- Arrest van 20 december 2012

20/12/2012 - C.11.0526.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vordering tot aanwijzing van een deskundige, die de vrederechter moet inlichten over de gezondheidstoestand en de bekwaamheid van een persoon om zijn wil uit te drukken en om zijn goederen te beheren, ter vervanging van de door artikel 488bis-B, §6, vereiste geneeskundige verklaring, moet, in de regel, op tegenspraak worden ingesteld; de rechter kan bijgevolg de ontvankelijkheid van een dergelijk via eenzijdig verzoekschrift ingediend verzoek doen afhangen van het bewijs van een reden die de afwijking van het beginsel van de rechtspraak op tegenspraak rechtvaardigt (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas., 2012, nr. ***.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0526.F

C. B.,

Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

C.-P. B.,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Nijvel van 22 maart 2011.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 26 november 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Mireile Delange heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert een middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 149 van de Grondwet;

- algemeen rechtsbeginsel beschikkingsbeginsel genaamd, en algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging;

- de artikelen 594, 1°, 1025 tot 1034 en 1138, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek.

Aangevochten beslissingen

Het bestreden vonnis verklaart het hoofdberoep en het incidenteel hoger beroep ontvankelijk, zegt dat ze ten dele gegrond zijn, doet het beroepen vonnis teniet en, opnieuw wijzende, verklaart eisers oorspronkelijke rechtsvordering niet-ontvankelijk, en dit om de onderstaande redenen:

"Het instellen van ‘een rechtspleging op eenzijdig verzoekschrift is enkel mogelijk in de gevallen die de wet uitdrukkelijk bepaalt of wanneer, ingeval er geen tegenstrever in de rechtspleging is, de rechtspleging op tegenspraak onwerkzaam is'.

In deze zaak schrijft artikel 488bis-B, § 5, van het Burgerlijk Wetboek, in die aangelegenheid, een rechtspleging op tegenspraak voor. Enkel indien de procedure op tegenspraak eventueel onwerkzaam zou zijn, kon de rechtspleging op eenzijdig verzoekschrift worden gehanteerd, wat hier niet het geval is, aangezien (de verweerder) over een bekende woonplaats beschikt waar de gedinginleidende akte hem zonder enige moeilijkheid kon worden bezorgd.

De rechtbank [in hoger beroep] wijst overigens erop dat artikel 488bis-B, § 6, van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat ‘op straffe van niet-ontvankelijkheid (...) behoudens in spoedeisende gevallen, bij het verzoekschrift een omstandige geneeskundige verklaring (wordt) gevoegd, die ten hoogste vijftien dagen oud is en de gezondheidstoestand van de te beschermen persoon beschrijft'. Wanneer de zieke weigert zich door een geneesheer te laten onderzoeken, moet de verzoeker niettemin een geneeskundige verklaring overleggen die die weigering vaststelt. Enkel in dringende gevallen kan daarvan worden afgeweken en hier wordt dat dringend karakter niet aangevoerd, noch, a fortiori, bewezen.

Bovendien merkt de rechtbank [in hoger beroep] op dat het dossier, zoals (de eiser) erover kon beschikken bij het indienen van zijn verzoek, verscheidene geneeskundige verklaringen bevatte, waarvan het laatste op 30 maart 2009 opgemaakt was door dokter I., onafhankelijk geneesheer.

Indien (de eiser) zou aantonen dat hij de vereiste verklaring onmogelijk bij zijn verzoekschrift kon voegen, wat hij te dezen niet doet, dan nog had hij op grond van die omstandigheid de rechtspleging niet via eenzijdig verzoekschrift kunnen instellen. Indien de verzoeker onmogelijk de vereiste geneeskundige verklaring binnen de wettelijke termijn kan bezorgen, kan hij immers overmacht aanvoeren, in welk geval de vrederechter bij de behandeling van de zaak een geneesheer-deskundige zal aanstellen overeenkomstig artikel 488bis-B,§ 7, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.

Bijgevolg wordt geen bewijs geleverd van enig gegeven op grond waarvan eventueel afgeweken kan worden van het algemeen beginsel van de rechtspleging op tegenspraak zoals het is bevestigd in artikel 488bis-B, § 5.

Het eenzijdig verzoekschrift dat de rechtspleging instelt, is bijgevolg nietig en van generlei waarde."

Grieven

(...)

Derde onderdeel

Een vordering in rechte kan slechts bij eenzijdig verzoekschrift worden ingesteld in de specifieke gevallen die de wet bepaalt of wanneer de omstandigheden het rechtvaardigen.

Artikel 594, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek is een door de wet bepaald geval waarin de rechtspleging bij eenzijdig verzoekschrift kan worden ingesteld.

Wanneer de wet toestaat dat, in een specifiek geval, het eenzijdig verzoekschrift wordt aangewend om een vordering in rechte in te stellen, moet geen enkel ander vereiste worden vervuld om op die manier te werk te gaan. De verzoeker dient niet het bewijs te leveren van een grond om af te wijken van de rechtspleging op te-genspraak.

Het bestreden vonnis dat overweegt dat enkel wegens het eventueel onwerkbare karakter van de rechtspleging op tegenspraak of het dringend karakter kon worden afgeweken van het fundamenteel beginsel van de rechtspleging op tegenspraak en een vordering op eenzijdig verzoekschrift, tot aanstelling van een geneesheer-deskundige, kon worden ingesteld, voegt voorwaarden voor de ontvankelijkheid van een dergelijke vordering toe die niet in de wet zijn bepaald (schending van de artikelen 594, 1°, en 1025 tot 1034 van het Gerechtelijk Wetboek).

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Derde onderdeel

Volgens artikel 594, 1°, Gerechtelijk Wetboek doet de vrederechter op verzoek-schrift uitspraak op vorderingen tot aanwijzing van deskundigen, wanneer het voorwerp van het deskundigenonderzoek tot zijn volstrekte bevoegdheid behoort.

Krachtens artikel 594, 16°, van dat wetboek is de vrederechter bevoegd om uit-spraak te doen over elk verzoek dat tot hem is gericht met toepassing van artikel 488bis-B Burgerlijk Wetboek.

Luidens artikel 488bis-A Burgerlijk Wetboek kan de meerderjarige die, geheel of gedeeltelijk, zij het tijdelijk, wegens zijn gezondheidstoestand, niet in staat is zijn goederen te beheren, met het oog op de bescherming ervan, een voorlopige be-windvoerder toegevoegd worden, als hem nog geen wettelijke vertegenwoordiger werd toegevoegd.

Overeenkomstig artikel 488bis-B, § 1, van dat wetboek kan elke belanghebbende bij verzoekschrift aan de vrederechter vragen dat een te beschermen persoon een voorlopige bewindvoerder wordt toegevoegd. Krachtens het laatste lid van para-graaf 5, geschiedt dat verzoek op tegenspraak.

Paragraaf 6, eerste en vijfde lid, bepaalt dat een omstandige geneeskundige ver-klaring, die de gezondheidstoestand van de te beschermen persoon beschrijft, bij het verzoekschrift wordt gevoegd of bezorgd wordt na ontvangst van het verzoekschrift.

Daaruit volgt dat, wanneer het deskundigenonderzoek de vrederechter moet in-lichten over de gezondheidstoestand en de bekwaamheid van een persoon om zijn wil uit te drukken en om zijn goederen te beheren, ter vervanging van de door ar-tikel 488bis-B, § 6, vereiste geneeskundige verklaring, het verzoek in de regel op tegenspraak moet worden ingesteld. De rechter kan bijgevolg de ontvankelijkheid van een dergelijk via eenzijdig verzoekschrift ingediend verzoek doen afhangen van het bewijs van een reden die de afwijking van het beginsel van de rechtsple-ging op tegenspraak rechtvaardigt.

Het onderdeel dat aanvoert dat een dergelijk expertiseverzoek in alle gevallen via eenzijdig verzoekschrift kan worden ingesteld, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, als voorzitter, raadsheer Didier Batselé, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout en Mireille Delange, en in openba-re terechtzitting van 20 december 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koen Mestdagh en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Burgerlijke zaken

  • Voorlopig beheer

  • Vrederechter

  • Rechtspleging op tegenspraak

  • Deskundigenonderzoek op eenzijdig verzoekschrift

  • Ontvankelijkheid

  • Geneeskundige verklaring

  • Ontstentenis

  • Beginsel van de rechtspraak op tegenspraak

  • Afwijking