- Arrest van 2 november 2012

02/11/2012 - C.11.0640.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De bijzondere regel van artikel 1253quater,d), Gerechtelijk Wetboek, waarbij de kennisgeving van de beslissing als aanvangspunt van de beroepstermijn wordt genomen, wijkt af van de algemene regel, dat de termijn van hoger beroep ingaat vanaf de dag van de betekening van de beslissing; die bijzondere regel is van toepassing op de ontvangstmachtiging bedoeld in het artikel 203ter Burgerlijk Wetboek, wanneer die als autonome vordering wordt ingesteld; wanneer de ontvangstmachtiging wordt gevorderd in het kader van een alimentatievordering, is die bijzondere regel slechts toepasselijk wanneer artikel 1253quater Gerechtelijk Wetboek krachtens het eerste lid ervan toepasselijk is op de alimentatievordering zelf; de termijn om hoger beroep in te stellen tegen een vonnis dat uitspraak doet over een volgens de gemeenrechtelijke regels in te stellen alimentatievordering en een samen daarmee gevorderde ontvangstmachtiging, loopt niet vanaf de kennisgeving van het vonnis maar vanaf de betekening ervan (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0640.N

V.V.A.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

M.V.,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Gent van 25 november 2010.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft op 8 augustus 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 203ter, eerste lid, Burgerlijk Wetboek, zoals te dezen van toepassing, kan de schuldeiser, indien de schuldenaar een van de verplichtingen opgelegd bij de artikelen 203, 203bis, 205, 207, 303 of 336 van dit wetboek of de krachtens artikel 1288, 3°, Gerechtelijk Wetboek aangegane verbintenis niet na-komt, onverminderd het recht van derden, zich doen machtigen om, met uit-sluiting van voornoemde schuldenaar, onder de voorwaarden en binnen de gren-zen door het vonnis gesteld, de inkomsten van deze laatste of iedere andere hem door een derde verschuldigde geldsom te ontvangen.

De rechtspleging en de bevoegdheden van de rechter worden krachtens die bepa-ling geregeld volgens de artikelen 1253bis tot 1253quinquies Gerechtelijk Wet-boek.

Krachtens artikel 1253quater, d), Gerechtelijk Wetboek, zoals te dezen van toe-passing, wordt hoger beroep ingesteld binnen een maand na de kennisgeving van de beslissing door de griffier.

2. De bijzondere regel van artikel 1253quater, d), Gerechtelijk Wetboek, waarbij de kennisgeving van de beslissing als aanvangspunt van de beroepstermijn wordt genomen, wijkt af van de algemene regel, dat de termijn van hoger beroep ingaat vanaf de dag van de betekening van de beslissing.

Die bijzondere regel is van toepassing op de ontvangstmachtiging bedoeld in het artikel 203ter Burgerlijk Wetboek, wanneer die als autonome vordering wordt in-gesteld.

Wanneer de ontvangstmachtiging wordt gevorderd in het kader van een alimenta-tievordering, is die bijzondere regel slechts toepasselijk wanneer artikel 1253quater Gerechtelijk Wetboek krachtens het eerste lid ervan toepasselijk is op de alimentatievordering zelf.

De termijn om hoger beroep in te stellen tegen een vonnis dat uitspraak doet over een volgens de gemeenrechtelijke regels in te stellen alimentatievordering en een samen daarmee gevorderde ontvangstmachtiging, loopt niet vanaf de kennisge-ving van het vonnis maar vanaf de betekening ervan.

3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de verweer-ster voor de vrederechter overeenkomstig het artikel 1320 Gerechtelijk Wetboek bij verzoekschrift een verhoging vorderde van de bij akte echtscheiding door on-derlinge toestemming voor de kinderen van de partijen bepaalde onderhoudsbij-drage en bij latere conclusie vorderde te worden gemachtigd om de aldus gevor-derde onderhoudsgelden rechtstreeks in ontvangst te nemen bij alle werkgevers, instellingen van sociaal recht of andere schuldenaars van de eiser.

4. De appelrechters die oordelen dat alhoewel de ontvangstmachtiging niet als autonome vordering werd ingesteld, de termijn van hoger beroep begint te lopen vanaf de kennisgeving van het beroepen vonnis, ongeacht of de alimentatievorde-ring zelf gegrond was op één van de in het artikel 1253quater, eerste lid, Gerech-telijk Wetboek, bepaalde artikelen, verantwoorden hun beslissing, dat het hoger beroep laattijdig is, niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, rechtszit-ting houdende in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 2 november 2012 uitgesproken door afdelingsvoor-zitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols G. Jocqué K. Mestdagh

A. Smetryns E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Alimentatievordering

  • Ontvangstmachtiging

  • Kennisgeving van de beslissing

  • Beroepstermijn