- Arrest van 30 november 2012

30/11/2012 - C.11.0618.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Met de bepaling van artikel 8, zevende lid, b) van de wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen wil de wetgever vermijden dat het uitoefenen van het subrogatierecht door andere verzekeraars de uitkering van de vergoeding van de objectieve aansprakelijkheidsverzekering vertraagt en de objectieve aansprakelijkheidsverzekeraar de gehele last moet dragen van het schadegeval; de verwijzing naar artikel 41 van de Wet Landverzekeringsovereenkomst heeft aldus niet de bedoeling de uitsluiting te beperken tot Belgische verzekeraars die na vergoeding van de benadeelde persoon in de rechten van hun verzekerden zijn gesubrogeerd (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0618.N

ST. PAUL TRAVELERS INTERNATIONAL INSURANCE COMPANY Ltd., met zetel te 1000 HE Amsterdam (Nederland), postbus 20201,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 6000 Charleroi, rue de l'Athénée 9, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 2,

2. COÖPERATIEVE VEILING ROESELARE (REO-VEILING) cvba, met zetel te 8800 Roeselare, Oostnieuwkerksesteenweg 101,

verweersters,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweersters woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 23 juni 2011.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft op 24 september 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Krachtens artikel 8, zevende lid, van de wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen kunnen onder meer niet genieten van de uitkeringen bepaald in deze wet:

b) de verzekeraar die de benadeelde persoon vergoed heeft in het kader van een verzekering met vergoedend karakter en die zijn subrogatierecht uitoefent bedoeld in artikel 41 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst.

Met deze bepaling wil de wetgever vermijden dat het uitoefenen van het subroga-tierecht door andere verzekeraars de uitkering van de vergoeding van de objectie-ve aansprakelijkheidsverzekering vertraagt en de objectieve aansprakelijkheids-verzekeraar de gehele last moet dragen van het schadegeval.

De verwijzing naar artikel 41 Wet Landverzekeringsovereenkomst heeft aldus niet de bedoeling de uitsluiting te beperken tot Belgische verzekeraars die na vergoe-ding van de benadeelde persoon in de rechten van hun verzekerden zijn gesubro-geerd.

2. Het middel dat ervan uitgaat dat de uitsluiting niet geldt voor verzekeraars die in het kader van een verzekeringsovereenkomst onderworpen aan een andere dan de Belgische wetgeving vergoeding hebben uitbetaald aan hun verzekerde en gesubrogeerd zijn in zijn rechten, faalt naar recht.

Tweede middel

3. Krachtens artikel 1733 Burgerlijk Wetboek is de huurder aansprakelijk voor brand, tenzij hij bewijst dat de brand buiten zijn schuld is ontstaan.

Krachtens artikel 1735 Burgerlijk Wetboek is de huurder aansprakelijk voor de beschadigingen en de verliezen die ontstaan door toedoen van zijn huisgenoten of van zijn onderhuurders.

4. Uit deze bepalingen volgt dat de huurder ten aanzien van de verhuurder of de in diens rechten getreden persoon dient aan te tonen dat hij zelf noch de perso-nen voor wie hij instaat, enige fout hebben begaan die de brand mede heeft ver-oorzaakt.

De huurder is niet ertoe gehouden om op positieve wijze de oorzaak van de brand aan te tonen, maar het volstaat dat hij op basis van voldoende precieze en over-eenstemmende vermoedens de onmogelijkheid aantoont van een dergelijke fout die de brand mede zou hebben veroorzaakt.

5. De appelrechters oordelen dat:

- de tweede verweerster het bewijs levert dat de brand opzettelijk werd gesticht, dat de buurt geteisterd werd door een reeks brandstichtingen en dat zijzelf, bij gebrek aan belang, als dader niet in aanmerking komt;

- er geen aanwijzingen zijn dat zij op enige wijze nalatig zou zijn geweest bij de beveiliging van de gehuurde goederen;

- het niet is aangetoond, dat de brand werd veroorzaakt door een huisgenoot dan wel een onderhuurder van de tweede verweerster en er geen gegevens voor-handen zijn die dit aannemelijk zouden maken.

6. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de tweede verweerster bewijst dat de brand buiten haar schuld is ontstaan en zij niet moet instaan voor beschadigingen en verliezen die ontstaan zijn door toedoen van haar huisgenoten of onderhuurders, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 713,07 euro en voor de verweersters op 346,61 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 30 november 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzit-ter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen G. Jocqué K. Mestdagh

A. Smetryns B. Deconinck E. Stassijns

Vrije woorden

  • Objectieve aansprakelijkheidsverzekering bij brand en ontploffing

  • Subrogatierecht door andere verzekeraars

  • Uitsluiting