- Arrest van 26 november 2012

26/11/2012 - S.11.0101.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 22, §2, Wet Handvest Sociaal Verzekerde schendt de artikelen 10 et 11 van de Grondwet “in die zin geïnterpreteerd dat het slechts van toepassing is wanneer voorwaarden zijn bepaald door het betrokken beheerscomité en goedgekeurd door de bevoegde minister”; dezelfde bepaling schendt artikelen 10 et 11 van de Grondwet niet “in die zin geïnterpreteerd dat ze van toepassing is zelfs bij ontstentenis van voorwaarden bepaald door het betrokken beheerscomité en goedgekeurd door de bevoegde minister (1). (1) GwH 28 mei 2009, n° 2009/88.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.11.0101.N

NMBS HOLDING nv, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Frankrijkstraat 85,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. L.B.,

2. W.V.,

3. T.V.,

allen als rechtsopvolgers van wijlen R.V.,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen van 19 mei 2011.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 22, § 2, Wet Handvest Sociaal Verzekerde kan de bevoeg-de instelling van sociale zekerheid, binnen de voorwaarden bepaald door zijn be-heerscomité en goedgekeurd door de bevoegde minister, afzien van de terugvordering van het onverschuldigde:

a) in behartigenswaardige gevallen of categorieën van gevallen en mits de schul-denaar te goeder trouw is;

b) wanneer het terug te vorderen bedrag gering is;

c) wanneer blijkt dat de terugvordering onzeker of te duur is vergeleken met het bedrag dat teruggevorderd moet worden.

2. In antwoord op de prejudiciële vraag gesteld door het arbeidshof in het tus-senarrest van 19 juni 2008, oordeelt het Grondwettelijk Hof bij arrest van 28 mei 2009 in de zaak 2009/88 dat:

- artikel 22, § 2, Wet Handvest Sociaal Verzekerde de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt "in die zin geïnterpreteerd dat het slechts van toepassing is wanneer voorwaarden zijn bepaald door het betrokken beheerscomité en goedgekeurd door de bevoegde minister";

- diezelfde bepaling de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt "in die zin geïnterpreteerd dat ze van toepassing is, zelfs bij ontstentenis van voor-waarden bepaald door het betrokken beheerscomité en goedgekeurd door de bevoegde minister".

3. Uit de tekst van de wet blijkt niet dat de mogelijkheid af te zien van de te-rugvordering van het onverschuldigde in de onder a), b) en c) bepaalde gevallen, noodzakelijkerwijze ondergeschikt is aan het bestaan van voorwaarden bepaald door het beheerscomité en goedgekeurd door de bevoegde minister.

4. De appelrechters nemen aan dat het mogelijk was dat door de eiseres een af-stand van terugvordering was gedaan van de door de rechtsvoorganger van de verweerders ten onrechte genoten prestaties, dit onder de voorwaarden zoals be-paald in artikel 22, § 2, Wet Handvest Sociaal Verzekerde.

De appelrechters oordelen verder dat:

- volgens voormeld artikel 22 onder meer afstand kan worden gedaan binnen de voorwaarden bepaald door het beheerscomité van de bevoegde instelling van sociale zekerheid, dewelke werden goedgekeurd door de bevoegde minister;

- dergelijke voorwaarden niet worden voorgelegd en ook niet zijn bepaald;

- de afwezigheid van deze voorwaarden de mogelijkheid van afstand niet belet.

5. Door aldus te oordelen verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum,

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 525,56 euro en voor de verweerders op 124,04 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Mireille Delange en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 26 november 2012 uitgesproken door raadsheer Beatrijs

Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bij-stand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols A. Lievens M. Delange

K. Mestdagh A. Smetryns B. Deconinck

Vrije woorden

  • Sociale zekerheid

  • Handvest Sociaal Verzekerde

  • Bevoegde instelling van sociale zekerheid

  • Onverschuldigde

  • Terugvordering