- Arrest van 21 november 2012

21/11/2012 - P.12.0759.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het feit dat een partij haar toestemming in het huwelijk heeft geveinsd door haar handtekening te plaatsen in de registers van de huwelijksakten die worden bijgehouden door de ambtenaar van de burgerlijke stand, kan als een valsheid in geschrifte worden omschreven, zonder dat vereist is dat beide partijen hun toestemming opzettelijk hebben geveinsd.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0759.F

N. R.,

Mrs. André Risopoulos en Aurélie Verheylesonne, advocaten bij de balie te Brus-sel

tegen

1. J. S., en

2. N. S.,

Mr. Jacques de Hemptinne, advocaat bij de balie te Brussel,

3. C. W., die het door C. L. ingestelde geding hervat,

Mr. Thierry Moreau, advocaat bij de balie te Nijvel,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 23 maart 2012.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvor-dering

Eerste middel

Eerste onderdeel

Het feit dat een partij haar toestemming in het huwelijk heeft geveinsd door haar handtekening te plaatsen in de registers van de huwelijksakten die worden bijge-houden door de ambtenaar van de burgerlijke stand, kan als valsheid in geschrif-ten worden omschreven, zonder dat vereist is dat beide partijen hun toestemming opzettelijk hebben geveinsd.

Het middel dat het tegendeel aanvoert, faalt naar recht.

Tweede onderdeel

Het feit dat één van de partijen door zijn geestestoestand niet heeft kunnen toe-stemmen in een huwelijksakte, ontzegt de strafrechter de bevoegdheid niet om het feit dat de andere partij met bedrieglijk opzet in een schijnhuwelijk heeft toege-stemd, als valsheid in geschriften te omschrijven.

Het middel dat het tegendeel aanvoert, faalt naar recht.

Derde onderdeel

De eiseres voert aan dat de appelrechters het moreel bestanddeel van de valsheid in geschriften niet naar recht hebben vastgesteld, aangezien de gemeenschap van goederen die ten gevolge van een huwelijk is ontstaan, niet als een onrechtmatig voordeel kan worden beschouwd.

Bedrieglijk opzet, dat vereist is opdat de valsheid strafbaar zou zijn, is verwezen-lijkt wanneer de dader, met misleiding van het openbaar vertrouwen in het ge-schrift, enigerlei voordeel of winst probeert te verkrijgen die hij niet zou hebben verkregen indien hij de waarachtigheid en de oprechtheid van het geschrift had geëerbiedigd.

Het arrest, dat oordeelt dat de aanstaande echtgenoot op bedrieglijke wijze voor de ambtenaar van de burgerlijke stand is gebracht, zonder dat hij rechtsgeldig in het huwelijk heeft kunnen toestemmen en dat de eiseres op bedrieglijke wijze in dat huwelijk heeft toegestemd uit louter winstbejag, met benadeling van de toekomstige erfgenamen van haar echtgenoot, maakt een juiste toepassing van artikel 196 Strafwetboek.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Vierde onderdeel

In tegenstelling tot wat het middel aanvoert, kan het feit dat er geen enkel voor-nemen aanwezig was om een levensgemeenschap te vormen, het objectieve gege-ven zijn waaruit kan worden afgeleid dat het huwelijk niet oprecht is.

De appelrechters, die oordelen dat de eiseres, in strijd met de geformuleerde toe-stemming, in werkelijkheid kennelijk geen levensgemeenschap met haar echtge-noot heeft willen vormen, beslissen naar recht dat de huwelijksakte het gevolg was van een verdraaiing van de waarheid.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissingen die, op de burgerlijke rechtsvorderingen van de verweerders tegen de eiseres, uitspraak doen over

1. het beginsel van de aansprakelijkheid

Derde middel

De eiseres heeft voor de appelrechters aangevoerd en betoogt thans voor het Hof dat er geen duidelijk oorzakelijk verband tussen de fout en de schade in aanmer-king kan worden genomen omdat de verweerders, de neven van de overledene, al-leen maar zijn wettelijke en niet zijn reservataire erfgenamen zijn, zodat de de cu-jus, ook zonder het van valsheid betichte huwelijk en testament, de bestemming van zijn goederen had kunnen regelen zonder dat zijn neven aanspraak hadden kunnen maken op een deel daarvan.

Om het oorzakelijk verband uit te sluiten moet men kunnen stellen dat de schade zich zonder de fout zou hebben voorgedaan zoals zij zich in concreto heeft voor-gedaan, waarbij alle andere omstandigheden van de schade identiek zijn. Het on-derzoek dat erin bestaat zich af te vragen of de schade zich ook zonder de fout had kunnen voordoen, mag niet verworden tot de mentale constructie van een ingebeeld geval.

Het middel dat aanvoert dat de door de verweerders aangevoerde schade zich ook zou hebben voorgedaan als de de cujus schikkingen had getroffen die hij in wer-kelijkheid niet heeft getroffen, verzoekt de rechter om de zaak te beoordelen zon-der rekening te houden met de concrete omstandigheden van de zaak, wat erop neerkomt te eisen dat geen enkel ander feit, behalve de fout, de schade kan ver-oorzaken.

Artikel 1382 Burgerlijk Wetboek, dat volgens het middel zou zijn geschonden, vereist dat niet.

Het middel faalt naar recht.

2. De omvang van de schade

De eiseres doet afstand van haar cassatieberoep.

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep in zoverre het gericht is tegen de beslissingen die, op de burgerlijke rechtsvorderingen van de verweerders tegen de eiseres, uitspraak doen over de omvang van de schade.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 21 november 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en over-geschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Valsheid in geschrifte

  • Huwelijk

  • Geveinsde toestemming

  • Handtekening in de registers van de huwelijksakten