- Arrest van 31 oktober 2012

31/10/2012 - P.12.1369.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De beklaagde die de verwijdering van twee verhoren uit het dossier vordert omdat hij tijdens die verhoren niet werd bijgestaan door een advocaat, betwist de bewijswaardering niet, dat wil zeggen het vermogen van de aldus vergaarde gegevens om de rechter te overtuigen van de waarheid van een feit; die beklaagde heeft met dat verweer, dat gegrond is op een schending van artikel 6.3 van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, slechts een onregelmatigheid of grond van nietigheid opgeworpen, met gevolgen voor een daad van het onderzoek of voor de bewijsverkrijging.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1369.F

F. T.,

Mr. Marc Nève, advocaat bij de balie te Luik,

tegen

1. D. B.,

2. L. B.,

3. A. L.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, cor-rectionele kamer, van 29 juni 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de veroordelende beslissing op de strafvordering

Eerste middel

De eiser die de verwijdering van twee verhoren uit het dossier vordert omdat hij tijdens die verhoren niet werd bijgestaan door een advocaat, betwist de bewijs-waardering niet, dat wil zeggen het vermogen van de aldus vergaarde gegevens om de rechter te overtuigen van de waarheid van een feit. De eiser heeft met het voormelde verweer, dat gegrond is op de schending van artikel 6.3 EVRM, slechts een onregelmatigheid of nietigheid opgeworpen die een daad van het onderzoek of de bewijsverkrijging aantasten.

Indien het debat alleen betrekking zou hebben gehad op het geloof dat moet wor-den gehecht aan de verklaringen die hij tijdens de verzekerde bewaring zonder bijstand van een advocaat heeft afgelegd, had de eiser nooit gevorderd dat die stukken uit het dossier zouden worden verwijderd, omdat de ontoereikendheid van een bewijs niet rechtvaardigt dat het uit het dossier wordt verwijderd, maar tot de beslissing leidt om er geen gegeven ten laste van te maken.

De appelrechters schenden bijgevolg artikel 235bis, § 5, Wetboek van Strafvorde-ring niet wanneer zij beslissen dat de in het middel bedoelde betwisting betreffen-de de formele geldigheid van de bekritiseerde akten die door de kamer van inbe-schuldigingstelling is afgewezen, niet opnieuw voor het Hof kon worden aange-voerd.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 31 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Ko-synsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Beklaagde

  • Vordering tot verwijdering uit het dossier van verhoren zonder bijstand van een advocaat

  • Betwisting van de bewijswaardering