- Arrest van 11 december 2012

11/12/2012 - P.12.1051.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het louter plegen in een geschrift van een bij wet bepaalde waarheidsvermomming en het gebruik van dit geschrift leveren niet het misdrijf op van valsheid in geschriften en gebruik; afzonderlijk daarvan en bijkomend moet het vereiste moreel bestanddeel zijn aangetoond (1). (1) Cass. 10 okt. 2006, AR P.06.0412.N, AC 2006, nr. 471.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1051.N

E. P. M. M. D. B.,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Bart Coopman, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

1. BELGISCHE STAAT, fod Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, voor wie optreedt de gewestelijke directeur van de BBI, Gent, die woonplaats kiest bij André Van Litdh de Jeude, met kantoor te 2018 Ant-werpen, Van Breestraat 21,

burgerlijke partij,

2. N. V., in haar hoedanigheid van curator van het faillissement van MODULAR bvba, met zetel te 2018 Antwerpen, Zénobe Grammestraat 34,

burgerlijke partij,

3. S. G., in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van GREDIS nv, met zetel te 2018 Antwerpen, Zénobe Grammestraat 34,

burgerlijke partij,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 7 mei 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Het arrest verklaart de burgerlijke rechtsvordering van Gredis nv niet ont-vankelijk.

In zoverre tegen die beslissing gericht is het cassatieberoep niet ontvankelijk.

Eerste middel

2. Het middel voert schending aan van de artikelen 196 en 197 Strafwetboek: het arrest verklaart de eiser ten onrechte schuldig aan de telastleggingen A.I, A.II, A.IV, A.V en A.VI; valsheid in geschriften en gebruik van valse stukken zijn slechts strafbaar als vaststaat dat ze werden gepleegd met een van de waarheids-vermomming te onderscheiden bedrieglijk opzet; het telkens in deze telastleggin-gen vermelde bedrieglijk opzet is identiek als de aangegeven waarheidsvermom-mingen, zodat geen bedrieglijk opzet is bepaald en dit misdrijfbestanddeel bijge-volg ontbreekt.

3. Het louter plegen in een geschrift van een bij wet bepaalde waarheidsver-momming en het gebruik van dit geschrift leveren niet het misdrijf op van valsheid in geschriften en gebruik. Afzonderlijk daarvan en bijkomend moet het vereiste moreel bestanddeel zijn aangetoond.

4. Het moreel bestanddeel van valsheid in geschriften en gebruik van valse ge-schriften bestaat, hetzij in bedrieglijk opzet, hetzij in het oogmerk om te schaden. Bedrieglijk opzet is het opzet zichzelf of een ander een onrechtmatig voordeel te verschaffen. Er is bedrieglijk opzet zodra de dader enig voordeel of enige winst beoogt, die hij niet zou hebben behaald indien hij het waarheidsgetrouw karakter van het geschrift had geëerbiedigd.

5. De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of een van de waarheidsvermom-ming te onderscheiden bedrieglijk opzet aanwezig is.

In zoverre het middel opkomt tegen dat onaantastbaar oordeel in feite van de rechter of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.

6. Het arrest (p. 40-41, ro 4.2.2.5 ) oordeelt met betrekking tot de telastleggin-gen A.I, A.II, A.IV, A.V en A.VI dat:

- de waarheidsvermomming inhoudt dat de documenten getuigen van levering van goederen terwijl in werkelijkheid geen goederen, minstens niet de gefactu-reerde goederen, werden geleverd aan Gredis nv of aan Modular bvba en in werkelijkheid geen leveringen hebben plaatsgevonden aan de Cypriotische fir-ma;

- het bedrieglijk opzet erin bestaat geloofwaardig te maken dat de in de telast-leggingen vermelde buitenlandse vennootschappen waardevolle goederen heb-ben geleverd aan Gredis nv of Modular bvba en dat Gredis nv goederen leverde aan een Cypriotische firma en tevens geloofwaardigheid te verlenen aan de facturaties van deze buitenlandse vennootschappen en aan de facturaties van Gredis nv aan de Cypriotische firma;

- een bedrieglijk opzet niet noodzakelijk veronderstelt dat de dader uit winstbe-jag voor zichzelf handelde.

Met die redenen verantwoorden de appelrechters naar recht hun beslissing dat er in de telastleggingen wel degelijk een onderscheid wordt gemaakt tussen de waar-heidsvermomming en het bedrieglijk opzet en bepalen zij bovendien dat bedrieg-lijk opzet.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Tweede middel

7. Het middel voert schending aan van artikel 6.3.a EVRM en miskenning van het recht van verdediging: het arrest laat, zonder de eiser te verwittigen, uit de omschrijving van de telastlegging B.I de woorden "minstens om de feiten, onder de telastleggingen C.I.a) 2 te plegen (inbreuken op de artikelen 53 § 1, 2° en 3° en 73 van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde)" weg; de ei-ser, die had aangevoerd dat deze telastlegging onbegrijpelijk was en gevraagd bij een wijziging of heromschrijving te worden verwittigd, heeft zich over de herom-schreven telastlegging niet kunnen verweren, terwijl ze na heromschrijving tot een nieuw verweer noopte.

8. Uit de omstandigheid dat een telastlegging met betrekking tot de concrete invulling van een bepaald misdrijfbestanddeel meerdere mogelijkheden bevat, volgt dat de beklaagde is uitgenodigd om zich met betrekking tot alle vermelde mogelijkheden te verdedigen.

De rechter die bij een onderzoek van de omschrijving van een telastlegging van oordeel is dat een van de vermelde mogelijkheden moet worden weggelaten, heromschrijft die telastlegging niet.

De rechter is niet ertoe gehouden om de beklaagde van een dergelijke weglating te verwittigen, ook niet indien de beklaagde heeft aangevoerd dat de telastlegging duister is en hij de rechter heeft verzocht hem ingeval van wijziging van de telast-legging of herkwalifcatie te verwittigen. De vermeldingen van de telastlegging la-ten de beklaagde immers toe duidelijk het voorwerp van de vervolging te kennen en zijn recht van verdediging uit te oefenen.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 211,53 euro.

K. Vanden Bossche

P. Hoet A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Moreel bestanddeel van het misdrijf