook de eiser veroordelen tot de betaling van een dwang-som ter voldoening van de herstelmaatregel zoals opgenomen in de op 17 februari 2012 ingediende vordering.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen werden in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 101,81 euro.

F. Adriaensen

P. Hoet A. Bloch

F. Van Volsem

L. Van hoogenbemt P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openba-re rechtszitting van 30 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bij-stand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Vordering tot betaling van dwangsom

  • Geldigheidsduur