- Arrest van 30 november 2012

30/11/2012 - C.11.0464.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de partijen een conclusie neerleggen waarin zij al hun middelen voordragen, dient de rechter niet te motiveren waarom hij uitspraak doet over het geheel van de voor hem gebrachte betwistingen; het behoort aan de partij die beweert dat het debat was beperkt, te bewijzen dat de rechter ultra petita heeft geoordeeld (1). (1) Zie Cass. 30 mei 1989, AR nrs. 2368, 2568bis, 2655 en 2861bis, AC 1988-89, nr. 553.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0464.N

1. M.K.,

2. H.N.,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets en mr. Paul Alain Foriers, advoca-ten bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

REVENDIS CONSULT bvba, met zetel te 1040 Etterbeek, Antoine Gautier-straat 62,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 14 december 2010.

Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Zelfs indien uit de processen-verbaal van de terechtzittingen afgeleid zou moeten worden dat de raadsman van de eisers het voorwerp van de pleidooien heeft willen beperken tot de uitvoerbaarheid van het beroepen vonnis, volgt hieruit niet dat de verweerster akkoord ging het debat voorlopig te beperken tot de uitvoerbaarheid van het eerste vonnis, zodat de appelrechters die uitspraak doen over het geheel van de vorderingen, waarover partijen in conclusies tegenspraak hebben gevoerd, artikel 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek, niet schenden en evenmin het in die wetsbepaling neergelegde beginsel van de autonomie der procespartijen en het algemeen rechtsbeginsel inzake het recht van verdediging miskennen.

2. Wanneer de partijen een conclusie neerleggen waarin zij al hun middelen voordragen, dient de rechter niet te motiveren waarom hij uitspraak doet over het geheel van de voor hem gebrachte betwistingen.

Het behoort aan de partij die beweert dat het debat was beperkt, te bewijzen dat de rechter ultra petita heeft geoordeeld.

3. Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 513,57 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 30 november 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzit-ter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen G. Jocqué K. Mestdagh

A. Smetryns B. Deconinck E. Stassijns

Vrije woorden

  • Door partijen op conclusie voorgedragen middelen

  • Motivering uitspraak door de rechter

  • Beweerde beperking van het debat

  • Beoordeling ultra petita