- Arrest van 23 november 2012

23/11/2012 - F110009N-F110013N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Conclusie van advocaat-generaal Thijs.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0009.N

1. Frank VAN VLAENDEREN, advocaat, met kantoor te 9000 Gent, Krijgslaan 47, in zijn hoedanigheid van sekwester over de ten laste van de tweede en derde eisers in beslag genomen roerende goederen en van beheer-der ad hoc over de roerende en onroerende goederen die toebehoren aan de tweede en derde eisers,

2. L.D.,

3. D.R.,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Loksumstraat 25, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, op verzoek van de gewestelijk directeur der Directe Belastingen te Gent, met kantoor te 9050 Ledeberg, G. Crommenlaan 6/604,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest,

en ten aanzien van

DEUTSCHE BANK nv, met zetel te 1000 Brussel, Marnixlaan 13-15,

in gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partij.

Nr. F.11.0013.N

DEUTSCHE BANK nv, met zetel te 1000 Brussel, Marnixlaan 13-15,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, op verzoek van de gewestelijk directeur der Directe Belastingen te Gent, met kantoor te 9050 Ledeberg, G. Crommenlaan 6/604,

verweerder,

en ten aanzien van

1. Frank VAN VLAENDEREN, advocaat, met kantoor te 9000 Gent, Krijgslaan 47, in zijn hoedanigheid van sekwester over de ten laste van de tweede en derde eisers in beslag genomen roerende goederen en van beheer-der ad hoc over de roerende en onroerende goederen die toebehoren aan de tweede en derde eisers,

2. L.D.,

3. D.R.,

in gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partijen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 21 september 2010.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 21 mei 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

A. F.11.0009.N

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

B. F.11.0013.N

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Voeging

1. De cassatieberoepen in de zaken F.11.0009.N en F.11.0013.N zijn gericht tegen hetzelfde arrest, zodat zij gevoegd dienen te worden.

Gegrondheid

Zaak F.11.0009.N

Tweede middel

Tweede onderdeel

2. Volgens artikel 31, eerste lid, WIB92 omvatten de bezoldigingen van werk-nemers alle beloningen die voor de werknemer de opbrengst zijn van arbeid in dienst van een werkgever.

Volgens het tweede lid van dit artikel behoren hiertoe inzonderheid:

1° wedden, lonen, commissies, gratificaties, premies, vergoedingen en alle an-dere soortgelijke beloningen, met inbegrip van fooien en toelagen die, zelfs toevallig, uit hoofde of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerk-zaamheid op enige andere wijze worden verkregen dan als terugbetaling van eigen kosten van de werkgever;

2° voordelen van alle aard verkregen uit hoofde of naar aanleiding van het uit-oefenen van de beroepswerkzaamheid;

3° vergoedingen verkregen uit hoofde of naar aanleiding van het stopzetten van de arbeid of het beëindigen van een arbeidsovereenkomst;

4° vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen, daarin begrepen de vergoedingen die worden toe-gekend in uitvoering van een solidariteitstoezegging als bedoeld in de artikelen 10 en 11 van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voor-delen inzake sociale zekerheid, en de vergoedingen die zijn gevormd door middel van bijdragen en premies als bedoeld in artikel 52, 3°, b, vierde streepje;

5° bezoldigingen die door een werknemer zijn verkregen, zelfs indien ze zijn betaald of toegekend aan zijn rechtverkrijgenden.

3. Het begrip "bezoldiging" in de zin van voormeld artikel, omvat niet de gel-den die een werknemer zich onrechtmatig heeft toegeëigend ten nadele van zijn werkgever, ook al is dit gebeurd bij de uitoefening van de dienstbetrekking waar-voor hij was aangeworven.

4. De appelrechters die oordelen dat de gelden die de eiseres zich heeft toege-eigend ten nadele van haar werkgever dienen aangezien te worden als een bezol-diging van een werknemer, schenden het voormelde artikel 31 WIB92.

Het onderdeel is gegrond.

Zaak F.11.0013.N

Tweede middel

5. Om de redenen vermeld in het antwoord op het tweede onderdeel van het tweede middel in de zaak F.11.0009.N, is het middel gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Erwin Francis, en in openbare rechtszitting van 23 november 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzit-ter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky E. Francis K. Mestdagh

A. Smetryns B. Deconinck E. Stassijns

Vrije woorden