- Arrest van 7 november 2012

07/11/2012 - P.12.0905.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het misdrijf niet-verlenen van bijstand aan een persoon in gevaar, als bedoeld in artikel 422bis van het Strafwetboek, veronderstelt, naast het op de hoogte te zijn van het groot en ogenblikkelijk gevaar waarin het slachtoffer verkeert, de opzettelijke weigering het slachtoffer de hulp te verschaffen waardoor dat gevaar in de mate van het mogelijke wordt afgewend; op grond van voormeld misdrijf straft de wet de bewuste en opzettelijke onverschilligheid, de egoïstische weigering om hulp te bieden en niet de ondoeltreffendheid, onhandigheid of ontoereikendheid van de hulp die op grond van een beoordelingsfout of een verkeerde diagnose is verleend (1). (1) Zie I. de la SERNA, 'Les abstentions coupables', in Les infractions contre les personnes, Brussel, Larcier, p. 557 tot 560 en 567 tot 569.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0905.F

M.-T. V.-C.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. M.-A. M.,

2. M. M.-Chr.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 20 april 2012.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de tegen de eiseres ingestelde strafvordering

Middel

Het misdrijf niet-verlenen van bijstand aan een persoon in gevaar, als bedoeld in artikel 422bis Strafwetboek, veronderstelt, naast het feit op de hoogte te zijn van het groot en ogenblikkelijk gevaar waarin het slachtoffer verkeert, de opzettelijke weigering het slachtoffer de hulp te verschaffen waardoor dat gevaar in de mate van het mogelijke wordt afgewend. Op grond van voormeld misdrijf straft de wet de bewuste en opzettelijke onverschilligheid, de egoïstische weigering om hulp te bieden en niet de ondoeltreffendheid, onhandigheid of ontoereikendheid van de hulp die op grond van een beoordelingsfout of een verkeerde diagnose is verleend.

Uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat

- het slachtoffer, een jong meisje van achttien, op 10 december 2002 rond min-dernacht werd opgenomen in de dienst polyvalente intensieve zorgen van het universitair ziekenhuis Saint-Luc ;

- de eiseres, assistent-kandidaat-specialist interne geneeskunde, in het vierde jaar van haar opleiding, in die dienst van wacht was en er zorg droeg voor eenen-twintig patiënten ;

- er om twintig minuten na middernacht op het meisje een lumbale punctie werd uitgevoerd ;

- de eiseres rond half twee de uitslag van die punctie en van een bloedproef heeft onderzocht ;

- het uit het ruggenmerg afgenomen hersenvocht helder en niet etterend was, waardoor etterende meningitis kon worden uitgesloten maar niet menin-gokokkensepsis ;

- de eiseres om twee uur 's ochtends een nieuwe bloedproef heeft doen uitvoe-ren ;

- zij rond twee uur dertig naar haar supervisor heeft getelefoneerd, volgens de richtlijnen die luiden dat de assistent vóór elke opname in intensieve zorgen de permanente arts moet raadplegen die voor de betrokken afdeling verantwoordelijk is ;

- de eiseres op basis van een foutieve interpretatie van de splinterbloedingen bij de patiënte, de supervisor een geruststellende beschrijving van de feiten heeft gegeven ; dat zij de hypothese van meningokokkensepsis niet ter sprake heeft gebracht, waardoor niet onmiddellijk een antibioticabehandeling werd opge-start ;

- de eiseres om twee uur zevenenveertig de uitslag van de laatste bloedproef heeft onderzocht ;

- de eiseres rond half vier een nieuwe bloedproef heeft gevraagd ;

- om half vier een katheder in een hoofdader en een intra-arteriële sonde werden ingebracht ;

- de toestand van de zieke verslechterde tussen half vier en vier uur 's ochtends en de verpleegster de eiseres daarover heeft ingelicht ;

- de eiseres om vier uur tweeëndertig de resultaten van de nieuwe bloedproef heeft onderzocht ;

- de eiseres tussen half zes en kwart voor zes opnieuw contact heeft opgenomen met haar supervisor en hem de pathologie van de bloedonderzoeken heeft mee-gedeeld ;

- de supervisor verklaart dat hij bij die tweede oproep de assistente de opdracht heeft gegeven een antibioticabehandeling toe te dienen, terwijl de eiseres be-weert dat zij die instructie pas bij de derde telefonische oproep heeft ontvan-gen, om zeven uur 's ochtends ;

- ook al zou om half zes met de antibioticabehandeling zijn begonnen, dit vol-gens de deskundigen het negatieve verloop van de ziekte toch niet meer zou hebben gewijzigd ;

- het slachtoffer, iets voor half zeven, wegens de omvang van de letsels en de toestand van septische shock, werd geïntubeerd en gereanimeerd ;

- de eiseres, die door het verloop van de gebeurtenissen de situatie niet meer de baas kon, de supervisor een derde maal heeft opgebeld om zeven uur, toen zij niet langer twijfelde aan de diagnose van meningokokkensepsis ;

- de antibioticabehandeling na die derde oproep werd toegediend, toen de patiënte reeds door een hartstilstand was getroffen ;

- het slachtoffer overleden is aan een meningokokkensepsis, dit is een pathologie die volgens het arrest moeilijk correct en tijdig gediagnosticeerd kan worden en waarvan de prognose steeds uiterst ongunstig is.

Hoewel uit de door de eiseres gestelde handelingen, zoals zij door de appelrech-ters zijn beschreven, eventueel kan worden afgeleid dat haar optreden niet het kwaliteits- of efficiëntieniveau haalden dat van een doorsnee competente en toe-gewijde arts in dezelfde omstandigheden mag worden verwacht, kan daaruit niet worden besloten dat zij niets ondernomen heeft, dat zij zich opzettelijk niet voor het ziektegeval zou hebben geïnteresseerd of dat zij de persoon in gevaar de nood-zakelijke bijstand heeft willen ontzeggen.

Het arrest oordeelt weliswaar dat het verzuim om hulp te bieden bewezen is om-dat de eiseres niet zelf heeft beslist de antibiotica toe te dienen en die behandeling evenmin heeft ingezet zodra de supervisor haar die behandeling had voorgesteld, wat volgens laatstgenoemde bij de tweede oproep is geschied.

Het arrest stelt evenwel niet vast dat het niet-verstrekken van de specifieke zorgen die de ziekte vroeg, het gevolg was van een door de eiseres genomen beslissing nadat zij de juiste pathologie had geïdentificeerd.

Het feit dat zij pas laattijdig de ware aard van de infectie heeft ingezien, niettegenstaande de ingewonnen adviezen en de verrichte observaties of die welke hadden kunnen worden verricht, alsook de ontoereikendheid van de maatregelen door een onjuiste inschatting van de toestand van de zieke, kan in onderhavig geval beschouwd worden als een onverwachte handelwijze vanwege een assistent-geneesheer van wacht in een dienst intensieve zorgen. In tegenstelling tot wat het arrest beslist, kunnen die feiten niet in aanmerking worden genomen als bestand-delen van de strafbare weigering om hulp te bieden in de zin van artikel 422bis Strafwetboek.

De appelrechters verantwoorden bijgevolg hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissingen op de door de verweerders ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen

De eiseres doet afstand van haar cassatieberoep, in zoverre het gericht is tegen de beslissing die de uitspraak over de omvang van de schade aanhoudt.

Niettegenstaande die afstand, die niet als een berusting kan worden uitgelegd, leidt de vernietiging, op het niet-beperkte cassatieberoep van de beklaagde, van de beslissing op de tegen haar ingestelde strafvordering, tot vernietiging van de defi-nitieve en niet-definitieve beslissingen over de door de verweerders tegen haar ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen, die uit de eerstgenoemde beslissing voortvloeien.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het uitspraak doet in de zaak van de ei-seres.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de verweerders elk tot de helft van de kosten van het cassatieberoep.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 7 november 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en over-geschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Niet-verlenen van bijstand aan een persoon in gevaar