- Arrest van 9 november 2012

09/11/2012 - C.11.0563.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter mag het bestuur veroordelen tot vergoeding van de schade die een derde lijdt ingevolge zijn fout, zonder daarbij evenwel aan het bestuur zijn beleidsvrijheid te ontnemen en zonder zich in zijn plaats te stellen (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0563.N

ISOBAR nv, met zetel te 8791 Beveren-Leie, Pontstraat 80, Waregem Zone 11b,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149/20, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

PROVINCIE WEST-VLAANDEREN, vertegenwoordigd door de Bestendige Deputatie, in de persoon van de Gouverneur, met kantoor te 8200 Brugge, Koning Leopold III-laan 41,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 18 maart 2011.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft op 5 oktober 2012 een schriftelijke con-clusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel bekritiseert geen feitelijke tegenstrijdigheid, maar komt op tegen de beoordeling in rechte van de appelrechters.

2. Het onderdeel dat enkel artikel 149 Grondwet als geschonden aanwijst, is niet ontvankelijk.

Tweede onderdeel

3. De appelrechters oordelen dat op basis van de voorliggende gegevens niet is aangetoond dat zonder de fout van de verweerster de eiseres wel de vereiste ver-gunningen zou hebben verkregen, aangezien de geplande bedrijfsuitbreiding in ambachtelijke zone niet in overeenstemming is met het toepasselijke gewestplan en deze uitbreiding de draagkracht van het gebied zou overstijgen. Met dit oordeel verwerpen en beantwoorden de appelrechters het in het onderdeel bedoelde ver-weer van de eiseres. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.

4. In zoverre het onderdeel aanvoert dat de eiseres in haar conclusies vroeg om het oorzakelijk verband te beoordelen vanuit de niet onwettig verklaarde motieven van de weigeringsbeslissingen, mist het feitelijke grondslag.

Derde onderdeel

5. De rechter mag het bestuur veroordelen tot vergoeding van de schade die een derde lijdt ingevolge zijn fout, zonder daarbij evenwel aan het bestuur zijn be-leidsvrijheid te ontnemen en zonder zich in zijn plaats te stellen.

6. Degene die schadevergoeding vordert moet bewijzen dat er tussen de fout en de schade, zoals die zich heeft voorgedaan, een oorzakelijk verband bestaat. Dit verband veronderstelt dat, zonder de fout, de schade zich niet had voorgedaan, zoals ze zich heeft voorgedaan.

7. De appelrechters oordelen dat, na onderzoek van alle aangebrachte gegevens in het kader van het overheidsaansprakelijkheidsgeschil, de eiseres niet aantoont dat indien was geoordeeld en gemotiveerd zoals het hoorde bij het onderzoek van haar vergunningsaanvragen, zij een gunstige beslissing zou hebben verkregen voor de beide vereiste vergunningen, zodat niet is aangetoond dat de niet-verwezenlijking van de door de eiseres geplande uitbreiding te wijten is aan de fout van de vergunningverlenende overheid.

Aldus oordelen de appelrechters, zonder daarbij aan het bestuur zijn beleidsvrij-heid te ontnemen, dat er geen oorzakelijk verband bestaat tussen de fout van de verweerster en de door de eiseres aangevoerde schade.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Vierde onderdeel

8. De eiseres voerde voor de appelrechters niet aan dat bij de beoordeling van het causaal verband een onderscheid diende te worden gemaakt tussen de onwettig bevonden motieven en de overige motieven van de weigeringsbeslissing en dat deze laatste bij de beoordeling "onverlet" dienden te worden gelaten.

Het onderdeel is nieuw en niet ontvankelijk

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 471,97 euro en voor de verweerster op 149,04 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Mireille Delange, en in openbare rechtszitting van 9 november 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen M. Delange K. Mestdagh

A. Smetryns B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Bevoegdheid

  • Bestuurshandeling

  • Fout

  • Schade

  • Veroordeling