- Arrest van 15 november 2012

15/11/2012 - C.11.0579.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het door de rechter bevolen deskundigenonderzoek mag alleen ertoe strekken feitelijke vaststellingen te doen of een technisch advies te geven en de rechter draagt zijn rechtsmacht over wanneer hij de deskundige vraagt advies te geven over de gegrondheid van de vordering (1). (1) Cass. 1 okt. 2010, AR C.09.0384.N, AC 2010, nr. 568.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0579.F

ADM INVESTOR SERVICES INTERNATIONAL Ltd., vennootschap naar Engels recht,

Mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

A.V.,

vertegenwoordigd door zijn voorlopige bewindvoerder, mr. Claude-Alain Baltus, advocaat,

in tegenwoordigheid van

CAPITAL EUROPE, naamloze vennootschap in vereffening.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten en 12 mei 2010 van het hof van be-roep te Brussel van 16 december 2004.

Afdelingsvoorzitter Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert volgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- De artikelen 11, eerste lid, 19, eerste lid, en 962 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstgenoemd artikel zoals het van toepassing was vóór de wijziging ervan bij de wetten van 15 mei 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek en van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie (II).

Aangevochten beslissingen

Nadat het arrest van 19 september 2002 het hoofdberoep en het incidenteel beroep ontvankelijk had verklaard en, alvorens recht te doen, J.-J. B.had aangesteld als deskundige, beslist het bestreden arrest van 16 december 2004 om die deskundige te vervangen door dokter D. C. en hem te belasten met de volgende opdracht:

"- de partijen oproepen en ze horen ;

- [de verweerder] onderzoeken en, zo nodig, naar zijn verblijfplaats gaan of naar eender waar hij kan worden aangetroffen indien hij geen gehoor zou geven aan de oproepingen ;

- zich alle gegevens uit het volledige medische dossier [van de verweerder] doen overhandigen door eenieder die dat dossier in zijn bezit zou hebben ;

- van de partijen alle stukken ontvangen die nodig zijn om zijn opdracht te vervul-len ;

- de geestestoestand [van de verweerder] beschrijven ;

- zeggen of [de verweerder], tussen 1 november 1992 en 18 augustus 1993, in staat was de draagwijdte en de rechtsgevolgen van zijn daden in te schatten, of hij in het volle bezit van zijn geestelijke vermogens was, of hij, wegens zijn gezondheidstoestand, geheel of gedeeltelijk niet in staat was zijn goederen te beheren of in een zodanige toestand van zwakheid verkeerde dat hij niet kon weerstaan aan de minste externe druk die op hem werd uitgeoefend ;

- zich doen bijstaan door elke specialist van zijn keuze om een betrouwbare diagnose te stellen ;

- een verslag neer te leggen binnen de zes maanden na de betaling van zijn provi-sie".

Het bestreden arrest van 12 mei 2010 beslist dat de door de verweerder ondertekende overeenkomst en de daaropvolgende verbintenissen nietig zijn en verklaart derhalve het hoofdberoep van de verweerder "gegrond", verklaart de oorspronkelijke vordering van de eiseres "niet-gegrond" en de tegenvordering van de verweerder "gegrond", en veroordeelt de eiseres om aan de verweerder een bedrag van 71.783,02 euro te betalen, vermeerderd met de moratoire interest tegen de wettelijke interestvoet vanaf 16 november 1994, om de volgende redenen:

"Bespreking

6. Een partij stemt niet vrij en bewust met de overeenkomst in wanneer zij die overeenkomst gesloten heeft in een staat van waanzin, veroorzaakt door ziekte, en elk bedrag dat krachtens die nietige overeenkomst is betaald moet worden terugbetaald. De rechter oordeelt op onaantastbare wijze over de toestand van de partij die het gebrek aan toestemming aanvoert, in voorkomend geval na een deskundigenonderzoek te hebben bevolen. Het gebrek aan toestemming kan door alle rechtsmiddelen worden bewezen door de partij die zich erop beroept (D. Van Gerven, Les obligations, Chroniques de jurisprudence, J.T., 1996, p. 709, nr. 50).

7. Zowel uit het verslag van dokter H. - die een Rorschachtest heeft afgenomen - als uit dat van de door het hof [van beroep] aangestelde deskundige volgt dat de volgende vaststellingen [over de verweerder] kunnen worden gedaan :

- geen ontwikkelde ‘ik' dat het stadium van de subjectiviteit heeft bereikt;

- weinig realistisch denkpatroon zodra hij zich buiten zijn vertrouwde omgeving begeeft en foutief oordeel over zijn verhouding tot de dingen ;

- narcistische inflatie ;

- emotionele onmogelijkheid om verantwoordelijkheid te dragen ;

- gevaar voor het nemen van beslissingen die gegrond zijn op illusies ;

- mythomanie ;

- inconsistentie van enig verzet ;

- onbewuste drang om een nieuwe werkelijkheid te verzinnen (gevoel van grootsheid, overtuiging dat hij zich snel kan verrijken door iedereen te slim af te zijn) ;

- paranoïa ;

- zeer beperkte intelligentie ;

- megalomanie (verzint onophoudelijk een ander leven, doet zich voor als een persoon van hoog niveau, zonder dat zulks ook maar enigszins overeenstemt met zijn werkelijke status);

- onvermogen om zijn grenzen te herkennen.

Beide artsen bevestigen dat die toestand al lang bestaat, of in elk geval al sinds het einde van zijn puberteit en dus ook in de periode van 1 november 1992 tot 18 augustus 1993, waarin [de verweerder] de overeenkomst voor het beheer van onroerende waarden heeft gesloten en aanvaard heeft speculatieve overeenkomsten zonder enige risicobeperking aan te gaan.

De verschillende handgeschreven brieven die hij naar Capital Europe heeft verstuurd en de brieven die zij reeds had opgesteld en die hij heeft willen medeondertekenen, zijn perfecte voorbeelden van de mythomanie en de grootheidswaan die zijn geestestoestand kenmerken: de erfenis van zijn moeder onmiddellijk investeren in uiterst risicovolle producten die hij niet beheerst en zichzelf zo wijsmaken dat hij meer standing heeft, en vervolgens weigeren de werkelijkheid onder ogen te zien wanneer hij geconfronteerd wordt met de verliezen van zijn belegging.

Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat bewezen is dat [de verweerder], door zijn geestestoestand, de draagwijdte van zijn daden niet helder genoeg kon beoordelen, wat overeenkomt met een gebrek aan toestemming. De overeenkomst die hij ondertekend heeft, net als de daaropvolgende verbintenissen, moeten nietig worden verklaard.

Die nietigheid kan niet worden gedekt door de documenten die [de verweerder] achteraf heeft opgesteld, aangezien ze alleen maar aantonen dat hij absoluut niet bekwaam is zijn goederen te beheren.

8. Capital Europe baseert zich tevergeefs op de mening die, op haar verzoek, werd gegeven door dokter C.

Laatstgenoemde heeft [de verweerder] nooit ontmoet en heeft dus nooit een volledige anamnese kunnen verrichten waaruit hij betrouwbare gevolgtrekkingen kon maken.

Het feit dat de financiële gesprekspartners [van de verweerder] zich niet bewust waren van zijn geestestoestand, doet overigens niet ter zake, aangezien het ontbreken van of een gebrekkige toestemming een relatieve nietigheid tot gevolg heeft die degene die de betrokken daden heeft gesteld, beschermt.

9. Het hof [van beroep] dient ten slotte geen uitspraak te doen over de kritiek van Capital Europe op het arrest van 16 december 2004.

Uit geen van de aan het hof [van beroep] voorgelegde stukken volgt dat [de verweerder] zich opzettelijk zou hebben onttrokken aan het deskundigenonderzoek van dokter B. Integendeel, het wordt niet betwist dat hij niet heeft kunnen kennisnemen van de hem toegestuurde oproepingen.

Er bestaat dus geen grond tot verwerping van het deskundigenonderzoek van dokter C.

Het feit dat laatstgenoemde beschouwingen van ‘economische' aard zou hebben gemaakt, heeft geen belang, daar het hof [van beroep] zijn beslissing uitsluitend heeft gebaseerd op de zuiver medische vaststellingen.

Voor het overige hoeft er geen acht te worden geslagen op de middelen en argumenten van Capital Europe en [van de eiseres], die geen verband houden met de bekwaamheid [van de verweerder], daar ze de beslissing van het hof [van beroep] niet kunnen wijzigen.

10. Het hoofdberoep is gegrond.

In die omstandigheden moet worden vastgesteld dat de overeenkomsten tussen de partijen nietig zijn en moet [de eiseres] veroordeeld worden tot terugbetaling van de 71.783,02 euro die [de verweerder] heeft gestort, vermeerderd met de moratoire interest tegen de wettelijke interestvoet vanaf 16 november 1994, zoals hij in zijn conclusie van 30 mei 2000 heeft gevorderd.

De tegen Capital Europe ingestelde vordering tot vrijwaring wordt doelloos.

Het incidenteel beroep van Capital Europe, dat ertoe strekte [de verweerder] te doen veroordelen tot betaling van een gelijkwaardig bedrag van 1.000 frank wegens tergend en roekeloos verweer, is bijgevolg niet gegrond.

Hetzelfde geldt voor het incidenteel beroep van [de eiseres], dat ertoe strekte het bedrag van de door de eerste rechter uitgesproken veroordeling, te weten 93.280,04 Amerikaanse dollar, te verhogen tot 93.412,12 Amerikaanse dollar.

11. Wat de rechtsplegingsvergoeding betreft, motiveert [de verweerder] zijn vordering tot betaling van een bedrag van 15.000 [euro] niet.

De zaak lijkt niet van een dergelijke complexiteit dat er moet worden afgeweken van het basisbedrag, te weten 3.000 euro voor vorderingen tussen 60.000,01 euro en 100.000 euro".

Het bestreden arrest van 12 mei 2010 grondt zijn beslissing over het gebrek aan toestemming van de verweerder bij het sluiten van de litigieuze akten dus op het advies van de door het bestreden arrest van 16 december 2004 aangestelde deskundige.

Grieven

Eerste onderdeel

Krachtens artikel 11, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, kunnen de rechters hun rechtsmacht niet overdragen.

Luidens artikel 962 van hetzelfde wetboek kan de rechter, ter oplossing van een voor hem gebracht geschil of ingeval een geschil werkelijk en dadelijk dreigt te ontstaan, deskundigen gelasten vaststellingen te doen of een technisch advies te geven.

De opdracht van de deskundige moet zich bijgevolg beperken tot het verzamelen van de feitelijke gegevens op grond waarvan de rechter de ter zake dienende rechtsregels kan toepassen. De rechter kan de deskundige niet gelasten een advies over de gegrondheid van de vordering te geven.

Het bestreden arrest van 16 december 2004 stelt vast dat de eiseres "[de verweerder] heeft gedagvaard voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel tot betaling van het debiteurensaldo op de rekening die laatstgenoemde bij haar had geopend, te weten een bedrag van 93.424,12 Amerikaanse dollar" en dat de verweerder tegen MeesPierson een tegenvordering heeft ingesteld die strekte tot te-rugbetaling van een bedrag van 2.895.720 frank die hij op zijn rekening had ge-stort, op grond dat "hij niet in het volle bezit van zijn geestelijke vermogens was op het ogenblik dat hij de overeenkomst had ondertekend".

De kwestie van het volslagen wilsgebrek van de verweerder bij het stellen van de rechtshandelingen stond dus centraal is het geschil.

Het hof van beroep heeft in het arrest van 19 september 2002 de volgende vaststellingen gedaan:

- uit de aan het hof van beroep voorgelegde gegevens "kan nog niet met zekerheid een [volslagen gebrek aan toestemming van de verweerder] worden afgeleid";

- "alleen een op tegenspraak gevoerd psychiatrisch deskundigenonderzoek zal het hof [van beroep] in staat stellen tot een definitief oordeel over de kwestie te komen" ;

- "het geval is niet van een dergelijke complexiteit dat er een college van deskundigen moet worden samengesteld".

Het bestreden arrest beslist om de bij het arrest van 19 september 2002 aangestelde deskundige te vervangen en stelt, "alvorens verder recht te doen", deskundige D. C. aan en belast hem met de opdracht "te zeggen of [de verweerder], tussen 1 november 1992 en 18 augustus 1993, in staat was de draagwijdte en de rechtsgevolgen van zijn daden in te schatten".

Het arrest gelast de deskundige zodoende zijn advies te geven over de gegrondheid van de oorspronkelijke vordering van de eiseres en van de tegenvordering van de verweerder en schendt bijgevolg de artikelen 11, eerste lid, en 962 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstgenoemd artikel zoals het van toepassing was vóór de wijziging ervan bij de wetten van 15 mei 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek en van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie (II).

De vernietiging van het bestreden arrest van 16 december 2004 zou leiden tot de nietigverklaring van het arrest van 12 mei 2010, dat het gevolg ervan is.

Het bestreden arrest van 12 mei 2010, dat de litigieuze akten wegens gebrek aan toestemming van de verweerder nietig verklaart op grond van het advies dat de deskundige D. C. heeft gegeven ter uitvoering van de opdracht die hem onwettig was toevertrouwd door het bestreden arrest van 16 december 2004, schendt overigens zelf ook de artikelen 11, eerste lid, en 962 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstgenoemd artikel zoals het van toepassing was vóór de wijziging ervan bij de wetten van 15 mei 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek en van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie (II).

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

Artikel 11, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechters hun rechts-macht niet kunnen overdragen.

Krachtens artikel 962 van dat wetboek, zoals het op het geschil van toepassing is, kan de rechter, ter oplossing van een voor hem gebracht geschil, deskundigen ge-lasten vaststellingen te doen of een technisch advies te geven.

Uit die bepalingen volgt dat het door de rechter bevolen deskundigenonderzoek alleen ertoe mag strekken feitelijke vaststellingen te doen of een technisch advies te geven en dat de rechter zijn rechtsmacht overdraagt wanneer hij de deskundige vraagt advies te geven over de gegrondheid van de vordering.

Om na te gaan of de rechter de deskundige gelast vaststellingen te doen of een technisch advies te geven dan wel hem zijn rechtsmacht met betrekking tot de be-oordeling van het geschil overdraagt, moet worden onderzocht hoe de opdracht in zijn geheel is geformuleerd en moet rekening worden gehouden met alle elementen eigen aan het deskundigenonderzoek, zoals de redenen van het vonnis dat het voormelde onderzoek beveelt, het technisch karakter van de opdracht en de con-text waarin de deskundige met die opdracht wordt belast. Het kan voorkomen dat de vraag waarop de deskundige een antwoord van technische aard moet geven, samenvalt met de vraag waarover de rechter vanuit een juridisch oogpunt uit-spraak moet doen.

Het bestreden arrest van 16 december 2004 "stelt dokter D. C., geneesheer-psychiater [...] aan als deskundige en belast hem met de volgende opdracht : [...] zeggen of [de verweerder], tussen 1 november 1992 en 18 augustus 1993, in staat was de draagwijdte en de rechtsgevolgen van zijn daden in te schatten, of hij in het volle bezit van zijn geestelijke vermogens was, of hij, wegens zijn gezondheids-toestand, geheel of gedeeltelijk niet in staat was zijn goederen te beheren of in een zodanige toestand van zwakheid verkeerde dat hij niet kon weerstaan aan de minste externe druk die op hem werd uitgeoefend".

Door de deskundige te gelasten om, in zijn hoedanigheid van psychiater, te ant-woorden op vragen die gedeeltelijk samenvallen met vragen die het hof van be-roep vanuit een juridisch oogpunt dient te beantwoorden, draagt het voornoemde hof zijn rechtsmacht niet over en schendt het de in dat onderdeel aangegeven wet-telijke bepalingen niet.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot bindendverklaring van het arrest.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, raadsheer Didier Batselé, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare terecht-zitting van 15 november 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Burgerlijke zaken

  • Opdracht

  • Rechtsmacht