- Arrest van 3 december 2012

03/12/2012 - C.10.0040.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Aangezien de overdracht van de rechten en vorderingen van de indeplaatssteller aan de indeplaatsgestelde geschiedt door de betaling van de bezoldiging, en dus op dat ogenblik, worden de overgedragen rechten en vorderingen niet aangetast door de overeenkomst over de omvang van de schade die de werknemer na die betaling heeft gesloten met de verzekeraar van de voor het ongeval aansprakelijke persoon.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0040.F

FRANSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door haar regering,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. W.S.,

2. AXA BELGIUM nv,

Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Bergen van 4 maart 2009.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 13 november 2012 verwe-zen naar de derde kamer.

Raadsheer Mireille Delange heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert drie middelen aan waarvan het eerste luidt als volgt:

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 149 van de Grondwet;

- artikel 14, § 3, van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector.

Aangevochten beslissingen

Het bestreden vonnis beslist dat "[het beroepen vonnis] de regresvordering van (de eiseres) terecht beperkt heeft tot het bedrag dat F.D. had moeten ontvangen voor de vergoeding van haar tijdelijke materiële beroepsschade volgens het gemeen recht".

Het grondt die beslissing op alle redenen die hier als volledig weergegeven worden beschouwd, inzonderheid op de volgende redenen:

"Artikel 14, § 3, van de wet van 3 juli 1967 [...] voorziet in een automatische indeplaatsstelling van de werkgever die de last van de bezoldiging draagt tot beloop van het bedrag van de bezoldiging uitgekeerd gedurende de periode van tijdelijke ongeschiktheid; (...)

Artikel 32 van het koninklijk besluit van 24 januari 1969 bepaalt dat de personeelsleden van de overheidssector tijdens de periode van tijdelijke ongeschiktheid de bezoldiging verschuldigd op grond van hun arbeidsovereenkomst of wettelijk of reglementair statuut behouden;

Krachtens het bovenvermelde beginsel, heeft de indeplaatsgestelde partij niet méér rechten dan de [indeplaatssteller] zelf, zodat de omvang van de rechten van F.D. volgens het gemeen recht moet worden nagegaan;

Die rechten werden omschreven na een geneeskundige expertise die in der minne tussen haarzelf en (de verweerders) werd geregeld;

F. D. heeft daarmee ingestemd en werd vergoed in gemeen recht, op grond van een verslag van een geneeskundige expertise in der minne die de periode van tijdelijke volledige arbeidsongeschiktheid heeft beperkt van 9 tot 31 mei 2000;

De deskundigen zijn het erover eens dat F.D. vanaf 1 juni 2000 slechts tijdelijk gedeeltelijk arbeidsongeschikt was, wat elke weerslag op de economische activiteit van het slachtoffer, met name haar beroepsactiviteit, uitsluit.

Als F.D. op de dag van het ongeval niet in dienst van de eiseres tewerkgesteld zou zijn geweest en bijgevolg geen enkele vergoeding hebben genoten tijdens de tijdelijke ongeschiktheid, had ze van de dader die aansprakelijk is voor de door haar geleden schade enkel een vergoeding kunnen vorderen voor de tijdelijke materiële beroepsschade voor die periode van 9 tot 31 mei 2000;

De eiseres is in de rechten van F.D. getreden en louter binnen de limieten daarvan;

De dader die aansprakelijk is voor het ongeval kan immers geen schadevergoeding moeten betalen die verschilt al naar gelang het slachtoffer al dan niet zijn bezoldiging heeft ontvangen, geheel of gedeeltelijk, volgens de aard van zijn beroepsactiviteit, na de datum waarop voornoemd slachtoffer in staat wordt geacht zijn activiteiten te hervatten en zulks, met toepassing van de wettelijke, reglementaire of contractuele bepalingen die hem vreemd zijn."

Grieven

Artikel 14, § 3, van de wet van 3 juli 1967, zoals van toepassing op de feiten, bepaalt:

"Toepassing van het bepaalde in deze wet brengt van rechtswege mede dat de hierboven bedoelde rechtspersonen of instellingen die de last van de rente dragen, in alle rechten, vorderingen en rechtsmiddelen treden welke het slachtoffer of zijn rechthebbenden, overeenkomstig § 1 mochten kunnen doen gelden tegen de persoon die verantwoordelijk is voor het arbeidsongeval of de beroepsziekte en zulks tot het bedrag van de renten en vergoedingen door deze bepaald en van het bedrag gelijk aan het kapitaal dat die renten vertegenwoordigt.

Bovendien treden de hierboven bedoelde rechtspersonen of instellingen die de last van de bezoldiging dragen van rechtswege in alle rechten, vorderingen en rechtsmiddelen die het slachtoffer overeenkomstig § 1 mocht kunnen doen gelden tegen de persoon die verantwoordelijk is voor het arbeidsongeval of de beroepsziekte tot het bedrag van de bezoldiging uitgekeerd gedurende de periode van tijdelijke ongeschiktheid."

Krachtens die bepaling kan geen enkele handeling waaraan de indeplaatssteller deelneemt, te rekenen vanaf de betaling van de bezoldiging waardoor de schuldoverdracht geschiedt en het vorderingsrecht door de indeplaatsgestelde wordt verworven, dat recht aantasten.

Bovendien verleent de indeplaatsstelling aan de indeplaatsgestelde persoon het recht om het gerecht dat over de regresvordering uitspraak moet doen, op grond van alle door de wet toegestane bewijsmiddelen en conform het beginsel van de tegenspraak, alle elementen voor te leggen, met inbegrip van medische elementen, die van aard zijn om de geleden schade te ramen.

Voornoemd artikel 14, § 3, verhindert dat de rechten van de indeplaatsgestelde persoon bepaald kunnen worden in functie van de rechten die, volgens het gemeen recht, aan het slachtoffer toekomen op grond van het verslag van een deskundige die krachtens een overeenkomst tussen het indeplaatsstellende slachtoffer en de verzekeraar van de derde aansprakelijke in der minne is aangesteld, en zulks na de overdracht van de schuld aan de indeplaatsgestelde partij.

Het bestreden vonnis stelt vast dat de eiseres aan haar personeelslid, slachtoffer van het litigieuze arbeidsongeval, zijn volledige bezoldiging heeft betaald voor de volledige periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid, namelijk van 10 mei 2000 tot 1 maart 2002. Aangezien door de betaling van de bezoldiging de schuldvordering is overgedragen, behoorde het vorderingsrecht uiterlijk op 1 maart 2002 aan de indeplaatsgestelde. Vanaf die datum kon geen enkele handeling waaraan de indeplaatsteller deelneemt dat recht nog aantasten.

Het bestreden vonnis stelt ook vast dat "(de rechten van F. D. omschreven werden na een geneeskundige expertise die in der minne tussen haarzelf en de [verweerders] werd geregeld; (...) F.D. daarmee heeft ingestemd en vergoed werd volgens het gemeen recht, op grond van een verslag van een geneeskundige expertise in der minne die de volledige periode van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid heeft beperkt van 9 tot 31 mei 2000". Uit de bijlage van de brief van 15 mei 2003, zijnde stuk 14 van het dossier van de eiseres en stuk 8 van het dossier van de verweerster, blijkt dat de geneeskundige expertise "op 27 maart 2003 te Bergen in der minne beëindigd werd".

Uit die twee motieven kan worden afgeleid dat het verslag van de expertise in der minne op grond waarvan een overeenkomst tussen het slachtoffer en de verzekeraar van de derde aansprakelijke werd afgesloten, na het ontstaan van het recht van indeplaatsstelling van de eiseres is opgesteld.

Het bestreden vonnis stelt althans niet expliciet vast dat de overeenkomst tot expertise in der minne tussen het slachtoffer en de verzekeraar van de aansprakelijke derde, aan het ontstaan van het subrogatierecht van de eiseres voorafging.

Het bestreden vonnis dat de rechten van de eiseres louter vaststelt op grond van het geneeskundige verslag in der minne dat werd opgesteld na een overeenkomst tussen het slachtoffer en de verzekeraar van de aansprakelijke derde, na de overdracht van de schuldvordering van het slachtoffer aan de eiseres, zonder de andere door de eiseres aangevoerde elementen bij de beoordeling van de schade in aanmerking te nemen, schendt artikel 14, § 3, van de wet van 3 juli 1967.

Het bestreden vonnis stelt althans niet vast dat de overeenkomst tot expertise in der minne tussen het slachtoffer en de verzekeraar van de aansprakelijke derde aan het ontstaan van het subrogatierecht van de eiseres voorafging, wat trouwens een noodzakelijke voorwaarde is voor de tegenstelbaarheid van die overeenkomst aan de eiseres, zodat het niet de vaststellingen bevat die het Hof de mogelijkheid bieden de wettelijkheid te onderzoeken van de bestreden beslissing volgens welke de rechten van de eiseres door de inhoud van die overeenkomst beperkt zijn.

Het bestreden vonnis schendt in zoverre artikel 149 van de Grondwet.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Krachtens artikel 14, § 3, Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel, treden de rechtspersonen of instellingen waarop de wet van toepassing is, die de last van de bezoldiging dragen van rechtswege in alle rechten, vorderingen en rechtsmiddelen die het slachtoffer mocht kunnen doen gelden tegen de persoon die verantwoordelijk is voor het arbeidsongeval tot het bedrag van de bezoldiging uitgekeerd gedurende de periode van tijdelijke ongeschiktheid.

Aangezien de overdracht van de rechten en vorderingen van de indeplaatssteller aan de indeplaatsgestelde geschiedt door de betaling van de bezoldiging, en dus op dat ogenblik, worden de overgedragen rechten en vorderingen niet aangetast door de overeenkomst over de omvang van de schade die het slachtoffer na de be-taling van de bezoldiging heeft gesloten.

Het bestreden vonnis stelt vast dat de eiseres aan haar personeelslid, slachtoffer van een ongeval op de weg naar en van het werk, de bezoldiging heeft betaald voor de volledige periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid erkend door de administratieve gezondheidsdienst, namelijk tot 1 maart 2002; dat het slachtoffer met de verweerder, die aansprakelijk is voor het ongeval, en de verweerster, zijn verzekeraar, een expertise in der minne heeft laten uitvoeren over de gevolgen van het ongeval; dat de expertise op 22 oktober 2002 nog steeds aan de gang was; dat de deskundigen beslist hebben dat de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid op 31 mei 2000 eindigde; dat het slachtoffer met die besluiten heeft ingestemd en dat zij op basis daarvan vergoed werd in gemeen recht.

Uit die vaststellingen blijkt dat het slachtoffer de overeenkomst over de omvang van de schade heeft gesloten nadat de eiseres de bezoldigingen had betaald.

Het bestreden vonnis dat bij de bepaling van het bedrag waartoe de verweerders ten voordele van de eiseres worden veroordeeld, de periode van tijdelijke arbeids-ongeschiktheid in aanmerking neemt die eindigt op 31 mei 2000, zoals door het slachtoffer na die betaling was overeengekomen, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Doornik, rechtszitting houdend in hoger beroep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Alain Simon, Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 3 december 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koen Mestdagh en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Aansprakelijkheid

  • Derden

  • Tijdelijke ongeschiktheid

  • Openbare rechtspersoon die de last van de bezoldiging draagt

  • Werkgever

  • Indeplaatsstelling

  • Overdracht van rechten

  • Tijdstip

  • Uitwerking

  • Overeenkomst gesloten door de werknemer met de aansprakelijke verzekeraar