- Arrest van 13 november 2012

13/11/2012 - P.12.1398.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het wanbedrijf opzettelijk toebrengen van verwondingen of slagen vereist als moreel bestanddeel slechts algemeen opzet, dit is het wetens en willens stellen van de bij de wet verboden handeling die bestaat in het aantasten van de fysieke integriteit van de persoon aan wie de verwondingen of slagen worden toegebracht; het vereist niet dat de beklaagde de bedoeling zou hebben gehad aan die persoon schade toe te brengen (1). (1) Cass. 6 jan. 1998, AR P.97.1353.N, AC 1998, nr. 3.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1398.N

I en II

J E K,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Bart Vanmechelen, advocaat bij de balie te Hasselt,

tegen

J-P V S,

burgerlijke partij,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Ant-werpen, correctionele kamer van 26 juni 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. In strafzaken kan een partij, in de regel, krachtens artikel 438 Wetboek van Strafvordering zich geen tweede maal tegen dezelfde beslissing in cassatie voor-zien, ook al is de tweede voorziening ingesteld voor de verwerping van de eerste.

2. De eiser, vertegenwoordigd door zijn raadsman, heeft een eerste maal cassa-tieberoep aangetekend op 3 juli 2012; hij heeft een tweede maal zelf cassatiebe-roep aangetekend in handen van de afgevaardigde van de directeur van het peni-tentiair complex te Brugge, op 4 juli 2012.

Het cassatieberoep van 4 juli 2012 is niet ontvankelijk.

Eerste middel

3. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en van artikel 398 Strafwetboek: het arrest oordeelt dat de eiser "mogelijk niet de bedoeling had [de verweerder] te slagen"; het staat aldus niet vast dat hij wetens en willens aan de verweerder slagen en verwondingen toebracht; het arrest maakt een verkeerde toepassing van de wet en schendt de motiveringsplicht door de schuld van de eiser toch aan te nemen en hem te veroordelen.

4. Een onjuiste toepassing van de wet levert geen motiveringsgebrek op, maar enkel een schending van die wet.

In zoverre het middel miskenning van de motiveringsplicht aanvoert, faalt het naar recht.

5. Het wanbedrijf opzettelijk toebrengen van verwondingen of slagen vereist als moreel bestanddeel slechts algemeen opzet, dit is het wetens en willens stellen van de bij de wet verboden handeling die bestaat in het aantasten van de fysieke integriteit van de persoon aan wie de verwondingen of slagen worden toegebracht. Het vereist niet dat de beklaagde de bedoeling zou gehad hebben om aan die persoon schade toe te brengen.

6. Het arrest oordeelt dat:

- de eiser betrokken was in een gevecht met één van de andere gevangenisbe-waarders waarbij er geduwd en getrokken werd met een stoel;

- hij kon voorzien dat hij bij zijn agressief optreden in een kleine ruimte, waarin zich op dat ogenblik buiten hemzelf nog vijf andere volwassen mannen bevon-den, één van deze anderen zou kunnen raken en verwonden.

Met die redenen stelt het arrest vast dat de eiser wetens en willens handelde en kon het met recht stellen dat de afwezigheid van bedoeling om de verweerder te slaan of te verwonden niets afdoet aan eisers schuld. Aldus is de beslissing naar recht verantwoord.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

7. Het middel voert schending aan van artikel 782 Gerechtelijk Wetboek: het arrest is niet wettig ondertekend door griffier P. Hofmans; boven zijn naam staat enkel en alleen een langwerpig kronkelend lijntje dat niet als handtekening is te identificeren.

8. Uit het arrest blijkt dat de naam en hoedanigheid van de ondertekenaar ver-meld staan, zodat er geen twijfel is over de identiteit van de ondertekenaar.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 106,59 euro.

F. Adriaensen

E. Francis A. Lievens

P. Hoet A. Bloch P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechts-zitting van 13 november 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van grif-fier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Opzettelijke slagen of verwondingen

  • Moreel bestanddeel

  • Opzet