- Arrest van 4 december 2012

04/12/2012 - P.12.1561.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De onderzoeksrechter die machtiging verleent om privécommunicatie of –telecommunicatie direct af te luisteren, er kennis van te nemen of op te nemen met technische hulpmiddelen, kan het binnendringen machtigen in een woning of in een private plaats buiten medeweten of zonder de toestemming van hetzij de bewoner hetzij de eigenaar of zijn rechthebbende; de machtiging tot binnendringing kan geen andere finaliteit hebben dan het mogelijk maken van de uitvoering van de machtiging tot direct afluisteren (1). (1) Zie de andersluidende conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1561.N

FEDERALE PROCUREUR,

vervolgende partij,

eiser.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 14 augustus 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft op 9 november 2012 ter griffie een conclusie neergelegd.

Op de openbare rechtszitting van 4 december 2012 heeft raadsheer Filip Van Vol-sem verslag uitgebracht en advocaat-generaal Patrick Duinslaeger geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 90ter, § 1, tweede lid, en 90quater, § 1, Wetboek van Strafvordering: de appelrechters leiden uit de nietig-heid van het bevel tot afluisteren van privécommunicatie ten onrechte af dat er geen geldige machtiging is in de zin van artikel 90ter, § 1, tweede lid, van dit wetboek; een beschikking van de onderzoeksrechter waarbij de afluistering, op-name en kennisname van privécommunicatie in een welbepaald pand met behulp van technische hulpmiddelen wordt bevolen is zowel een machtiging in de zin van artikel 90ter, § 1, eerste lid, om de privécommunicatie af te luisteren, op te nemen en er kennis van te nemen, als een bevel van de onderzoeksrechter in de zin van artikel 90ter, § 1, tweede lid, om voorafgaandelijk in dat pand binnen te dringen teneinde er technische hulpmiddelen te plaatsen om direct afluisteren mogelijk te maken; de in artikel 90quater, § 1, bepaalde nietigheidssanctie geldt uitsluitend voor de machtiging tot het afluisteren, het opnemen en de kennisname en niet voor het bevel om binnen te dringen waarvoor de wetgever een minder verregaand beschermingsstelsel heeft uitgewerkt; voor dat bevel bepaalt de wetgever geen op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereisten en evenmin een beperking in de tijd.

2. Artikel 90ter, § 1, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt: "De onderzoeksrechter kan in uitzonderlijke gevallen, wanneer het onderzoek zulks vereist, privécommunicatie of -telecommunicatie, tijdens de overbrenging ervan, afluisteren, er kennis van nemen en opnemen, indien er ernstige aanwijzingen bestaan dat het feit waarvoor hij geadieerd is een strafbaar feit is, bedoeld in een van de bepalingen opgesomd in § 2, en indien de overige middelen van onderzoek niet volstaan om de waarheid aan de dag te brengen.

Teneinde het mogelijk te maken om privécommunicatie of -telecommunicatie direct af te luisteren, er kennis van te nemen of op te nemen met technische hulpmiddelen, kan de onderzoeksrechter bevelen om, te allen tijde, ook buiten medeweten of zonder de toestemming van hetzij de bewoner, hetzij de eigenaar of zijn rechthebbende, in een woning of in een private plaats binnen te dringen."

Artikel 90quater, § 1, eerste en tweede lid, 4°, Wetboek van Strafvordering be-paalt: "Tot iedere bewakingsmaatregel op grond van artikel 90ter wordt vooraf machtiging verleend bij een met redenen omklede beschikking van de onderzoeks-rechter die de beschikking aan de procureur des Konings meedeelt.

Op straffe van nietigheid wordt de beschikking gedagtekend en vermeldt zij: 4° de periode tijdens welke de bewaking kan worden uitgeoefend, welke niet langer mag zijn dan één maand te rekenen vanaf de beslissing waarbij de maatregel wordt bevolen."

3. De onderzoeksrechter die machtiging verleent om privécommunicatie of -telecommunicatie direct af te luisteren, er kennis van te nemen of op te nemen met technische hulpmiddelen, kan het binnendringen machtigen in een woning of in een private plaats buiten medeweten of zonder de toestemming van hetzij de bewoner hetzij de eigenaar of zijn rechthebbende. De machtiging tot binnendrin-ging kan geen andere finaliteit hebben dan het mogelijk maken van de uitvoering van de machtiging tot direct afluisteren.

4. Uit de tekst van de artikelen 90ter, § 1, eerste en tweede lid, en 90quater, § 1, Wetboek van Strafvordering, hun onderlinge samenhang, de wetsgeschiedenis van deze bepalingen en de doelgebondenheid van de beschikking houdende machtiging tot binnendringen met het oog op het plaatsen van een technisch hulpmiddel teneinde direct afluisteren mogelijk te maken, volgt dat alhoewel deze beschikking niet de door artikel 90quater, § 1, tweede lid, bedoelde vermeldingen moet bevatten, ze slechts kan worden verleend als er een regelmatige beschikking houdende machtiging tot direct afluisteren voorhanden is.

De nietigheid van de beschikking houdende machtiging tot direct afluisteren heeft dan ook de nietigheid tot gevolg van de beschikking houdende machtiging tot binnendringen die beoogt de uitvoering van de beschikking houdende machtiging tot direct afluisteren mogelijk te maken.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

5. De appelrechters die oordelen dat gezien de nietigheid van het bevel tot af-luisteren wegens de afwezigheid van de op straffe van nietigheid door artikel 90quater, § 1, tweede lid, 4°, Wetboek van Strafvordering voorgeschreven ver-melding, er geen geldige machtiging van de onderzoeksrechter tot binnendringen in de zin van artikel 90ter, § 1, tweede lid, kan zijn (arrest p. 8, ro 3.2 en 3.3), ver-antwoorden hun beslissing naar recht.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Tweede middel

Eerste onderdeel

6. Het onderdeel voert miskenning aan van het beginsel van de tegenspraak: de appelrechters beantwoorden niet eisers in zijn schriftelijke vordering in onderge-schikte orde aangevoerd middel dat de onregelmatigheid van de machtiging tot binnendringen aan de Antigoon-criteria diende te worden getoetst en omkleden aldus hun beslissing niet regelmatig met redenen.

7. De appelrechters die oordelen dat gelet op de nietigheid van de beschikking van 6 juni 2012 als bevel tot afluisteren in het aangeduide pand, die beschikking niet als een geldige machtiging tot binnendringen in dat pand in de zin van artikel 90ter, § 1, tweede lid, Wetboek van Strafvordering kan worden beschouwd (ar-rest, p. 8, ro 3.3) en die aldus te kennen geven dat die machtiging bijgevolg even-eens nietig is, hoefden niet meer te antwoorden op het doelloos geworden verweer van de eiser dat die onregelmatigheid aan de Antigoon-criteria diende te worden getoetst.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

8. Het onderdeel voert miskenning aan van de tegenspraak: de appelrechters beantwoorden niet eisers in zijn schriftelijke vordering aangevoerd middel dat er ingevolge de beschikking van 8 juni 2012 en de samenlezing van die beschikking met de initiële beschikking van 6 juni 2012, met ingang vanaf 8 juni 2012 wel de-gelijk een regelmatige bewakingsmaatregel bestond en omkleden dan ook hun be-slissing niet regelmatig met redenen.

9. De nietigheid van de machtiging tot direct afluisteren wegens het niet-vermelden van de periode tijdens welke de bewaking kan worden uitgeoefend, kan niet worden geregulariseerd met een verbeterende machtiging.

10. De appelrechters die oordelen dat de nietigheid van de beschikking van 6 juni 2012 niet kan worden rechtgezet met de beschikking van 8 juni 2012 (arrest, p. 8, ro 3.5) beantwoorden eisers verweer en verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Bepaalt de kosten op 29,70 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de open-bare rechtszitting van 4 december 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

E. Francis P. Hoet

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Gerechtelijk onderzoek

  • Onderzoeksrechter

  • Machtiging tot direct afluisteren

  • Machtiging tot binnendringen in een woning of private plaats

  • Finaliteit