- Arrest van 4 december 2012

04/12/2012 - P.12.0844.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De bijdrage bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, heeft een eigen karakter en is geen straf, zodat op die bijdrage bijgevolg artikel 7 EVRM en artikel 2 Strafwetboek niet van toepassing zijn; de verhoging van de opdeciemen waarmede deze bijdrage moet worden vermeerderd, gaat dan ook in vanaf de inwerkingtreding van de wet die ze voorschrijft, ongeacht het tijdstip waarop het misdrijf is gepleegd (1). (1) Cass. 3 okt. 2006, AR P.06.0337.N, AC 2006, nr. 455.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0844.N

I

CVB RECYCLING nv, met zetel te 1800 Vilvoorde, Radiatorenstraat 51, verte-genwoordigd door de lasthebber ad hoc Laurent BALCAEN, met kantoor te 9000 Gent, Gebroeders Vandeveldestraat 99,

beklaagde,

eiseres,

II

C. V. B.,

beklaagde,

eiser,

beiden met als raadsman mr. Jan Opsommer, advocaat bij de balie te Oudenaarde.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 30 maart 2012.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen

1. Het arrest bevestigt het beroepen vonnis waar dit de eisers ontslaat van rechtsvervolging voor de telastlegging E.

In zoverre tegen die beslissing gericht, zijn de cassatieberoepen bij gebrek aan be-lang niet ontvankelijk.

Eerste middel

2. Het middel voert schending aan van artikel 7 EVRM, de artikelen 12, 14 en 149 Grondwet, artikel 195, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, de artikelen 5.2.1.6, § 8 en 5.2.1.7, § 5, Vlarem II en van de in de dagvaarding vermelde straf-bepalingen onder de telastleggingen B.3, B.4, B.5, D.2, D.3 en D.4: het arrest ver-klaart de eisers ten onrechte schuldig aan deze telastleggingen; spijts de uit artikel 7 EVRM en de artikelen 12 en 14 Grondwet voortspruitende verplichting de strafwet eng en restrictief te interpreteren, leidt het arrest uit één vaststelling op 17 februari 2006 door twee ambtenaren van de Milieu-inspectie het bewijs af van in-breuken gedurende een periode van 17 februari 2006 tot 25 maart 2010; het arrest beantwoordt niet het in de appelconclusies aangevoerde verweer dat er geen enke-le analyse voorligt van het water dat van het terrein afloopt en dat het materieel onmogelijk was dat papierpap het bedrijfsterrein zou afstromen.

3. Het arrest veroordeelt de eisers wegens de telastleggingen A, B.1 tot en met B.6, C en D.1 tot en met D.4 tot respectievelijk een geldboete van 5.000,00 euro en 2.500 euro, deels met uitstel van tenuitvoerlegging. Deze straffen zijn wettelijk verantwoord ingevolge de bewezen verklaarde telastleggingen A, B.1, B.2, B.6, C en D.1. Het middel dat uitsluitend betrekking heeft op de telastleggingen B.3, B.4, B.5, D.2, D.3 en D.4, kan niet tot cassatie leiden.

Het middel is niet ontvankelijk.

Tweede middel

4. Het middel voert schending aan van artikel 7 EVRM en artikel 2 Strafwet-boek: het arrest legt aan de eisers in strijd met het in deze bepalingen vervatte be-ginsel van de niet-retroactiviteit van de strengere strafwet een bijdrage aan het Slachtofferfonds op van 150,00 euro in plaats van 137,50 euro; die verhoging is louter een gevolg van de wetswijziging van 28 december 2011; die bijdrage maakt een onderdeel uit van de bestraffing aangezien ze de eisers verplicht tot een finan-ciële inspanning die hun vermogen verarmt.

5. Krachtens artikel 29, tweede lid, van de Wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen spreekt de rechter bij iedere veroordeling tot een criminele of correctionele hoofdstraf de verplichting uit om een bijdrage van 25 euro te betalen als bijdrage aan het Slachtofferfonds. Het bedrag van de bijdrage is onderworpen aan de verhoging voorzien in de Wet Opdeciemen Geldboeten.

Deze bijdrage heeft een eigen karakter en is geen straf. Op die bijdrage zijn bijge-volg artikel 7 EVRM en artikel 2 Strafwetboek niet van toepassing.

De verhoging van de opdeciemen waarmede deze bijdrage moet worden vermeer-derd, gaat dan ook in vanaf de inwerkingtreding van de wet die ze voorschrijft, ongeacht het tijdstip waarop het misdrijf is gepleegd.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep.

Bepaalt de kosten in het geheel op 141,07 euro waarvan de eiseres I 70,53 euro verschuldigd is en de eiser II 70,54 euro.

V. Kosynsky

E. Francis P. Hoet

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de open-bare rechtszitting van 4 december 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Bijdrage tot financiering van het Slachtofferfonds

  • Aard