- Arrest van 4 december 2012

04/12/2012 - P.12.1897.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 47bis, § 6, Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat tegen een persoon geen veroordeling kan worden uitgesproken die enkel gegrond is op verklaringen die hij heeft afgelegd in strijd met §§ 2, 3 en 5, met uitsluiting van § 4, wat betreft het voorafgaandelijk vertrouwelijk overleg of de bijstand door een advocaat tijdens het verhoor, volgt dat het de onderzoeksgerechten niet toegestaan is bij de beoordeling van de voorlopige hechtenis uit dergelijke verklaringen aanwijzingen van schuld af te leiden (1). (1) Zie Cass. 7 maart 2012, AR P.12.0321.F, AC 2012, nr. 154; Cass. 14 aug. 2012, AR P.12.1470.F, AC 2012, nr. 437.

Arrest - Integrale tekst

P.12.1897.N

D. A.,

inverdenkinggestelde, aangehouden,

eiser,

met als raadsman mr. Tom Vrebos, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 22 november 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 31 Taalwet Gerechtszaken: het arrest oordeelt ten onrechte dat de door de onderzoeksrechter geacteerde keuze voor het Frans een materiële vergissing is; er kan onmogelijk sprake zijn van een materiële vergissing; de eiser heeft voor zijn verhoor voor de onderzoeksrechter op geen enkel ogenblik het Nederlands gekozen als taal in gerechtszaken, maar in-tegendeel het Frans; de raadkamer oordeelde ten onrechte dat het gegeven dat de eiser zou hebben aangegeven het Frans niet machtig te zijn, de stelling van een materiële vergissing ondersteunt; de eiser spreekt met zijn raadsman Frans wat eveneens dienend is bij de beoordeling of sprake is van een materiële vergissing; bijgevolg had de onderzoeksrechter het verhoor in het Frans moeten acteren en kon hij geen in het Nederlands gesteld bevel tot aanhouding verlenen.

2. In zoverre het middel is gericht tegen het optreden van de onderzoeksrechter en tegen de beschikking van de raadkamer, is het niet ontvankelijk.

3. Het onderzoeksgerecht oordeelt onaantastbaar of het proces-verbaal van verhoor door de onderzoeksrechter wat betreft de keuze van de taal waarin een verdachte een mondelinge verklaring wil afleggen een materiële vergissing bevat.

In zoverre het middel opkomt tegen dat oordeel of verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.

Tweede middel

4. Het middel voert schending aan van artikel 47bis, § 2, Wetboek van Straf-vordering en de artikelen 2bis, § 2, zesde lid, en 16, § 2, tweede lid, Voorlopige Hechteniswet: het arrest oordeelt ten onrechte dat het bevel tot aanhouding uitsluitend steunt op de verklaringen van het slachtoffer en op de materiële vaststellingen van de verbalisanten en dat er in hoofde van de eiser ernstige aanwijzingen van schuld bestaan; ten onrechte weigert de raadkamer eisers invrijheidstelling; bij het verhoor door de onderzoeksrechter was geen advocaat aanwezig en er was evenmin een voorafgaand vertrouwelijk overleg; in het proces-verbaal is niet geacteerd dat de eiser afstand deed van zijn recht op bijstand; de eiser had dus in vrijheid moeten worden gesteld.

5. In zoverre het middel is gericht tegen de beschikking van de raadkamer, is het niet ontvankelijk.

6. Volgens artikel 47bis, § 6, Wetboek van Strafvordering kan tegen een per-soon geen veroordeling worden uitgesproken die enkel gegrond is op verklaringen die hij heeft afgelegd in strijd met §§ 2, 3 en 5, met uitsluiting van § 4, wat betreft het voorafgaandelijk vertrouwelijk overleg of de bijstand door een advocaat tij-dens het verhoor.

Uit die bepaling volgt dat het de onderzoeksgerechten niet toegestaan is bij de be-oordeling van de voorlopige hechtenis uit dergelijke verklaringen aanwijzingen van schuld af te leiden.

Uit die bepaling volgt evenwel niet dat het onderzoeksgerecht dat vaststelt dat het verhoor door de onderzoeksrechter gebeurde zonder voorafgaandelijk vertrouwe-lijk overleg en zonder bijstand van een advocaat, er steeds toe gehouden is de in-vrijheidstelling te bevelen van de inverdenkinggestelde. De ernstige aanwijzingen van schuld kunnen immers ook worden ontleend aan andere dossiergegevens dan de voor de onderzoeksrechter afgelegde verklaring.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

7. Het onderzoeksgerecht oordeelt onaantastbaar of de in aanmerking genomen aanwijzingen van schuld zijn afgeleid uit andere dossiergegevens dan het verhoor van de inverdenkinggestelde voor de onderzoeksrechter.

In zoverre het middel opkomt tegen dat oordeel of verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 64,40 euro.

V. Kosynsky

E. Francis P. Hoet

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de open-bare rechtszitting van 4 december 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Ernstige aanwijzingen van schuld

  • Verhoor door de onderzoeksrechter

  • Geen voorafgaand vertrouwelijk overleg of bijstand van een advocaat

  • Onderzoeksgerecht

  • Beoordeling van de voorlopige hechtenis

  • Aanwijzing van schuld afgeleid uit de verklaring zonder overleg of bijstand

  • Wettigheid