- Arrest van 31 oktober 2012

31/10/2012 - P.12.0790.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De eigen schade van de overlevende ouder kan bestaan in de noodzaak om voortaan alleen de financiële last te dragen van het onderhoud en de opvoeding van het minderjarige kind dat hij uit zijn huwelijk met de overleden ouder heeft (1). (1) Zie Cass. 23 maart 2005, AR P.04.1554.F, AC 2005, nr. 183.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0790.F

S. W., in eigen naam en in de hoedanigheid van wettelijk beheerster van de goe-deren van haar minderjarige zoon B. C.,

Mrs. Cédric Bernes, advocaat bij de balie te Namen, en Fanny Vansiliette, advo-caat bij de balie te Brussel,

tegen

H. C.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest met nummer 23 van het repertorium van het hof van assisen van de provincie Henegouwen van 22 maart 2012.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, zes middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Tweede onderdeel

Het arrest wijst de vordering af van de eiseres tot vergoeding van de materiële schade die zij voorhoudt persoonlijk te hebben geleden door het wegvallen van de bijdrage van de overledene in de kosten van onderhoud en opvoeding van hun gemeenschappelijk kind.

Het hof van assisen heeft die vordering afgewezen met de reden dat het verlies van het voordeel van die bijdrage in het levensonderhoud een eigen schade van het minderjarige kind was, wat erop neerkomt te beslissen dat dit verlies geen ei-gen schade van de moeder kan zijn.

De eigen schade van de overlevende ouder kan evenwel ook bestaan in de nood-zaak om voortaan alleen de financiële last te dragen van het onderhoud en de op-voeding van het minderjarige kind dat hij uit zijn huwelijk met de overleden ouder heeft.

Door het tegendeel te beslissen schendt het hof van assisen, dat niet heeft vastge-steld dat een derde de bijdrage van de overledene op zich zou hebben genomen, de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek.

Dit onderdeel is gegrond.

Er is geen grond om het tweede, derde en vierde middel, of het eerste middel voor het overige, die niet tot een ruimere vernietiging kunnen leiden, te onderzoeken.

Vijfde middel

Elke actieve of passieve persoon in het geding is partij in de zaak, ongeacht de hoedanigheid waarin hij tussenkomt, met andere woorden krachtens welke hij de rechtsvordering instelt, zich daartegen verdedigt of op een andere wijze daarin tussenkomt.

Het feit dat een burgerlijke partij zich zowel in eigen naam als in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van een derde burgerlijke partij stelt, rechtvaardigt niet dat de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld wordt tot betaling van het dubbele van het in artikel 1022, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalde maximumbe-drag van de rechtsplegingsvergoeding.

Het middel dat het tegendeel aanvoert, faalt naar recht.

Zesde middel

Betreffende de toepassing van artikel 1022, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek stelt het arrest vast dat de verweerder "rechtshulp" geniet, wat begrepen moet worden als "tweedelijns juridische bijstand", wat de eiseres ook toegeeft.

In zoverre het middel die beoordeling van het hof van assisen betwist, vereist het een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is.

De tweedelijns juridische bijstand, zoals bepaald bij de artikelen 508/1 en volgen-de van het voormelde wetboek, is trouwens niet hetzelfde als de rechtsbijstand, die geregeld wordt door de artikelen 664 en volgende.

Met bovenstaande vaststelling en zonder dat in de conclusie een kennelijk onrede-lijke toestand wordt aangevoerd, omkleedt het arrest zijn beslissing om de rechts-plegingsvergoeding op het minimumbedrag vast te stellen, regelmatig met redenen en verantwoordt haar naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het, bij de uitspraak over de materiële schade die de burgerlijke partij heeft aangevoerd, haar vordering afwijst.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eiseres tot vier vijfde van de kosten van haar cassatieberoep en de verweerder tot het overige vijfde.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Namen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 31 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Ko-synsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Doodslag

  • Eigen schade van de overlevende ouder

  • Minderjarig kind

  • Noodzaak om alleen in te staan voor de kosten van onderhoud en opvoeding van het gemeenschappelijk minderjarig kind