- Arrest van 7 november 2012

07/11/2012 - P.12.1705.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het feit alleen dat er meer dan een maand is verstreken tussen de laatste twee terbeschikkingstellingen van het dossier, met toepassing van artikel 22, achtste lid, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, belet de kamer van inbeschuldigingstelling niet erop te wijzen dat de inverdenkinggestelde de stukken heeft kunnen raadplegen alvorens voor haar te verschijnen, en verbiedt haar niet daaruit af te leiden dat de rechtspleging regelmatig is omdat het recht van verdediging aldus is hersteld.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1705.F

S. L.,

Mrs. Aline Biémar, advocaat bij de balie te Luik, en Raphaël Gevers, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 23 oktober 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Tweede middel

Krachtens artikel 22, achtste lid, Voorlopige Hechteniswet, wordt het dossier van maand tot maand gedurende twee dagen ter beschikking gehouden van de inver-denkinggestelde en zijn raadsman wanneer de raadkamer, waarbij een niet-correctionaliseerbare misdaad aanhangig is gemaakt, een beschikking tot handha-ving van de hechtenis heeft gewezen, geldig voor drie maanden.

Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat het dossier in de loop van de drie laatste maanden ter beschikking is gehouden van de eiser en van zijn raadsman, op 6 en 7 augustus, op 3 en 4 september en, ten slotte, op 5 en 8 oktober 2012.

Het middel steunt op de bewering dat de rechtspleging onregelmatig is en dat de voorlopige hechtenis niet langer kan worden gehandhaafd omdat er meer dan een maand is verstreken tussen de voorlaatste en laatste terbeschikkingstelling van het dossier.

Artikel 22, achtste lid, Voorlopige Hechteniswet heeft tot doel het recht van ver-dediging te waarborgen van een inverdenkinggestelde die, wegens de in het bevel tot aanhouding bedoelde misdaad, niet langer geniet van het maandelijkse toezicht op de hechtenis.

De uitoefening van het recht van verdediging is dus de maatstaf die in aanmerking dient te worden genomen om de gevolgen van de aangevoerde onregelmatigheid te beoordelen.

Het feit alleen dat er meer dan een maand is verstreken tussen de laatste twee ter-beschikkingstellingen van het dossier, belet de kamer van inbeschuldigingstelling bijgevolg niet erop te wijzen dat de inverdenkinggestelde de stukken heeft kunnen raadplegen alvorens voor die kamer te verschijnen, en verbiedt haar niet daaruit af te leiden dat de rechtspleging regelmatig is omdat het recht van verdediging aldus is hersteld.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 7 november 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Ko-synsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Niet-correctionaliseerbare misdaden

  • Driemaandelijks toezicht

  • Terbeschikkingstelling van het dossier van maand tot maand

  • Meer dan een maand verstreken tussen twee inzages