- Arrest van 12 november 2012

12/11/2012 - S.11.0015.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Diegene die te goeder trouw een betaling heeft ontvangen en deze als onverschuldigd moet terugbetalen, is in de regel slechts interest verschuldigd vanaf het tijdstip dat hij tot de terugbetaling werd aangemaand (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.11.0015.N

RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met ze-tel te 1060 Brussel, Victor Hortaplein 11,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

BRABO, HAVENLOODSEN EN BOOTLIEDEN VERENIGING cvba, met zetel te 2030 Antwerpen, Noorderlaan 21, Haven 28,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen van 23 april 2010.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft op 5 september 2012 ter griffie een conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Tweede onderdeel

1. Krachtens artikel 1153, derde lid, Burgerlijk Wetboek is de interest wegens de laattijdige betaling van een geldschuld in beginsel slechts verschuldigd na de aanmaning van de schuldenaar.

2. Luidens artikel 1378 Burgerlijk Wetboek moet hij die te kwader trouw heeft ontvangen, niet enkel het kapitaal teruggeven, maar ook de interest of de vruchten, te rekenen vanaf de dag van de betaling.

3. Uit deze bepalingen volgt dat diegene die te goeder trouw een betaling heeft ontvangen en deze als onverschuldigd moet terugbetalen, in de regel slechts interest verschuldigd is vanaf het tijdstip dat hij tot de terugbetaling werd aange-maand.

4. De appelrechters die de eiser veroordelen tot de interest vanaf het tijdstip van de onverschuldigde betaling omdat deze betaling het gevolg was van een aanmaning van de eiser om te betalen en deze aanmaning door de verweerster niet als "neutraal" kon worden opgevat, zonder vast te stellen dat de eiser te kwader trouw was, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Tweede middel

5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat de verweerster voor de appelrechters heeft geconcludeerd zoals in het middel is weergegeven.

6. Door aldus ambtshalve aan de verweerster het basisbedrag van 7.000 euro aan rechtsplegingsvergoeding toe te kennen, schendt het arrest de in het middel aangevoerde wetsbepalingen en miskent het het aangevoerde algemeen rechtsbe-ginsel.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de door de eiser verschuldigde interest en de rechtsplegingsvergoeding.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Antoine Lie-vens, en in openbare rechtszitting van 12 november 2012 uitgesproken door afde-lingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols A. Lievens A. Smetryns

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Interesten

  • Kwader trouw

  • Goeder trouw

  • Havenloodsen

  • Bootlieden