- Arrest van 7 december 2012

07/12/2012 - C.12.0098.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0098.N

DELAMODE PLC, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te Essex CM77 7AA (Verenigd Koninkrijk), 700 Avenue West, Skyline 120, Braintree,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 6000 Charleroi, Rue de l'Athénée 9, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

ECS EUROPEAN CONTAINTERS nv, met zetel te 8380 Zeebrugge, Kar-veelstraat 3,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Vorstlaan 36, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 6 juni 2011.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft op 23 oktober 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 32, tweede lid, CMR schorst een schriftelijke vordering de verjaring tot aan de dag waarop de vervoerder de vordering schriftelijk af-wijst en de daarbij gevoegde stukken terugzendt.

Het is niet vereist dat de schriftelijke vordering het bedrag van de schade becij-fert.

Het volstaat dat de in de vordering en de bijlagen opgenomen gegevens aan de vervoerder toelaten om zich een oordeel te vormen over de aard en de omvang van de schade derwijze dat hij gepast op de vordering kan reageren. De om-standigheid dat de exacte omvang van de schade slechts later bepaald of mee-gedeeld kan worden, staat hieraan niet in de weg.

2. De appelrechters stellen vast dat de eiseres met haar bericht van 30 de-cember 2003 de verweerster aansprakelijk stelt voor de ontvreemding van de trekker en oplegger op de terreinen van de Nederlandse ondervervoerder en dat dit bericht "onder de referentie alle gegevens met betrekking tot het vervoer en ook de waarde van de goederen vermeldt".

3. Door in die omstandigheden te oordelen dat het bericht van 30 december 2003 geen schriftelijke vordering in de zin van artikel 32, tweede lid, CMR uitmaakt, om reden dat hierin geen schadebedrag wordt gevorderd en geen be-wijsdocumenten zijn gevoegd, schenden de appelrechters de aangevoerde wetsbepaling.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het hoger beroep ontvanke-lijk wordt verklaard.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, sa-mengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 7 december 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols K. Mestdagh A. Smetryns

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden