- Arrest van 9 november 2012

09/11/2012 - D.12.0013.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de beslissing van de rechter moet niet alleen blijken dat hij het recht op vrije meningsuiting heeft afgewogen tegen de andere rechten bedoeld in artikel 10.2 EVRM, zoals het recht op de goede naam, maar ook dat de opgelegde beperking, in acht genomen de context waarin de mening werd geuit, de hoedanigheid van de partijen en de overige bijzondere omstandigheden van de zaak, beantwoordt aan een dwingende sociale noodwendigheid en pertinent is en dat door de opgelegde beperking de evenredigheid wordt geëerbiedigd tussen het aangewende middel en het beoogde doel (1). (1) Cass. 27 april 2007, AR C.06.0123.N, AC 2007, nr. 211, A&M 2007, 377; Mediaforum 2007, 235; NjW 2007, 897, noot E. BREWAEYS, RW 2009-10, 321; TBP 2008, 445; zie Cass. 12 januari 2012, AR C.10.0610.N, AC 2012, nr. 29 met concl. O.M.; EHRM, 26 april 1979, Sunday Times v. V.K., Publ. Cour Eur. D.H., Série A, nr. 30.

Arrest - Integrale tekst

Nr. D.12.0013.N

M.W.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

ORDE DER GENEESHEREN, rechtspersoon van publiek recht, met zetel te 1030 Brussel, de Jamblinne de Meuxplein 34-35, vertegenwoordigd door D. Hol-sters, in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren en door W. Michielsen, in zijn hoedanigheid van ondervoorzitter van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de raad van beroep van de Orde der geneesheren van 19 maart 2012.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft op 5 oktober 2012 een schriftelijke con-clusie neergelegd.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede middel

Ontvankelijkheid

1. De verweerster voert aan dat het middel nieuw en derhalve niet ontvankelijk is.

2. De eiser voerde in zijn appelconclusie aan dat:

- de door hem gehanteerde informatieverstrekking past in het kader van het recht op vrije meningsuiting;

- de vrijheid van meningsuiting een onontbeerlijke vereiste is in een democrati-sche samenleving;

- de vrijheid van meningsuiting van een arts volgens de rechtspraak van het Hof van Cassatie slechts mag worden beperkt wanneer het algemeen belang, de volksgezondheid en de fundamentele regels van het beroep dat vereisen.

Dit verweer impliceert de actuele aanvoering van de eiser dat de overheidsinmen-ging moet beantwoorden aan een dwingende sociale behoefte en pertinent en evenredig moet zijn.

3. De grond van niet-ontvankelijkheid van het middel moet worden verworpen

Gegrondheid

4. Krachtens artikel 10.2 EVRM kan de uitoefening van de vrijheid van me-ningsuiting, die de vrijheid omvat om inlichtingen of denkbeelden door te geven en plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, welke bij de wet worden voorzien, en die in een democratische samenleving nodig zijn, onder meer tot bescherming van de goede naam of de rechten van anderen.

5. Een beperking van de vrijheid van meningsuiting is nodig in een democrati-sche samenleving wanneer zij beantwoordt aan een dwingende sociale noodwen-digheid, op voorwaarde dat de evenredigheid wordt geëerbiedigd tussen het aan-gewende middel en het beoogde doel en de beperking verantwoord is op grond van relevante en toereikende motieven.

Uit de beslissing van de rechter moet niet alleen blijken dat hij het recht op vrije meningsuiting heeft afgewogen tegen de andere rechten bedoeld in artikel 10.2 EVRM, zoals het recht op de goede naam, maar ook dat de opgelegde beperking, in acht genomen de context waarin de mening werd geuit, de hoedanigheid van de partijen en de overige bijzondere omstandigheden van de zaak, beantwoordt aan een dwingende sociale noodwendigheid en pertinent is en dat door de opgelegde beperking de evenredigheid wordt geëerbiedigd tussen het aangewende middel en het beoogde doel.

6. De appelrechters oordelen dat:

- het recht van de eiser om zijn patiënten in te lichten en zijn recht op vrije me-ningsuiting hem niet toelaten een mededeling met oncollegiale en "belasteren-de" uitspraken te verspreiden;

- de collegae niet bij naam zijn genoemd, doch duidelijk identificeerbaar zijn als "de huisartsen van de regio en ook uw huisarts";

- uitspraken zoals "geld als drijfveer" en "minder werken als drijfveer" wel de-gelijk oncollegiaal en "belasterend" zijn;

- de eiser niet kan ontkennen dat hij deze mededeling aan patiënten heeft over-handigd.

7. Uit deze redenen blijkt niet waarom de beperking van het recht van de eiser op vrije meningsuiting beantwoordt aan een dwingende sociale noodwendigheid, pertinent is en in evenredigheid met het beoogde doel.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt de bestreden beslissing.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernie-tigde beslissing.

Veroordeelt de verweerder in de kosten.

Verwijst de zaak naar de anders samengestelde raad van beroep van de Orde der geneesheren met het Nederlands als voertaal.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Mireille Delange, en in openbare rechtszitting van 9 november 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Di-rix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van grif-fier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen M. Delange K. Mestdagh

A. Smetryns B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Artikel 10.2

  • Vrijheid van meningsuiting

  • Beoordeling door de rechter

  • Criteria