- Arrest van 18 december 2012

18/12/2012 - P.12.0620.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de beklaagde en het openbaar ministerie hoger beroep instellen tegen een vonnis dat deels beslist tot de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering, de beklaagde voor sommige telastleggingen vrijspreekt en hem voor andere telastleggingen veroordeelt, kunnen de appelrechters die beslissen tot de gehele ontvankelijkheid van de strafvordering en de beklaagde veroordelen voor één telastlegging en hem voor het overige vrijspreken, de beklaagde veroordelen tot de kosten van het hoger beroep.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0620.N

F Z,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Maarten Vandermeersch, advocaat bij de balie te Kortrijk, met kantoor te 8500 Kortrijk, Burgemeester Nolfstraat 20, waar de eiser woon-plaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VAN HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 1 maart 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Het arrest bevestigt het beroepen vonnis in zoverre het de eiser ontslaat van rechtsvervolging uit hoofde van de telastleggingen B2, B3 en D van notitie I.

Het arrest verklaart de feiten van telastleggingen E en F niet bewezen en spreekt de eiser ervan vrij.

In zoverre tegen die beslissingen gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan be-lang niet ontvankelijk.

Eerste middel

2. Het middel voert schending aan van artikel 50 Strafwetboek en de artikelen 162, 194 en 211 Wetboek van Strafvordering: het arrest bevestigt niet wettig het beroepen vonnis wat betreft de gerechtskosten omdat de eiser aldus hoofdelijk wordt veroordeeld tot de gerechtskosten begroot op 5.246,81 euro samen met M.Z. en S.E., terwijl deze laatste werd veroordeeld wegens afzonderlijke misdrij-ven.

3. Artikel 50, eerste en tweede lid, Strafwetboek bepaalt: "Alle wegens een zelfde misdrijf veroordeelde personen zijn hoofdelijk gehouden tot teruggave en schadevergoeding. Zij zijn hoofdelijk gehouden tot de kosten, wanneer zij door een zelfde vonnis of arrest zijn veroordeeld."

4. Krachtens deze bepalingen zijn alleen hoofdelijk gehouden tot de kosten, zij die wegens een zelfde misdrijf door een zelfde vonnis of arrest werden veroor-deeld.

5. Vermits de eiser en medebeklaagde S.E. voor onderscheiden misdrijven werden veroordeeld, schendt het arrest voormelde wetsbepaling door de eiser hoofdelijk met S.E. te veroordelen tot de kosten van eerste aanleg begroot op 5.246,81 euro.

Het middel is gegrond.

Tweede middel

6. Het middel voert schending aan van artikel 50 Strafwetboek en de artikelen 162, 194 en 211 Wetboek van Strafvordering: het hoger beroep van het openbaar ministerie heeft enkel tot een bevestiging van de veroordeling sub telastlegging A geleid, zodat de eiser ten onrechte werd veroordeeld tot de kosten van dit hoger beroep.

7. Krachtens artikel 162 Wetboek van Strafvordering, toepasselijk voor arres-ten en vonnissen in hoger beroep krachtens artikel 211 Wetboek van Strafvorde-ring, verwijst ieder veroordelend vonnis, uitgesproken tegen de beklaagde en te-gen de personen die voor het misdrijf burgerrechtelijk aansprakelijk zijn, hen in de kosten, zelfs jegens de openbare partij.

8. Wanneer de beklaagde en het openbaar ministerie hoger beroep instellen te-gen een vonnis dat deels beslist tot de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering, de beklaagde voor sommige telastleggingen vrijspreekt en hem voor andere telast-leggingen veroordeelt, kunnen de appelrechters die beslissen tot de gehele ont-vankelijkheid van de strafvordering en de beklaagde veroordelen voor één telast-legging en hem voor het overige vrijspreken, de beklaagde veroordelen tot de kos-ten van het hoger beroep.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering voor het overige

9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest waar het, het beroepen vonnis bevestigend, de eiser solidair met M. Z. en S. E. veroordeelt tot de kosten van eerste aanleg begroot op 5246,81 euro, doch enkel wat de eiser betreft.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt de eiser tot negen tiende van de kosten van zijn cassatieberoep en laat de overige kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Bepaalt de kosten op 153,12 euro.

F. Adriaensen

A. Lievens P. Hoet

A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Peter Hoet en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 18 december 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Hoger beroep van de beklaagde en van het openbaar ministerie

  • Beroepen vonnis dat deels beslist tot niet-ontvankelijkheid van de strafvordering, deels veroordeelt en deels vrijspreekt

  • Beslissing in hoger beroep tot gehele ontvankelijkheid van de strafvordering

  • Veroordeling voor één tenlastelegging

  • Vrijspraak voor het overige

  • Kosten van hoger beroep

  • Veroordeling van de beklaagde