- Arrest van 3 december 2012

03/12/2012 - S.11.0014.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 16 van de wet van 19 maart 1991 verbiedt niet elke cumulatie tussen de beschermingsvergoeding en een andere vergoeding verschuldigd op grond van een collectieve overeenkomst, ongeacht de reden.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.11.0014.F

BRITISH AMERICAN TOBACCO nv,

Mr. Willy van EEckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. F. C.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

2. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Werk en Ge-lijke kansen,

3. S. D. B.,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Brussel van 9 maart 2010.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Grond van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep aangevoerd door de eerste verweerder: het cassatieberoep is te laat ingesteld.

Artikel 35, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het afschrift van de akte van een betekening ter hand wordt gesteld aan een bloedverwante, aanverwante, dienstbode of aangestelde van de geadresseerde.

Krachtens artikel 43, eerste lid, 4°, Gerechtelijk Wetboek moet het exploot van betekening, op straffe van nietigheid, de naam, voornaam en, bij voorkomend ge-val, de hoedanigheid van de persoon aan wie afschrift ter hand gesteld is, vermel-den.

Krachtens artikel 867 Gerechtelijk Wetboek, kan de loutere verschrijving in de vermelding van de hoedanigheid van de persoon aan wie een afschrift ter hand werd gesteld en die slechts te wijten kan zijn aan de verklaring van die persoon, niet leiden tot de nietigheid van de betekening, als vaststaat dat de handeling het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt.

De eiseres voert aan dat het exploot ter hand werd gesteld aan een onbekende per-soon, aangezien de vermelding van de naam van de persoon aan wie het afschrift ter hand werd gesteld, onleesbaar is en diens hoedanigheid van aangestelde be-twist wordt.

Te dezen blijkt niet dat de betekening van het exploot zijn doel heeft bereikt. De betekening heeft dus de termijn om cassatieberoep in te stellen niet doen lopen.

De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen.

Eerste middel

Krachtens artikel 16 van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslag-regeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de co-mités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden, moet de werkgever, wanneer de werknemer of de organisatie die zijn kandidatuur heeft voorgedragen zijn reïnte-gratie niet heeft aangevraagd binnen de bij artikel 14 van die wet vastgestelde termijnen, hem, onverminderd het recht op een hogere vergoeding, verschuldigd op grond van de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst of van de gebrui-ken, een vergoeding betalen gelijk aan twee, drie of vier jaar al naargelang zijn dienstjaren in de onderneming minder dan tien jaar, tussen tien en twintig jaar of meer dan twintig jaar tellen.

Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 19 maart 1991 blijkt dat de bijzondere vergoeding de normale beëindigingsvergoedingen van de arbeidsover-eenkomst vervangt behalve als die laatsten meer bedragen.

Daaruit volgt dat artikel 16 van de wet van 19 maart 1991 niet elke cumulatie ver-biedt tussen de beschermingsvergoeding en een andere vergoeding verschuldigd op grond van een collectieve overeenkomst, ongeacht de reden.

Het arrest overweegt dat, "afgezien van de opzeggingsvergoeding, de sociale voordelen van de collectieve arbeidsovereenkomst ‘sociaal plan' [...], een andere oorzaak hebben dan de onwettigheid van het ontslag", en verantwoordt aldus naar recht zijn beslissing dat de bijzondere beschermingsvergoeding en de voordelen uit het sociaal plan mogen worden samengevoegd.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Derde middel

Grond van niet-ontvankelijkheid van het middel aangevoerd door de eerste ver-weerder: het middel voert niet de schending aan van de artikelen 1235, 1376 en 1377 van het Burgerlijk Wetboek:

Het middel verwijt het arrest dat het zijn beslissing dat "het feit dat [de eerste verweerder] een overeenkomst conform bijlage 5 niet heeft ondertekend, te dezen niet tot gevolg heeft dat de betaling van de voordelen onverschuldigd was" en aldus de regel miskent dat de terugvordering van het onverschuldigd betaalde slechts aan twee voorwaarden moet voldoen, namelijk het bestaan van een betaling en de omstandigheid dat die onverschuldigd is.

Het middel voert niet de schending aan van de artikelen 1235, 1376 en 1377 Bur-gerlijk Wetboek.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Alain Simon en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 3 de-cember 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Beschermingsvergoeding

  • Vergoeding krachtens een collectieve overeenkomst

  • Cumulatie