- Arrest van 29 november 2012

29/11/2012 - C.11.0752.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Louter uit de omstandigheid dat een partij zich heeft verzet tegen een rechtsvordering tegen haar en daartoe heeft aangevoerd dat die vordering uitsluitend betrekking heeft op een medeverweerder, kan niet worden afgeleid dat die partij tegen die verweerder een conclusie heeft genomen en met hem voor de feitenrechter samen in een geding betrokken is (1). (1) Zie andersl. concl. O.M. in Pas. 27 sept. 2012, nr. … .

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0752.F

BELGISCHE STAAT, ministerie van Justitie,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie.

tegen

1. P. P.,

2. WAALS GEWEST,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen arrest van het hof van beroep te Luik van 6 april 2011.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 7 november 2012 ter griffie een schrif-telijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

In het cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit arrest is gevoegd, voert de eiser een middel aan,

III. BESLISSING VAN HET HOF

Over het door de tweede verweerder tegen het cassatieberoep aangevoerde middel van niet-ontvankelijkheid: voor de bodemrechter was er geen geding tussen de eiser en de tweede verweerder.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de tweede verweerder en de eiser geen enkele vordering tegen elkaar hebben ingesteld voor de bodemrechter. Laatstgenoemde heeft geen enkele veroordeling uitgesproken tegen een van die partijen ten voordele van de andere. Louter uit de omstandigheid dat een partij zich verzet heeft tegen een rechtsvordering die tegen haar was ingesteld en daartoe aanvoerde dat die rechtsvordering uitsluitend betrekking had op een medeverweerder, kan niet worden afgeleid dat die partij tegen die verweerder heeft geconcludeerd en dat zij met hem in een geding voor de bodemrechter betrokken was.

Het middel van niet-ontvankelijkheid moet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep;

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Martine Regout, Alain Simon, Gustafe Steffens en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 29 november 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Claude Parmentier, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en over-geschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Bodemrechter

  • Betrokken in een geding