- Arrest van 20 november 2012

20/11/2012 - P.12.0499.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter mag de schade naar billijkheid ramen, mits hij de redenen aangeeft waarom hij de door het slachtoffer voorgestelde berekeningswijze niet kan aannemen en tevens vaststelt dat de schade onmogelijk anders kan worden bepaald (1). (1) Cass. 15 sept. 2010, AR P.10.0476.F, AC 2010, nr. 522.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0499.N

I. V.,

burgerlijke partij,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Sint-Denijs-Westrem, Driekoningenstraat 3, waar de ei-seres woonplaats kiest,

tegen

1. P. B.,

beklaagde,

2. GENERALI BELGIUM nv, met zetel te 1050 Brussel, Louizalaan 149/1,

vrijwillig tussengekomen partij,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Gent van 6 december 2011.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek: de appelrechters verwerpen ten onrechte de kapitalisatieberekening van de eiseres voor haar morele schade wegens de blijvende invaliditeit.

2. De rechter beoordeelt onaantastbaar in feite, maar binnen de perken van de conclusies van partijen, het bestaan en de omvang van de door een onrechtmatige daad veroorzaakte schade alsook het bedrag van de vergoeding dat nodig is voor het volledige herstel van die schade.

De rechter mag de schade naar billijkheid ramen, mits hij de redenen aangeeft waarom hij de door het slachtoffer voorgestelde berekeningswijze niet kan aan-nemen en tevens vaststelt dat de schade onmogelijk anders kan worden bepaald.

3. De appelrechters oordelen dat de toepassing van de kapitalisatiemethode voor de blijvende morele schade niet kan worden toegepast omdat:

- een begroting ex aequo et bono te verkiezen is bij gebrek aan een evidente con-crete begrotingsgrondslag;

- een begroting op basis van een conventioneel bepaald forfaitair dagbedrag dat als basis wordt gehanteerd voor de periodes van tijdelijke arbeidsongeschikt-heid en verrekend wordt op jaarbasis om de toekomstige schade van blijvende arbeidsongeschiktheid te kapitaliseren, ervan uitgaat dat de schade voor en na de consolidatie van eenzelfde intensiteit blijft en voor altijd als een statisch ge-geven moet worden beschouwd, hetgeen niet bewezen is;

- de morele schade bestaat uit verschillende elementen waaronder in hoofdzaak de pijnschade, de gederfde levensvreugde, het bewustzijn van de vermindering van fysieke kracht of geestelijke vermogens, de angst en onzekerheid omtrent de toekomstige ontwikkeling;

- al deze elementen onderhevig zijn aan dynamische factoren van, vooral bij zware fysieke aandoeningen, een mogelijke verergering van de pijn, maar meestal, hoofdzakelijk, van gewenning en aanpassing.

4. De appelrechters die op deze gronden de door de eiseres voorgestelde kapi-talisatieberekening afwijzen, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Eerste onderdeel

5. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek: de appelrechters wijzen ten onrechte de door de eiseres voor de begro-ting van haar schade ingevolge het verlies van economische waarde in het huis-houden gehanteerde kapitalisatieberekening af.

6. De appelrechters oordelen dat:

- het niet te voorspellen is hoe de samenstelling van haar gezin in de toekomst zal evolueren tot aan haar overlijden, zodat het evenmin mogelijk is bij gebrek aan zekere parameters deze schade exact te begroten;

- terzake dezelfde motivering geldt als voor de begroting van de morele schade blijvende invaliditeit of blijvende arbeidsongeschiktheid.

7. De appelrechters die op deze gronden de door de eiseres voorgestelde kapi-talisatieberekening afwijzen, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

8. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek: de appelrechters stellen niet vast dat de door de eiseres voorgestelde be-rekeningsmethode ook niet kan worden aangenomen voor de reeds geleden schade ingevolge het verlies van economische waarde in het huishouden.

9. Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, wijzen de appelrechters de door de eiseres voorgestelde berekeningsmethode voor de schade ingevolge het verlies van economische waarde in het huishouden niet enkel af omdat het delicaat is het verlies van de economische waarde huisvrouw voor de toekomst te becijferen aan de hand van de kapitalisatiemethode gelet op de onvoorspelbaarheid van de evolutie van de samenstelling van haar gezin. Zij wijzen de berekeningsmethode ook af op grond van dezelfde motivering als voor de begroting van de morele schade blijvende invaliditeit of blijvende arbeidsongeschiktheid.

Het onderdeel berust op een onvolledige lezing van het bestreden vonnis en mist bijgevolg feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 39,34 euro waarvan 9,24 euro verschuldigd is.

K. Vanden Bossche

E. Francis P. Hoet

G. Jocqué L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Raming van schade naar billijkheid