- Arrest van 31 oktober 2012

31/10/2012 - P.12.0882.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Hoewel de geneesheer verplicht is om, tenzij daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat, te zwijgen over het misdrijf dat zijn patiënt heeft gepleegd en dat hij bij diens verzorging heeft ontdekt, is het hem niet verboden om het gerecht in te lichten over feiten waarvan zijn patiënt het slachtoffer is geworden (1). (1) Zie Cass. 9 feb. 1988, AR P.12.0570, AC 1988, nr. 346; Cass. 22 mei 2012, AR P.11.1936.N, AC 2012, nr. 323, met concl. eerste adv.-gen. De Swaef, AC 2012, nr. 323; Alain De Nauw, Les règles d'exclusion relatives à la preuve en procédure pénale belge, RDPC, 1990, p. 706; Ryckmans & Meert, Secret médical, 2e uitg., p. 137-138.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0882.F

J. O.,

Mrs. Pascal Lambert, advocaat bij de balie te Verviers, en Luc Van Den Broeck, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

V. M.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, cor-rectionele kamer, van 16 april 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvor-vordering

(...)

Tweede middel

De eiser heeft voor het hof van beroep niet geconcludeerd dat het proces-verbaal van het onderhoud dat één van de speurders met de behandelende geneesheer van het slachtoffer heeft gehad, uit het dossier zou worden verwijderd. Hij heeft evenmin verzocht dat het medisch verslag van de gynaecoloog van de klaagster, dat door haar ouders aan de federale gerechtelijke politie is overhandigd, uit het dossier zou worden verwijderd.

In zoverre het middel aanvoert dat het hof van beroep de aanwezigheid van die stukken in het dossier niet kon toestaan zonder artikel 458 Strafwetboek te schenden, wordt dit voor het eerst voor het Hof aangevoerd en is het bijgevolg niet ontvankelijk.

Hoewel de geneesheer verplicht is om, tenzij daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat, te zwijgen over het misdrijf dat zijn patiënte heeft gepleegd en dat hij bij haar behandeling heeft ontdekt, is het hem niet verboden om het gerecht in te lich-ten over de feiten waarvan zijn patiënte het slachtoffer is geworden.

Door, met overneming van de redenen van het beroepen vonnis, melding te maken van het medisch verslag van de gynaecoloog van het slachtoffer, steunen de appel-rechters hun beslissing niet op een bewijs dat met schending van het beroepsge-heim is verkregen.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

(...)

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering

De eiser voert geen bijzonder middel aan

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 31 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Medisch geheim

  • Schending