- Arrest van 5 december 2012

05/12/2012 - P.12.1230.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een beslissing over een geschil van feitelijke of juridische aard is geen maatregel van inwendige aard; een onderzoeksmaatregel betreffende de bewijsvoering beantwoordt aan dit geval (1). (1) Zie Cass. 30 maart 2010, AR P.09.1592.N, AC 2012, nr. 229; Georges de Leval, Eléments de procédure civile, 2de uitg., Larcier, 1995, nr. 195, p. 290-292.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1230.F

1. F. F.,

2. NEW TRM nv,

Mr. Alain Franken, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correcti-onele rechtbank te Verviers van 21 juni 2012.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoepen van de eisers, in de hoedanigheid van beklaagden

Eerste middel

Het middel, dat de schending aanvoert van artikel 1046 Gerechtelijk Wetboek, verwijt de appelrechters dat zij het hoger beroep ontvankelijk hebben verklaard dat de arbeidsauditeur heeft ingesteld tegen het vonnis waarbij een deskundigen-onderzoek wordt bevolen, terwijl die beslissing alleen maar een maatregel van inwendige aard is.

Een beslissing over een betwisting van feitelijke of juridische aard is geen maat-regel van inwendige aard. Dat geldt ook voor een onderzoeksmaatregel betreffen-de de bewijsvoering.

De correctionele rechtbank heeft het hoger beroep ontvankelijk verklaard omdat het beroepen vonnis had geoordeeld dat er twijfel bestond over de betrouwbaar-heid van de digitale tachograaf, dat die beslissing uitspraak doet over de grond van de zaak en nadelig is voor het openbaar ministerie. Door aldus te beslissen maken de appelrechters een juiste toepassing van de voormelde wetsbepaling.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Eerste onderdeel

De eisers voeren aan dat het vonnis artikel 149 Grondwet schendt door niet te antwoorden op hun conclusie over de onwettigheid van het koninklijk besluit van 9 april 2007 houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en van de Raad, tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer. Zij leidden die onwettigheid af uit het feit dat het advies van de Raad van State dat aan dit besluit voorafgaat, niet werd be-kendgemaakt.

Door vast te stellen dat geen enkele wetsbepaling een sanctie stelt op het niet-bekendmaken van het advies van de Raad van State dat aan een ontwerp van ko-ninklijk besluit voorafgaat en dat die bekendmaking geen substantieel vormvereis-te is waarvan het verzuim tot onwettigheid van het betrokken besluit leidt, ant-woordt de correctionele rechtbank op dat verweer. De appelrechters dienden daar-enboven niet te antwoorden op een argument afgeleid uit de rechtspraak, dat niet verschilt van het reeds afgewezen middel.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

Het middel voert in de eerste plaats aan dat het vonnis niet antwoordt op de argu-menten van de eisers betreffende het gebrek aan betrouwbaarheid van de digitale tachograaf, die gebruikt wordt om de rij- en rusttijd te berekenen van de chauf-feurs van de voertuigen van de vennootschap, eiseres voor het Hof.

In zoverre het middel de schending aanvoert van artikel 195 Wetboek van Straf-vordering, zonder te vermelden waarom het vonnis die bepaling schendt, is het niet ontvankelijk bij gebrek aan nauwkeurigheid.

Onder voorwendsel van een schending van artikel 149 Grondwet, oefent het mid-del alleen kritiek uit op de beoordeling, door de bodemrechters, van de door de ei-sers aangevoerde feitelijke gegevens.

Dergelijke grief is geen motiveringsgebrek dat, om reden van de aangevoerde be-paling, in aanmerking komt om te worden vernietigd.

Het middel faalt dienaangaande naar recht.

De eisers voeren ook aan dat zij, gelet op de door hen aangevoerde gegevens, met het voordeel van de twijfel moesten zijn vrijgesproken.

De twijfel die de beklaagde ten goede komt, is de twijfel die bij de rechter leeft.

Uit het vonnis blijkt dat de appelrechters niet hebben getwijfeld aan de kwaliteit van de technische metingen die door de vervolgende partij zijn overgelegd en over het strafbaar karakter van de aan de eisers tenlastegelegde feiten.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen.

B. Cassatieberoep van de eiseres, in de hoedanigheid van burgerrechtelijk aansprakelijke partij

De eiseres voert geen middel aan.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 5 december 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en over-geschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Beslissing of maatregel van inwendige aard