- Arrest van 14 december 2012

14/12/2012 - C.11.0171.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
In principe kunnen in een procedure van vereffening-verdeling voor het hof van beroep geen nieuwe betwistingen worden aangevoerd die niet werden opgenomen in het proces-verbaal van zwarigheden (1); dit sluit niet uit dat de partijen voor het hof van beroep nieuwe stukken bijbrengen tot staving van de zwarigheden die zij voor de notaris hebben aangevoerd. (1) Zie Cass. 9 mei 1997, AR C.94.0369.N, AC 1997, nr. 223.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0171.N

I.M.,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

I.W.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 1 december 2010.

Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. De eiseres voerde in haar appelconclusie aan dat voor zoveel zou bewezen zijn dat de gelden van de ouders van de verweerder enkel aan hem zijn geschon-ken en derhalve een eigen goed uitmaken, niet is bewezen dat deze gelden zijn aangewend voor de oprichting van de gemeenschappelijke woning, zodat de ver-goeding waarop de verweerder aanspraak maakt, niet overeenkomstig artikel 1435 Burgerlijk Wetboek kan worden geherwaardeerd.

2. De appelrechters beantwoorden dit verweer niet.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede onderdeel

3. De eiseres verwijt de appelrechters door de staat van vereffening van de no-taris te homologeren waar deze aannam dat zij recht had op een geherwaardeerde vergoeding van 109.660,69 euro, terwijl het gemeenschappelijk vermogen voor een bedrag van 157.298,45 euro van haar eigen gelden had opgeslorpt, niet te hebben geantwoord op een zwarigheid die zij zowel voor de notaris als voor het Hof heeft opgeworpen.

4. De appelrechters oordelen dat "nu [de eiseres] haar ultieme zwarigheden buiten de termijnen die door de partijen uitdrukkelijk waren aanvaard, heeft aan-gebracht en [de verweerder] het debat hierover niet heeft aanvaard, zijn deze te-recht als laattijdig verworpen".

5. Door deze redenen motiveren de appelrechters waarom met de laattijdig ge-formuleerde zwarigheden van de eiseres geen rekening kan worden gehouden en verantwoorden zij hun beslissing naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Derde onderdeel

6. In principe kunnen voor het hof van beroep geen nieuwe betwistingen wor-den aangevoerd die niet werden opgenomen in het proces-verbaal van zwarighe-den.

Dit sluit niet uit dat de partijen voor het hof van beroep nieuwe stukken bijbren-gen tot staving van de zwarigheden die zij voor de notaris hebben aangevoerd.

7. De appelrechters konden dan ook niet zonder schending van de aangewezen wetsbepalingen en zonder miskenning van het recht van verdediging, weigeren rekening te houden met de aanslagbiljetten over de inkomstenjaren 2000 en 2002 die de eiseres heeft voorgelegd.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de vergoeding die aan het vermogen van de verweerder toekomt herwaardeert, het de zwarigheid van de eiseres over de terugbetaling van directe belastingen verwerpt en het oordeelt over de kosten.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eiseres tot een derde van de kosten, houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 690,90 euro en voor de verweerder op 126,09 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 14 december 2012 uitgesproken door afdelingsvoor-zitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky G. Jocqué K. Mestdagh

A. Smetryns E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Gerechtelijke verdeling

  • Hof van beroep

  • Nieuwe betwistingen

  • Niet opgenomen in het proces-verbaal van zwarigheden

  • Verbod

  • Draagwijdte

  • Nieuwe stukken