- Arrest van 5 december 2012

05/12/2012 - P.12.1886.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De onmiddellijke aanhouding is een titel van voorlopige aanhouding die bijkomend wordt verleend aan een veroordelende beslissing die nog niet in kracht van gewijsde is gegaan; zij dient om de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf te waarborgen alvorens over een eventueel rechtsmiddel uitspraak wordt gedaan (1). (1) Zie Cass. 5 mei 1992, AR 6494, AC 1991-1992, nr. 463.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1886.F

M. K.,

Mrs. Cédric Vergauwen en Olivia Venet, advocaten bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, cor-rectionele kamer, van 19 november 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. FEITEN

Bij vonnis van 11 februari 2009 heeft de correctionele rechtbank te Brussel de ei-ser veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en heeft ze zijn onmiddellijke aanhouding bevolen.

Bij verstekarrest van 21 april 2010 heeft het hof van beroep te Brussel de eiser een gevangenisstraf van zeven jaar opgelegd en de onmiddellijke aanhouding bevolen.

Op verzet van de eiser heeft het voormelde hof bij arrest van 27 juni 2012 de straf tot vijf jaar verminderd en de onmiddellijke aanhouding bevolen.

Op 7 november 2012 heeft het Hof dat arrest vernietigd in zoverre het uitspraak doet over de straf, en heeft het beslist dat de door de appelrechters bevolen on-middellijke aanhouding zonder uitwerking zou blijven.

De eiser heeft voor het hof van beroep waarnaar de zaak is verwezen, een verzoek tot invrijheidstelling ingediend, waarin wordt aangevoerd dat hij door die vernie-tiging niet meer aangehouden kon blijven op grond van de onmiddellijke aanhou-ding.

Het bestreden arrest wijst het verzoek af op grond dat die vernietiging het door het beroepen vonnis verleende bevelschrift tot onmiddellijke aanhouding onverlet laat.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het middel in zijn geheel

Het middel voert aan dat het hof van beroep, door de vrijheidsberoving van de ei-ser te gronden op de door de correctionele rechtbank op 11 februari 2009 bevolen onmiddellijke aanhouding, artikel 33 Voorlopige Hechteniswet schendt en de be-wijskracht van het arrest van het Hof van 7 november 2012 miskent.

De eiser verwijt de appelrechters niet dat zij hebben geoordeeld dat het arrest van het Hof een verklaring bevat die er niet in voorkomt of geen verklaring bevat die er wel in voorkomt. Hij verwijt hen dat zij uit de vernietiging van 7 november 2012 niet de gevolgen hebben afgeleid die, volgens het middel, daaruit voort-vloeien.

Aangezien dergelijke grief geen miskenning van bewijskracht van akten uitmaakt, faalt het middel in zoverre naar recht.

Het feit dat het arrest van het hof van beroep van 27 juni 2012 het verzet van de eiser tegen het arrest van 21 april 2010 ontvankelijk heeft verklaard, houdt in dat laatstgenoemde beslissing geacht wordt nooit te hebben bestaan. Zij heeft dus geen invloed op de vraag of de door de rechtbank bevolen onmiddellijke aanhou-ding de uitwerking ervan al dan niet verlengt.

De onmiddellijke aanhouding is een titel van voorlopige hechtenis, bijkomend verleend aan een veroordelende beslissing die nog niet in kracht van gewijsde is gegaan. Zij dient om de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf te waarborgen alvorens over een eventueel rechtsmiddel uitspraak wordt gedaan.

Het hoger beroep van de beklaagde belet bijgevolg de tenuitvoerlegging van de onmiddellijke aanhouding niet die de rechtbank tegen hem had uitgesproken.

Zo de titel van onmiddellijke aanhouding uitwerking kan hebben voor de appel-rechter, kan hij op dezelfde wijze uitwerking hebben voor het rechtscollege in ho-ger beroep dat uitspraak doet op verwijzing na cassatie. Aangezien het tweede rechtscollege in hoger beroep in de plaats komt van het eerste, neemt het, binnen de grenzen van de vernietiging, kennis van de rechtsmiddelen tegen het vonnis dat de beklaagde tot een gevangenisstraf met onmiddellijke aanhouding veroordeelt.

De appelrechters die oordelen dat het bevel tot onmiddellijke aanhouding, ver-leend bij vonnis van 11 februari 2009, de titel van de voorlopige hechtenis van de eiser opleverde, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 5 december 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden