- Arrest van 6 november 2012

06/11/2012 - P.11.1993.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De uitzonderingen op de prioriteitenorde voor de herstelvordering zoals bepaald in artikel 6.1.41, § 1, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening tonen aan dat de aantasting van de goede plaatselijke ruimtelijke ordening, nog meer dan de aard van de overtreding zelf, bepalend is voor de keuze van de herstelmaatregel, zowel bij een overtreding van de bestemmingsvoorschriften, het geval waarbij een regelmatige afwijkingsmogelijkheid op deze voorschriften is voorzien niet uitgezonderd, als voor de andere overtredingen; in beide gevallen blijft de evenredigheids- en redelijkheidstoets onverminderd van toepassing: het gevorderde herstel moet evenredig zijn aan de in concreto vastgestelde aantasting van de ruimtelijke ordening en de maatregel moet redelijk blijven in vergelijking tot de last die dit voor de betrokkene meebrengt (1). (1) Zie: Cass. 17 mei 2011, AR P.11.0068.N, AC 2011, nr. 322.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1993.N

1. F. J. L.,

beklaagde,

2. M. H. I. V. H.,

beklaagde,

eisers,

met als raadslieden mr. Bert Roelandts en mr. Robin Slabbinck, advocaten bij de balie te Gent,

tegen

GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR, bevoegd voor de provincie Oost-Vlaanderen, met kantoor te 9000 Gent, Gebroeders Van Eyckstraat 2-6,

eiser tot herstel,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 27 oktober 2011.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Eerste voorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 6.1.41, § 1, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: naar aanleiding van het verrichten van handelingen in strijd met de bestemmingsvoorschriften bevelen de appelrechters met toepassing van ar-tikel 6.1.41, § 1, 1°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening onterecht het herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand; krachtens de bewoordingen van voormelde bepaling kan dit alleen voor zover niet op geldige wijze kon worden afgeweken van de stedenbouwkundige voorschriften aangaande de voor het ge-bied toegelaten bestemmingen; de appelrechters stellen vast dat vóór het plegen van het stedenbouwmisdrijf er inderdaad een zonevreemde woning was waarvoor afwijkingsmogelijkheden bestonden; bijgevolg is de uitzondering op artikel 6.1.41, § 1, 1°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening toepasselijk, en is krachtens artikel 6.1.41, § 1, 2°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening de meerwaardebepa-ling de principieel te bevelen herstelmaatregel.

2. Voor misdrijven die bestaan, of onder meer bestaan, uit het verrichten van handelingen in strijd met een stakingsbevel of in strijd met de stedenbouwkundige voorschriften aangaande de voor het gebied toegelaten bestemmingen, "voor zover daarvan niet op geldige wijze is afgeweken", verplicht artikel 6.1.41, § 1, 1°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening hetzij tot een herstel in de oorspronkelijke toestand hetzij, zo dit kennelijk volstaat om de plaatselijke ordening te herstellen, tot de uitvoering van bouw- of aanpassingswerken.

Voor de andere misdrijven dan deze vermeld in artikel 6.1.41, § 1, 1° bepaalt arti-kel 6.1.41, § 1, 2°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dat de betaling van de meerwaarde wordt gevorderd, tenzij wordt aangetoond dat de plaatselijke orde-ning hierdoor kennelijk op onevenredige wijze zou worden geschaad, in welk ge-val één van de maatregelen, vermeld in 1°, wordt gevorderd.

3. De uitzonderingen op de prioriteitenorde voor de herstelvordering zoals be-paald in artikel 6.1.41, § 1, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening tonen aan dat de aantasting van de goede plaatselijke ruimtelijke ordening, nog meer dan de aard van de overtreding zelf, bepalend is voor de keuze van de herstelmaatregel, zowel bij een overtreding van de bestemmingsvoorschriften, het geval waarbij een regelmatige afwijkingsmogelijkheid op deze voorschriften is voorzien niet uitge-zonderd (artikel 6.1.41, § 1, 1°), als voor de andere overtredingen (artikel 6.1.41, § 1, 2°). In beide gevallen blijft de evenredigheids- en redelijkheidstoets onver-minderd van toepassing: het gevorderde herstel moet evenredig zijn aan de in concreto vastgestelde aantasting van de ruimtelijke ordening en de maatregel moet redelijk blijven in vergelijking tot de last die dit voor de betrokkene meebrengt.

In zoverre het middel ervan uitgaat dat in het geval van mogelijkheid om van de bestemmingsvoorschriften af te wijken, de meerwaardebepaling steeds de te stel-len herstelvordering is en dit ongeacht de ernst van de aantasting van de ruimtelij-ke ordening, faalt het naar recht.

4. Wat betreft de beoordeling van de aantasting van de plaatselijke ruimtelijke ordening verwijst het arrest (ro 4.5, p. 11-12) naar de feitelijke gegevens die in de motivering van de herstelvordering worden vermeld en op grond waarvan de overtreding als een "uitermate zwaarwichtige inbreuk op de meest essentiële ste-denbouwkundige voorschriften" werd omschreven en gemotiveerd werd waarom aanpassingswerken niet konden gevorderd worden.

Voorts oordeelt het arrest met vermelding van redenen (p. 12, ro 4.7 en 4.8) dat het gevorderde herstel door afbraak en verwijdering evenredig blijkt te zijn aan de vastgestelde aantasting van de ruimtelijke ordening, alsook redelijk in vergelijking met de last die dit voor de betrokkenen meebrengt.

5. Voormelde vaststelling van schade aan de plaatselijke ruimtelijke ordening volstaat om het bevolen herstel naar recht te verantwoorden, zonder dat de appel-rechters de evenredigheidstoets die zij uitvoeren nader moeten toelichten in func-tie van de gepleegde overtreding en de modaliteiten zoals bepaald in artikel 6.1.41, § 1, eerste lid, 1° en 2°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

6. In zoverre het middel geen rekening houdt met deze motivering die mede het bevolen herstel verantwoordt, berust het op een onvolledige lezing van het ar-rest, en kan het niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 92,40 euro.

K. Vanden Bossche

A. Lievens P. Hoet

A. Bloch F. Van Volsem

E. Goethals

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit eerste voorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Peter Hoet en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 6 november 2012 uitgesproken door eerste voorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingel-gem, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Herstelmaatregel

  • Keuze

  • Criteria

  • Wettigheidstoezicht