- Arrest van 20 november 2012

20/11/2012 - P.12.1787.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het verzoekschrift met cassatiemiddelen bij cassatieberoep inzake een Europees aanhoudingsbevel dat niet is neergelegd ter griffie van het hof van beroep samen met het cassatieberoep, is niet tijdig neergelegd en mitsdien niet ontvankelijk (1). (1) Cass. 16 nov. 2010, AR P.10.1730.N, AC 2010, nr. 678.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1787.N

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT,

eiser,

tegen

D. O.,

persoon die het voorwerp uitmaakt van een Europees aanhoudingsbevel,

verweerder,

met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie te Gent.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 6 november 2012.

In een verzoekschrift voert de eiser grieven aan.

In een memorie, die aan dit arrest is gehecht, voert de eiser een middel aan.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Eerste Advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het verzoekschrift

1. Krachtens artikel 18, § 2, Wet Europees Aanhoudingsbevel kunnen cassa-tiemiddelen worden voorgedragen, hetzij in de akte van voorziening, hetzij in een bij die gelegenheid neergelegd geschrift, hetzij in een memorie die op de griffie van het Hof van Cassatie moet worden ontvangen ten laatste de vijfde dag te re-kenen van de datum van instelling van het cassatieberoep.

2. Het cassatieberoep is ingesteld op 7 november 2012.

Het verzoekschrift met cassatiemiddelen dat is neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Gent op 8 november 2012 en derhalve niet samen met het cassatie-beroep, is niet tijdig neergelegd en mitsdien niet ontvankelijk.

Middel

3. Het middel voert schending aan van de artikelen 16, § 1, tweede lid, en 17, § 4, eerste lid, Wet Europees Aanhoudingsbevel: het arrest weigert de tenuitvoer-legging van het Europees aanhoudingsbevel op grond van artikel 4.5° van voor-melde wet, omdat de tenuitvoerlegging van het bevel afbreuk doet aan de funda-mentele rechten van de betrokken persoon, bepaald in artikel 6 EVRM daar het initieel berust op een willekeurige vrijheidsberoving in België, terwijl artikel 16 § 1, tweede lid, Wet Europees Aanhoudingsbevel limitatief opsomt welke verifi-caties de onderzoeksgerechten dienen te verrichten.

De artikelen 16, § 1, tweede lid, 2°, en 17, § 4, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepalen dat de raadkamer, en in geval van hoger beroep de kamer van inbeschul-digingstelling, nagaan of een van de weigeringsgronden omschreven in de artike-len 4 tot 6 moet worden toegepast.

Krachtens artikel 4.5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel, wordt de tenuitvoerleg-ging van een Europees aanhoudingsbevel geweigerd ingeval ernstige redenen be-staan te denken dat de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel af-breuk zou doen aan de fundamentele rechten van de betrokken persoon, zoals die worden bevestigd door artikel 6 Verdrag Europese Unie. Overeenkomstig artikel 6 van dat verdrag behoren tot die rechten ook de grondrechten, zoals zij worden gewaarborgd door het EVRM.

4. Artikel 4.5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel houdt een weigeringsgrond in met betrekking tot het bestaan van ernstige redenen op grond van concrete ele-menten dat de uitvaardigende staat de fundamentele rechten van de betrokken persoon in gevaar zou brengen. Deze bepaling is echter niet van toepassing op de in België gevoerde procedure van tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel, noch op in België gestelde handelingen om de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel te verzekeren.

Bijgevolg schendt de kamer van inbeschuldigingstelling, die de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel weigert op grond van een willekeurige vrij-heidsberoving in België, de in het middel aangevoerde bepalingen.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten op 48,84 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Geert Jocqué, Peter Hoet en Antoine Lievens, en op de openba-re rechtszitting van 20 november 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bij-stand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

A. Lievens P. Hoet

G. Jocqué L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Cassatieberoep

  • Cassatiemiddelen

  • Vorm en termijn

  • Verzoekschrift niet neergelegd samen met het cassatieberoep ter griffie van het hof van beroep