- Arrest van 30 oktober 2012

30/10/2012 - P.12.0330.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer ambtenaren van het FAVV bijstand verlenen aan officieren van gerechtelijke politie die in het kader van een gerechtelijk onderzoek in uitvoering van een door de onderzoeksrechter uitgevaardigde huiszoekingsbevel een huiszoeking verrichten kunnen zij krachtens hun autonome bevoegdheid de inbreuken op de wetgeving die binnen de perken van hun bevoegdheid vallen bij die gelegenheid vaststellen en daarvan een aanvankelijk proces-verbaal opstellen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0330.N

I

A J M G,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Frank Janssen, advocaat bij de balie te Turnhout.

II

J A L G,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Lutgart Gillis, advocaat bij de balie te Dendermonde.

III

G bvba,

beklaagde,

eiseres,

met als raadsman mr. Freddy Mols, advocaat bij de balie te Turnhout.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Ant-werpen, correctionele kamer, van 11 januari 2012.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen

1. Het arrest spreekt de eisers vrij van de telastleggingen D, E.II (voorschriften inzake exploitatie) en F.

In zoverre tegen die beslissing gericht, zijn de cassatieberoepen, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk.

Middel

2. Het middel voert schending aan van de artikelen 6 en 8 EVRM en artikel 15 Grondwet, alsmede miskenning van het recht op privé-leven en het recht op een eerlijk proces.

Eerste onderdeel

3. Het onderdeel voert aan dat het arrest ten onrechte oordeelt dat de aan de Federale Gerechtelijke Politie Mechelen (hierna FGP) verleende bijstand van de ambtenaren van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (hierna FAVV) en hun vaststellingen verantwoord zijn en niet het gevolg zijn van een overschrijding van de draagwijdte van het afgeleverde huiszoekingsbevel of van een bevoegdheidsoverschrijding; het huiszoekingsbevel beoogde het opsporen en in beslag nemen van alle zaken die kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen omtrent het misdrijf valsheid in geschrifte, valsheid in informatica, ge-bruik van valse stukken en oplichting; de reden van de bijstand van het FAVV was, zoals blijkt uit het proces-verbaal n° 105571/2009 van 8 december 2009, in-breuken in verband met de veiligheid van de voedselketen vast te stellen; tijdens de huiszoeking deden de ambtenaren van het FAVV alleen vaststellingen in ver-band met de aanwezigheid van gezondheidsmerken op het aangetroffen vlees, hy-giënische voorschriften en kwaliteit van het vlees; er was dan ook geen sprake van toevallige vaststellingen van nieuwe feiten en de hiermee gepaarde gaande inbe-slagnames, die gedaan werden tijdens een regelmatige huiszoeking, aangevangen met een ander doel; de aanwezigheid van de ambtenaren van het FAVV bij de huiszoeking was niet verantwoord en hun vaststellingen zijn de perken van het huiszoekingsbevel te buiten gegaan; hun vaststellingen en inbeslagnames in ver-band met de inbreuken op de veiligheid van de voedselketen zijn dan ook verkre-gen in strijd met het recht op privé-leven en het recht op een eerlijk proces.

4. Bij het uitvoeren van een door de onderzoeksrechter bevolen huiszoeking, kunnen de officieren van gerechtelijke politie die daarmede belast zijn, zich laten bijstaan door opsporingsambtenaren met een bijzondere bevoegdheid wanneer hun aanwezigheid verantwoord is door de aard van de op te sporen misdrijven. De aanwezigheid van die ambtenaren tijdens de huiszoeking vindt plaats in uitvoering van het huiszoekingsbevel. Zij is regelmatig en levert geen schending op van ar-tikel 8 EVRM.

5. De rechter oordeelt onaantastbaar of de aanwezigheid van dergelijke ambte-naren die bijstand verlenen aan de officieren van gerechtelijke politie, verband houdt met de aard der misdrijven die het voorwerp uitmaken van het huiszoe-kingsbevel en de perken van dit huiszoekingsbevel overschrijdt.

6. Het arrest oordeelt: "De bijstand door het FAVV was verantwoord gelet op de aard van het onderzoek 2007/016 dat betrekking had op fraude met vlees en meer bepaald met het opstellen van valse stukken door het manipuleren van het vermelde gewicht wat de traceerbaarheid van het vlees bemoeilijkt. (...) Bovendien wordt in [het] proces-verbaal [van 8 december 2009 van de FGP Mechelen] de bijstand van de leden van het FAVV duidelijk gekoppeld aan de problematiek van het meergewicht waardoor de bijstand zonder twijfel gerelateerd is aan het gerechtelijk onderzoek dat op dat ogenblik gevoerd werd door de FGP Mechelen."

Het onderdeel dat aanvoert dat de aanwezigheid van de ambtenaren van het FAVV bij de huiszoeking niet verantwoord was, komt op tegen dat oordeel of verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is.

In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk.

7. Artikel 4, § 3, 7°, van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van een Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (hierna Wet FAVV), bepaalt dat het Agentschap bevoegd is voor het toezicht en de naleving van de wetgeving betreffende alle schakels van de voedselketen.

Artikel 5 van dezelfde wet vermeldt de wetten waarvoor het FAVV bevoegd is.

Artikel 3, § 4, van het Koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisa-tie van de controles die worden uitgevoerd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepa-lingen, genomen in uitvoering van de Wet FAVV, bepaalt dat de door de minis-ter tot wiens bevoegdheid de volksgezondheid behoort aangewezen statutaire en contractuele ambtenaren de inbreuken op de bepalingen van de Wet FAVV en de uitvoeringsbesluiten ervan, op de bepalingen van de wetten vermeld in artikel 5 van die wet en op de bepalingen van de verordeningen en beschikkingen van de Europese Unie en die behoren tot de bevoegdheden van het FAVV, opsporen en vaststellen in processen-verbaal die gelden tot het tegendeel bewezen is.

8. Uit deze bepalingen volgt dat de voormelde ambtenaren van het FAVV een autonome bevoegdheid hebben om de inbreuken op onder meer de wetten ver-meld in artikel 5 van de Wet FAVV op te sporen en vast te stellen.

9. Hieruit volgt dat ook wanneer van het FAVV bijstand verlenen aan de offi-cieren van gerechtelijke politie die in het kader van een gerechtelijk onderzoek in uitvoering van een door de onderzoeksrechter uitgevaardigde huiszoekingsbevel een huiszoeking verrichten, zij krachtens hun autonome bevoegdheid de inbreuken op de wetgeving die binnen de perken van hun bevoegdheid vallen bij die gelegenheid kunnen vaststellen en daarvan een aanvankelijk proces-verbaal kunnen opstellen. Hierdoor is het recht op een eerlijk proces geenszins miskend.

10. Het arrest oordeelt: "Nu vaststaat dat de aanwezigheid van de ambtenaren van het FAVV gewettigd was, zijn ook de toevallige vaststellingen van nieuwe feiten en de hiermee gepaard gaande inbeslagnames die gedaan werden tijdens deze regelmatige huiszoeking die echter met een ander doel was aangevangen geldig. Wanneer tijdens een huiszoeking andere misdrijven aan het licht komen dan deze waarop de huiszoeking betrekking had, zijn deze vaststellingen geldig in zoverre die het voorwerp van de huiszoeking of de grenzen van het huiszoekingsbevel te buiten gingen." Aldus is de beslissing naar recht verantwoord.

In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

11. Het onderdeel voert aan dat het arrest ten onrechte oordeelt dat er redenen zijn noch om de vaststellingen van het FAVV uit het debat te weren, noch om de strafvordering onontvankelijk te verklaren, terwijl het bewijs verkregen uit een onregelmatige huiszoeking uit het debat moet worden geweerd, omdat het recht op een eerlijk proces werd miskend; de FGP Mechelen heeft zich opzettelijk laten bijstaan door ambtenaren van het FAVV, met als doel inbreuken op de voedsel-veiligheid te doen vaststellen; deze inbreuken zijn maar aan het licht kunnen ko-men door gebruik te maken van een huiszoekingsbevel dat met een ander doel was uitgevaardigd; de strafvordering voor de inbreuken op de voedselveiligheid is maar kunnen ontstaan door miskenning van de grenzen van het huiszoekingsbevel en van het recht op een eerlijk proces, zodat alle gemaakte vaststellingen ab initio onrechtmatig zijn en de strafvordering onontvankelijk is, minstens alle onwettige of onrechtmatige bewijzen dienen te worden geweerd, samen met de elementen die er het gevolg van zijn.

12. Het onderdeel is geheel afgeleid uit de in het eerste onderdeel vergeefs aan-gevoerde onwettigheid.

Het onderdeel is niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoepen.

Bepaalt de kosten in het geheel op 211,71 euro waarvan de eisers I, II en III elk 70,57 euro verschuldigd zijn.

F. Adriaensen

P. Hoet A. Bloch

F. Van Volsem

L. Van hoogenbemt P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openba-re rechtszitting van 30 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bij-stand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Gerechtelijk onderzoek

  • Officieren van gerechtelijke politie

  • Huiszoeking

  • Bijstand door ambtenaren van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

  • Vaststelling van inbreuken

  • Wijze