- Arrest van 30 oktober 2012

30/10/2012 - P.12.0797.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 60 Strafwetboek volgt dat de rechter, indien hij voor meerdere wanbedrijven onderscheiden straffen oplegt, hij in voorkomend geval de hoofd- en bijkomende straffen moet herleiden tot het dubbele van het maximum dat is bepaald voor het wanbedrijf waarop de zwaarste straf is gesteld, behoudens in geval de wet anders bepaalt (1). (1) Cass. 12 juni 2012, AR P.12.0573.N, AC 2012, nr. 380.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0797.N

D E J V D,

beklaagde, aangehouden,

eiser.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis nr. 624 in hoger beroep van de cor-rectionele rechtbank te Brugge van 9 maart 2012.

De eiser voert geen middel aan.

Afdelingsvoorzitter Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepaling

- artikel 60 Strafwetboek;

- artikel 69bis Wegverkeerswet.

1. Artikel 60 Strafwetboek bepaalt dat bij samenloop van verscheidene wanbe-drijven alle straffen worden opgelegd, zonder dat zij evenwel het dubbele van het maximum van de zwaarste straf mogen te boven gaan.

2. Uit die bepalingen volgt dat de rechter, indien hij voor meerdere wanbedrij-ven onderscheiden straffen oplegt, hij in voorkomend geval de hoofd- en bijko-mende straffen moet herleiden tot het dubbele van het maximum dat is bepaald voor het wanbedrijf waarop de zwaarste straf is gesteld, behoudens in geval de wet anders bepaalt.

3. Het bestreden vonnis veroordeelt de eiser voor de telastleggingen:

- A en B tot een hoofdgevangenisstraf van 6 maanden en een geldboete van 200 euro;

- C tot een geldboete van 75 euro;

- D tot een geldboete van 400 euro;

- E tot een hoofdgevangenisstraf van 1 jaar en een geldboete van 500 euro;

- F, G en H tot een hoofdgevangenisstraf van 6 maanden en een geldboete van 200 euro;

- I tot een geldboete van 500 euro;

- J tot een hoofdgevangenisstraf van 1 jaar en een geldboete van 500 euro;

- K tot een geldboete van 500 euro;

- L, M en N tot een geldboete van 100 euro;

- O tot een geldboete van 50 euro;

- P en Q tot een hoofdgevangenisstraf van 6 maand en een geldboete van 200 euro;

- R en S tot een hoofdgevangenisstraf van 1 jaar en een geldboete van 500 euro;

- T en U tot een gevangenisstraf van 6 maanden en een geldboete van 200 euro;

- V en W tot een hoofdgevangenisstraf van 1 jaar en een geldboete van 500 euro;

hetzij in het totaal 6 jaar hoofdgevangenisstraf en 4.425 euro geldboete.

4. Het maximum van de zwaarste straf voor deze wanbedrijven wordt bepaald door het op de telastleggingen E, J, S en W toepasselijke artikel 48, 1°, Wegver-keerswet en bedraagt 1 jaar hoofdgevangenisstraf en 2.000 euro. De appelrechters die de door hen voor de vermelde wanbedrijven uitgesproken hoofdgevangenis-straffen en geldboetes niet herleiden tot het dubbel van het maximum van 1 jaar hoofdgevangenisstraf en 2.000 euro geldboete, schenden artikel 60 Strafwetboek.

5. Het bestreden vonnis veroordeelt de eiser voor de telastleggingen

- D tot een vervangende vervallenverklaring van het recht tot het besturen van een motorvoertuig van 1 maand;

- E tot een vervangende vervallenverklaring van het recht tot het besturen van een motorvoertuig van 1 maand;

- I tot een vervangende vervallenverklaring van het recht tot het besturen van een motorvoertuig van 1 maand;

- J tot een vervangende vervallenverklaring van het recht tot het besturen van een motorvoertuig van 1 maand;

- K tot een vervangende vervallenverklaring van het recht tot het besturen van een motorvoertuig van 1 maand;

- L, M en N tot een vervangende vervallenverklaring van het recht tot het bestu-ren van een motorvoertuig van 15 dagen;

- R en S tot een vervangende vervallenverklaring van het recht tot het besturen van een motorvoertuig van 1 maand;

- V en W: tot een vervangende vervallenverklaring van het recht tot het besturen van een motorvoertuig van 1 maand;

hetzij in het totaal voor 7 maanden en 15 dagen vervangende vervallenverklarin-gen van het recht tot het besturen van een motorvoertuig.

6. Artikel 69bis Wegverkeerswet bepaalt het maximum van een vervangend verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig op 1 maand. De appel-rechters die de voor deze in de Wegverkeerswet bepaalde wanbedrijven uitge-sproken vervangende vervallen tot het recht van het besturen van een motorvoer-tuig niet herleiden tot het dubbel van het maximum van 1 maand, schenden artikel 60 Strafwetboek.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing voor het overige

7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het totaal van de uitgesproken hoofd-gevangenisstraffen en geldboetes de 2 jaar hoofdgevangenisstraf en 4.000 euro geldboete te boven gaat en in zoverre het totaal van de uitgesproken vervangende vervallen van het recht tot het besturen van een motorvoertuig de 2 maanden te boven gaat.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt de eiser tot vier vijfden van de kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat.

Zegt dat er geen grond is tot verwijzing.

Bepaalt de kosten op 104,94 euro.

F. Adriaensen

P. Hoet A. Bloch

F. Van Volsem

L. Van hoogenbemt P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openba-re rechtszitting van 30 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bij-stand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Herleiding van de hoofd- en bijkomende straffen