- Arrest van 4 december 2012

04/12/2012 - P.12.1797.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 37 Wet Strafuitvoering, dat krachtens artikel 53, vijfde lid, van dezelfde wet van toepassing is op de strafuitvoeringsrechtbank en dat bepaalt dat de strafuitvoeringsrechter de behandeling van de zaak slechts éénmaal kan uitstellen tot een latere zitting, zonder dat deze meer dan twee maanden later mag plaatsvinden, verhindert de strafuitvoeringsrechtbank niet de zaak meer dan éénmaal uit te stellen, wanneer dit gebeurt op verzoek van de veroordeelde zelf.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1797.N

E. L.,

veroordeelde tot een vrijheidsstraf, gedetineerde,

eiseres,

met als raadsman mr. Dirk Cauwelier, advocaat bij de balie te Ieper.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Brugge van 24 oktober 2012.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van de motiveringsplicht: het vonnis bevat een interne tegenstrijdigheid doordat het enerzijds vaststelt dat de zaak op de rechtszittingen van 6 september 2012 en 20 september 2012 in voortzetting werd gesteld, anderzijds toepassing maakt van artikel 37 Wet Strafuitvoering.

2. Het vonnis verwijst enkel naar artikel 37 Wet Strafuitvoering. Het zegt niet dat de bepalingen van dat artikel werden nageleefd. De aangevoerde tegenstrijdigheid bestaat niet.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Tweede middel

3. Het middel voert schending aan van artikel 37 Wet Strafuitvoering: de straf-uitvoeringsrechtbank schendt dat artikel door de zaak uit te stellen op de rechtszit-tingen van 6 september 2012 en 20 september 2012.

4. Artikel 37 Wet Strafuitvoering, dat krachtens artikel 53, vijfde lid, van de-zelfde wet van toepassing is op de strafuitvoeringsrechtbank, bepaalt dat de straf-uitvoeringsrechter de behandeling van de zaak slechts éénmaal kan uitstellen tot een latere rechtszitting, zonder dat deze meer dan twee maanden later mag plaats-vinden.

5. Die bepaling verhindert de strafuitvoeringsrechtbank niet de zaak meer dan éénmaal uit te stellen, wanneer dit gebeurt op verzoek van de veroordeelde zelf.

6. Uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 6 september 2012 blijkt dat de strafuitvoeringsrechtbank op die zitting de zaak in voortzetting heeft gesteld naar de rechtszitting van 20 september 2012 op verzoek van de raadsman van de eiseres, om hem toe te laten een stuk voor te leggen.

7. Door vervolgens de zaak enkel op de rechtszitting van 20 september 2012 in voortzetting te stellen zonder dat de eiseres dat heeft gevraagd, schendt de straf-uitvoeringsrechtbank artikel 37 Wet Strafuitvoering niet.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 6,11 euro.

V. Kosynsky

E. Francis P. Hoet

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de open-bare rechtszitting van 4 december 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Strafuitvoeringsrechtbank

  • Artikel 37, Wet Strafuitvoering

  • Mogelijkheid tot eenmalig uitstel

  • Verzoek tot uitstel van de veroordeelde

  • Meervoudig uitstel

  • Wettigheid